Exclusief interview met Belgische federaal Kamervoorzitter Peter De Roover: “We maken teveel wetten, te weinig goede”

Peter De Roover (N-VA) stond tot voor kort midden in het politieke debat als fractieleider in het federaal parlement. Nu leidt hij als Kamervoorzitter de debatten in goede banen. Met de geboorte van zijn zoon Marcel kende hij ook privé een druk jaar. BusinessAM sprak met de eerste burger van het land over politiek, parlement en vaderschap.

Meneer De Roover, u bent nu als Vlaams nationalist al bijna twee jaar Kamervoorzitter. De eerste burger van het land, zoals ze dat noemen. Hoe bent u in de politiek beland?

Dat is met de spreekwoordelijke paplepel ingegoten: mijn vader was mijn hele jeugd gemeenteraadslid. Thuis ging het altijd over politiek- lokaal, nationaal en internationaal- alles wat op tv kwam of in de krant stond, werd bediscussieerd. Zo rol je er vanzelf in. Via mijn vader kwam ik bij de Vlaamse Beweging terecht. Gaandeweg toets je dat aan je eigen overtuiging, en dan merk je dat die eigenlijk niet zo veel verschilt.

U hebt zelf ook nog bij de Vlaamse Volksbeweging gezeten?

Eerst bij de Volksunie, maar daar liep het volgens ons mis, iets wat later ook is gebleken. Daarna ben ik naar de Vlaamse Volksbeweging gegaan, die toen wat in ademnood zat. Wij waren eind twintig en brachten opnieuw schwung. Enkele maanden later sloot ook Jan Jambon aan.

Voor u Kamervoorzitter werd, bent u Kamerlid en fractieleider voor uw partij geweest. Hoe anders is het voor u om als voorzitter nu boven de partijen te staan?

Dat is totaal anders, ook een totaal andere functie. Mijn stemgedrag blijft hetzelfde als dat van de partij, maar voor de rest ben ik- met enige overdrijving- nog nauwelijks politicus. Het is ook belangrijk om een geloofwaardige voorzitter te zijn. Daarom probeer ik bijvoorbeeld schooldebatten te beperken: de ene dag in debat gaan met iemand en de volgende dag diens voorzitter zijn, kan wel, maar is minder gepast.

Mist u dat soms niet om in het midden van het debat te staan?

Absoluut, maar kiezen is verliezen. Ik ben acht jaar fractieleider geweest, en dat moet je ook niet te lang doen. Op een bepaald moment raak je uitgekeken op zo’n functie. Maar ja, soms zit ik nog altijd te knarsen.

Worden de debatten in de Kamer inhoudelijk genoeg gevoerd? Of is het soms nog te veel op de man af?

Een debat mag en moet scherp zijn; botsen kan, maar het moet respectvol blijven en een scherp woordje moet je ook weer kunnen vergeten. Ik heb veel liever een vurig, spontaan debat dan dat mensen braaf teksten voorlezen die door allerlei handen zijn gegaan. Soms verveel ik me wel tijdens zulke sessies, en als dat gebeurt, overschaduwt dat de goede momenten helaas. Daarom pleit ik ervoor debatten kort en krachtig te houden; de echte inhoudelijke discussie hoort in de commissies thuis. Te vaak wordt dat opnieuw in de plenaire herhaald, en dan vervaagt dat onderscheid.

Mag ik zeggen dat het parlement deze legislatuur een beetje opgewaardeerd is als instelling? De premier bijvoorbeeld houdt hier ook zijn communicatiemomenten dus dat zorgt ook voor meer aandacht.

Ik mag dat hopen. Het is ook gewoon zijn communicatiestijl, en in dat opzicht mag je het parlement als communicatiemoment niet onderschatten. Er zijn natuurlijk ook mensen die een debat echt kunnen laten knetteren bijvoorbeeld een Bouchez, Ronse of een Magnette als hij uitpakt. Je mag ook niet vergeten dat we corona hebben gehad, toen zaten we met twintig man verspreid over een hele zaal. Alles wat hier gezegd wordt, wordt geregistreerd, dus je moet goed opletten anders wordt je er later mee geconfronteerd.

