Key takeaways
- Het nieuwe EU-voorstel voor versnelde uitzettingen dreigt volgens mensenrechtenorganisaties te leiden tot normalisering van huiszoekingen, surveillance en raciale profilering in het dagelijks leven.
- Recente goedkeuringen in het Europees Parlement wijzen op een verdere verstrenging van het Europese migratiebeleid.
- Experts van de Verenigde Naties waarschuwen dat het plan fundamentele rechtsbeginselen zoals non-refoulement, effectieve rechtsbescherming en het uitzonderingskarakter van detentie onder druk kan zetten.
Meer dan zeventig mensenrechtenorganisaties slaan alarm over het nieuwe Europees plan om uitzettingen te versnellen. Europa dreigt volgens hen een systeem te implementeren dat doet denken aan de werkwijze van de Amerikaanse immigratiedienst ICE. Daarin worden zaken zoals huiszoekingen en raciale profilering vaste onderdelen van het migratiebeleid.
Tijdens de verkiezingen van 2024 boekten extreemrechtse partijen winst. In dat politiek klimaat presenteerde de Europese Commissie in maart 2025 haar voorstel. Recent hebben extreem- en centrumrechtse Europarlementariërs zich verenigd rond bijkomende amendementen om asielprocedures te versnellen. Deze zouden het ook makkelijker maken om aanvragen af te wijzen op basis van het principe “veilige derde landen”. Hiermee worden landen buiten de EU bedoeld waar een asielzoeker doeltreffende bescherming kan krijgen, waardoor een EU-lidstaat de asielaanvraag niet inhoudelijk hoeft te behandelen.
Voorstanders benadrukken dat het gewoonweg gaat om handhaving van bestaande regels, alsook het herstellen van geloofwaardigheid in het migratiesysteem. Tegenstanders daarentegen zien een fundamentele koerswijziging: van migratiebeheer naar een veiligheidsmodel waarin controle, detentie en deportatie centraal staan.
Versnellen en verstrengen
De Europese Commissie presenteerde in maart 2025 haar oorspronkelijke voorstel om de terugkeer van mensen zonder wettelijk verblijfsrecht te versnellen. Het gaat om personen van wie de asielaanvraag is afgewezen of die hun visum hebben overschreden. Volgens de Commissie was het huidige systeem niet effectief genoeg. Momenteel wordt ongeveer één op de vijf mensen zonder verblijfsrecht daadwerkelijk teruggestuurd naar het land van herkomst. De nieuwe regels moeten zorgen voor effectieve en moderne procedures.
Onderdeel van het nieuwe voorstel is de mogelijkheid om mensen over te brengen naar zogenoemde offshorecentra buiten de EU in afwachting van terugkeer. In recente politieke akkoorden wordt expliciet gesproken over de zogeheten “return hubs”. Dit zijn centra in derde landen waar personen met terugkeerbesluit naartoe kunnen worden gestuurd. Het ontwerp moet nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement. Begin volgende maand wordt er over de ontwerpverordening gestemd.
ICE-achtige invallen
Volgens 75 mensenrechtenorganisaties zijn de gevolgen van het nieuwe voorstel ingrijpender dan de Europese Commissie suggereert. In een gezamenlijke verklaring waarschuwen zij voor een normalisering van immigratiecontroles in het dagelijkse leven.
De plannen zouden politie toestaan om zonder gerechtelijk bevel privéwoningen en andere relevante gebouwen te doorzoeken op zoek naar mensen zonder papieren. Daarnaast zouden ze publieke diensten kunnen verplichten om informatie te delen met migratieautoriteiten.
Kritiek
Humanitaire organisaties zoals Médecins du Monde wijzen op bredere maatschappelijke effecten. Als mensen zonder papieren vrezen dat contact met publieke instellingen tot deportatie leidt, zullen zij die instellingen mijden. Dat zullen ze ook doen wanneer het om essentiële zorg gaat. De organisatie verwijst naar eerdere ervaringen in de Amerikaanse staat Minnesota. Daar leidden strenge immigratiecontroles volgens hulpverleners tot een crisis in de publieke gezondheidszorg. Zwangere vrouwen, kinderen en chronisch zieken zouden medische hulp hebben vermeden, ook in noodsituaties. Naast een gevaar voor individuele levens, kan dit ook bredere risico’s voor de volksgezondheid veroorzaken.
Door recente gebeurtenissen kreeg de discussie over versnelde terugkeer extra lading. Afgelopen zomer zette Oostenrijk als eerste EU-land een persoon uit naar het door burgeroorlog getroffen Syrië. De man is sindsdien vermist, volgens berichtgeving. Voor tegenstanders illustreert dit de risico’s van een beleid waarin snelheid en afschrikking zwaarder wegen dan individuele bescherming. Ook zestien mensenrechtenexperts van de Verenigde Naties (VN) uiten stevige kritiek. In een 19 pagina’s tellende brief aan de EU stellen zij dat het voorstel mogelijk in strijd is met fundamentele internationale verplichtingen.
Risico’s voor migranten
Centraal staat het non-refoulementbeginsel. Dit gaat over het absolute verbod om iemand terug te sturen naar een land waar risico bestaat op ernstige mensenrechtenschendingen, zoals foltering. Volgens VN-experts dreigen versnelde procedures en beperkte individuele risicoanalyses dit beginsel te ondermijnen.
Daarnaast wijzen zij op de verzwakking van rechtsbescherming. Iemand kan dan worden uitgezet terwijl zijn zaak nog voor de rechter ligt. Ook de uitbreiding van immigratiedetentie baart zorgen. Volgens de experts dreigt detentie vaker en langer te worden toegepast, zonder minder ingrijpende alternatieven eerst te overwegen. De VN stelt zich bovendien vragen bij de motieven achter het voorstel. In hun brief schrijven de experts bezorgd te zijn dat migranten worden gestigmatiseerd als oorzaak van binnenlandse problemen, zoals de woningcrisis.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

