Het AstraZeneca-vaccin wordt dan toch voorbehouden voor 55-plussers, vanwaar de bocht?

Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Isopix)

België gaat, net als verschillende andere Europese landen, het AstraZeneca-vaccin voorbehouden voor oudere personen. Ons land legt de minimumleeftijd op 56 jaar, en dat voor de komende vier weken.

De verschillende ministers van Volksgezondheid van ons land hebben gisteren samengezeten en beslist om een leeftijdslimiet te plakken op het toedienen van het vaccin van het Brits-Zweedse bedrijf AstraZeneca. Enkel 55-plussers zullen dat vaccin toegediend krijgen voor minstens de komende vier weken. De beslissing werd genomen op basis van het advies van de Hoge Gezondheidsraad en de taskforce vaccinatie.

De maatregel volgt op de conclusies van het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) die woensdagnamiddag werden bekendgemaakt. Ze stelde vast dat er een ‘mogelijke link’ tussen het AstraZeneca-vaccin is en ‘zeer zeldzame gevallen van ongebruikelijke bloedstollingen met lage bloedplaatjes’. Daarom oordeelde het EMA dat bloedstolsels aan de (zeer zeldzame) bijwerkingen van het vaccin moeten toegevoegd worden. Het agentschap benadrukt echter dat de voordelen van het vaccin niet opwegen tegen de nadelen, en dat het vaccin zonder problemen mag toegediend worden aangezien het risico zo miniem is.

Het EMA zelf heeft dus geen aanbeveling gegeven om het vaccin voor te behouden of te verbieden voor bepaalde leeftijdsgroepen. ‘Tot op heden kwamen de meeste gerapporteerde gevallen voor bij vrouwen van minder dan 60 jaar oud, en dat twee weken na de vaccinatie. Op basis van de gegevens die momenteel beschikbaar zijn, zijn er echter nog geen specifieke risicofactoren vastgelegd’, aldus het geneesmiddelenagentschap.

Waarom verandert België het geweer van schouder?

Geslacht, leeftijd of medische voorgeschiedenis: het EMA kon geen enkele risicofactor onderscheiden. Ons land volgt dus niet de specifieke aanbevelingen van het agentschap, maar voegt zich bij verschillende andere Europese landen (Frankrijk, Duitsland, Spanje en Zweden,… ) die beslisten om het Brits-Zweedse vaccin enkel aan ouderen toe te dienen.

Nochtans is het wel degelijk door de verklaring van het EMA dat onze ministers van Volksgezondheid en de experten beslisten om te reageren.

‘Vanaf de leeftijd van 56 jaar vermindert vaccinatie het risico op ziekenhuisopname en overlijden aanzienlijk, terwijl de verwachte bijwerkingen uiterst zeldzaam blijven. Om dit te illustreren, registreerde Sciensano tijdens de eerste en tweede golf van de pandemie (gedurende ongeveer een jaar) de dood van 384 mensen tussen 56 en 60 jaar oud en die van 657 mensen tussen 60 en 65 jaar oud, oftewel een maandelijks gemiddelde van 32 en 55 doden in deze leeftijdsgroepen. Volgens de huidige cijfers van het EMA treden er tot 100 gevallen van de zeldzame trombose op per 25 miljoen toegediende doses. Concreet betekent dit voor België (op 700.000 doses) een theoretisch risico van 1,4 gevallen bij 55-plussers (rekening houdend met een incidentie van 1,3 per 100.000 vaccinaties en met 15 procent van de gevallen bij 55-plussers)’, verduidelijkt de FOD Volksgezondheid in een communiqué.

‘Onder de leeftijd van 56 jaar zijn de voordelen van vaccinatie met de entstof van AstraZeneca even groot. Maar mRNA-vaccins (Pfizer en Moderna) en binnenkort het Johnson & Johnson-vaccin kunnen ook toegediend worden aan die leeftijdsgroep. Leveringen van die vaccins zullen ook aanzienlijk versnellen vanaf de maand mei. De verhouding tussen de baten en de risico’s van deze vaccins lijkt beter te zijn voor deze jongere leeftijdsgroep’, staat er verder te lezen in het communiqué.

Die uitleg komt deels overeen met die van Britse experts, die sinds woensdag pleiten om voor het toedienen van een ander vaccin dan dat van AstraZeneca aan mensen onder de 30 die in goede gezondheid verkeren. Intussen heeft de Britse overheid dat advies gevolgd.

De beslissing van de Belgische ministers van Volksgezondheid zal binnen vier weken geëvalueerd worden. Nieuwe wetenschappelijke bevindingen, stand van zaken in de vaccinbevoorrading en de epidemiologische situatie zijn allemaal elementen die bij deze beoordeling een rol zullen spelen.

(jvdh)