Zijn er bepaalde procedures die volgens u verbeterd kunnen worden? Die het parlement efficiënter kunnen doen werken bijvoorbeeld?

Het antwoord is ja, maar minder ja dan mensen denken. Vergeet niet: deze tent is hier gisteren niet geopend. Als er een heilige graal bestond om het debat perfect te organiseren, had men die allang gevonden. Zo pretentieus ben ik niet om te zeggen dat het al 200 jaar verkeerd loopt. Uiteindelijk gaat het om de mensen, niet om de structuren. Die structuren veeg je ook niet zomaar weg, en een deel van mijn job is net zoeken naar betere manieren van werken door overleg met fractievoorzitters en commissievoorzitters bijvoorbeeld. Laten we niet denken dat je van een boerenpaard een renpaard maakt met enkel reglementen en structuren. Niks tegen boerenpaarden trouwens.

In één van uw openingsspeeches van het parlementaire jaar zei u dat er niet te veel wetten gemaakt moeten worden. Wat bedoelde u daar precies mee?

Bij een openingsspeech kun je gerust iets meer zeggen dan partijpolitiek. Je kunt de politiek op verschillende manieren indelen: per partij, zoals bij Bart De Wever, Axel Ronse en mij (N-VA), of tussen parlement en regering. Ik waardeer het parlement minstens evenzeer als controlerende macht, niet alleen als wetgevende. Hier vliegen wetgevende initiatieven soms als eendagsvliegen voorbij- we hebben wetten genoeg, maar misschien te weinig goede. Het idee dat elk probleem meteen met een wet moet worden aangepakt, verdient toch wat voorzichtigheid.

Uw vroegere voorzitter, Bart De Wever, is nu meer dan een jaar premier. Wat vindt u van de manier hoe hij die rol invult?

Fantastisch, nooit beter geweest (met een knipoog). Mijn oordeel is subjectief, kritiek geef ik intern. Maar Bart vervult zijn rol als premier en mensen zien hem ook zo. De verrassing: hoe snel hij de internationale arena betrad en zijn positie opeiste, bijvoorbeeld bij Euroclear (Politico merkte meteen zijn humor op). Sommige anderen blijven onzichtbaar, maar hij klaart het wel. Euroclear was een hoogtepunt zonder blijvende schade, en rond zijn initiatieven heeft hij ook vrienden gevonden. Hij blijft projecten opzetten, zoals de top in Alden-Biesden. Toen hij premier werd, was ik benieuwd hoe hij zich zou bewegen op dat toneel, want van De Croo kan je veel zeggen, maar die voelde zich daar als een vis in het water.

Zelf heeft hij een transformatie doorgegaan qua ideeën, maar ook uw partij. De strategie nu is het fort bezetten en behouden. Hoe kijkt u daarnaar?

Daarover gaan mijn lezingen aan lokale afdelingen vaak: wat doet onze partij in de Wetstraat? Wij zijn een beleidspartij, en we weten dat we ons kostuum moeten vuilmaken, compromissen sluiten en actief meedoen. Veel bevoegdheden zitten nu onder de federale koepel, en wie daar niet aanwezig is, laat zijn kiezers in de steek.

Heeft N-VA nog een communautaire kant? Of is het puur op het socio-economische gericht?

Ja, maar binnen de beperkingen die de kiezer oplegt en de hoge drempels voor structuurhervormingen. Als we federaal beleid voeren dat aansluit bij Vlaanderen, is dat geen structurele vervlaamsing, maar gewoon de Vlaamse stem laten horen. Dat hoeft niet anti-Franstalig te zijn: het beleid van de regering kan pro-Vlaams zijn én tegelijkertijd voordelen voor hen opleveren.

Eén van de enige communautaire trofeeën die is binnengehaald is de afschaffing van de Senaat. Ziet u het deze legislatuur nog gebeuren?

Qui vivra verra. Dat is een hoge horde. De stemmen die we nodig hebben voor die afschaffing laten zich niet makkelijk overtuigen; ze verkopen hun vel duur, met goede én slechte argumenten. Dat is politiek, geen gelopen wedstrijd. We zijn er volop mee bezig.

Eén van de hervormingen die jullie bij het Grondwettelijk Hof wilden doorvoeren is al mislukt.

