Key takeaways
- Het hoogste gerechtshof van Duitsland heeft een rechtszaak verworpen waarin werd geëist dat de verkoop van auto’s met verbrandingsmotoren tegen 2030 wordt verboden.
- De uitspraak stelt dat individuele rechten niet direct worden beïnvloed door autobouwers en bevestigt eerdere beslissingen.
- Deze tegenslag illustreert de cruciale rol van de Duitse regering bij het invoeren van maatregelen om het klimaat te beschermen via democratische processen.
Milieuactivisten leden maandag een tegenslag toen het hoogste Duitse gerechtshof voor civiele en strafzaken hun baanbrekende rechtszaak tegen BMW en Mercedes-Benz verwierp. De rechtszaak werd aangespannen door de groep Environmental Action Germany (DUH). Deze had tot doel de autogiganten te dwingen de verkoop van auto’s met verbrandingsmotoren tegen 2030 stop te zetten.
DUH baseerde haar argumentatie op een uitspraak van het Duitse Constitutionele Hof uit 2021. Daarin werd de plicht van de staat om toekomstige generaties tegen klimaatverandering te beschermen bevestigd. Zij wilden dit principe uitbreiden naar bedrijven, maar het hof was het daar niet mee eens. De rechters oordeelden dat individuele rechten niet direct werden beïnvloed door de bedrijfspraktijken van de ondernemingen. Daarnaast bekrachtigden ze eerdere uitspraken in het voordeel van de autofabrikanten.
EU-deadlines en klimaatmaatregelen
De rechtbank stelde dat burgers niet kunnen eisen dat autofabrikanten de verkoop van voertuigen met verbrandingsmotoren stopzetten vóór de deadlines van de Europese Unie. DUH had aangedrongen op een uitfasering in 2030, vijf jaar eerder dan het EU-plan, dat vorig jaar werd afgezwakt na intensief lobbywerk van de auto-industrie.
Hoewel teleurgesteld, erkende DUH-directeur Barbara Metz het standpunt van de rechtbank over bedrijfsverantwoordelijkheid, maar beklemtoonde ze dat dit de cruciale rol van de federale regering in klimaatactie illustreert. Ze drong er bij bondskanselier Friedrich Merz op aan om meer daadkrachtige stappen te zetten ter bescherming van het klimaat. De organisatie overweegt in beroep te gaan bij het Constitutionele Hof.
Mercedes-Benz verwelkomde de uitspraak. Ze stelde dat het vaststellen van wettelijke vereisten voor klimaatdoelstellingen onder de bevoegdheid van gekozen wetgevers valt, niet van de rechterlijke macht. Het bedrijf herhaalde zijn inzet voor klimaatbescherming. BMW sloot zich hierbij aan. Daarnaast verklaarde ze dat de beslissing de rechtszekerheid voor bedrijven die in Duitsland actief zijn, bevordert. Beide bedrijven hielden vol dat discussies over het behalen van klimaatdoelstellingen binnen democratische processen moeten plaatsvinden.
Klimaatrechtszaken en rechtvaardigheid
Deze rechtszaak weerspiegelt een bredere trend waarbij klimaatactivisten de rechter inschakelen om milieurechtvaardigheid na te streven. Afgelopen mei oordeelde een regionale rechtbank in Noord-Duitsland dat bedrijven mogelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de gevolgen van hun uitstoot. De rechtbank kende echter geen schadevergoeding toe aan Saul Luciano Lliuya, een Peruaanse boer die nutsbedrijf RWE had aangeklaagd.
De zaak tegen BMW en Mercedes-Benz werd in beroep gebracht bij het Federale Hof van Justitie. Dit gebeurde nadat lagere rechtbanken in Stuttgart en München de bedrijven in het gelijk hadden gesteld. Zij oordeelden toen dat zij voldeden aan de relevante regelgeving. Duitse autofabrikanten hebben zwaar geïnvesteerd in de overgang naar elektrische en hybride voertuigen om aan de EU-klimaatdoelstellingen te voldoen. De vooruitgang werd echter belemmerd door een lager dan verwachte vraag als gevolg van hogere aanschafkosten en onvoldoende laadinfrastructuur.
(jw)(fc)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