Als je het inhoudelijk aan tafel bespreekt, zouden Groen en het Vlaams Belang toch wat uitleg moeten geven- heel bizar wat zij hebben gedaan. Van de PS begrijp ik de logica nog, al schrikken de grootste Belgicisten enorm terug voor de eis van tweetaligheid. Helaas hebben we nu geen tweederdemeerderheid in de regering, dus dat blijft puzzelen.

De premier sprak over een oefening van 3 à 4 miljard euro dit jaar. Zou u eerder naar besparingen of inkomsten kijken?

De federale inkomsten liggen Europees en wereldwijd al zeer hoog. Moeten we daar nog extra halen? Het vraagt politieke moed om het via besparingen en slimme hervormingen te zoeken. De kern is economische groei: als die toeneemt, daalt de factuur automatisch. Snijden om te snijden heeft geen zin. Het federaal budget zit al op het tandvlees; de grootste winst haal je uit het aandrijven van de economische motor en dat is voor iedereen voordelig.

Moeten de deelstaten ook niet meer inspanningen doen?

Vlaanderen behoort wat dat betreft tot de beste leerlingen van de klas, maar staat ook voor uitdagingen. Wallonië heeft een veelbelovende regering; we zullen zien wat dat uiteindelijk concreet oplevert. Het financieel gewicht van de deelstaten is echter cruciaal, want alles telt mee.

U bent ook leerkracht geweest. Hoe vindt u dat Zuhal Demir het doet als minister van Onderwijs?

Zuhal is vocaal anders dan Ben Weyts, maar ze volgt wel dezelfde lijn. Ze is communicatief assertiever, terwijl Ben die koers de voorbije vijf jaar al heeft ingezet. De grote lijnen van wat wij als partij willen op dat departement, zien we terug in het beleid. Beweging zorgt voor wrijving, maar ik denk dat het ook nodig is wat er gebeurt.

Vooral die ‘back to the basics’ dan

Veel leerkrachten hebben voorspeld wat er zou gebeuren door die pretpedagogie. Ik ben zelf begonnen in ’84, en je merkt dat je de leerlingen van nu niet meer kunt vragen wat ik toen vroeg. Ik heb nog meegemaakt dat het Vlaams onderwijs tot de Europese top behoorde. Grappend zeg ik altijd dat het achteruitging toen ik eruit stapte, maar dat heeft geen één-op-één-relatie.

Professioneel hebt u een heel druk jaar achter de boeg maar ook op privévlak. U bent opnieuw vader geworden. Uw vriendin is burgemeester van Antwerpen, ook een drukke job. Lukt het thuis om alles te combineren?

Als u zag dat ik daarnet geeuwde, komt dat daardoor. Het is constant zoeken, gelukkig hebben we enkele goede feeën die bijspringen. We doen zelf ook inspanningen: Els kan Marcel in bed steken en daarna naar een vergadering gaan, voor mij in Brussel is dat lastiger. Het blijft belangrijk om als ouder je verantwoordelijkheid te nemen. Veel kinderen van politici zullen getuigen dat hun ouders vaak weinig tijd hadden; dat proberen wij te vermijden.

Maar u geniet van het vaderschap.

Met alle nadelen erbij: het weinig slapen weegt soms door, maar het is een kleine prijs voor wat je terugkrijgt. Ik had zelf niet gedacht dat ik op mijn 63ste nog met een pamper in mijn gezicht zou wakker worden, tenzij die van mezelf (lacht). Alhoewel, hopelijk duurt dat nog even.

Wat mogen we u nog voor de rest van het parlementair jaar nog toewensen?

Goede debatten en een regering die met inhoud komt, dat is wat telt. Goed wil niet zeggen lang, maar respectvol en inhoudelijk, waar punten duidelijk naast elkaar worden gezet. Vooral een wetgevende macht die haar rol kent, is cruciaal en tegelijk het moeilijkst binnen de klassieke trias politica. Kritiek op het functioneren van het parlement is nodig, maar sommige aanvallen op het systeem zelf vind ik moeilijk. Als parlementslid moet je kritisch zijn, maar ook beseffen dat je in een wereld vol onvolkomenheden leeft. Die spiegel thuis moet je bij vertrek en bij thuiskomst af en toe eens inkijken.

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.