De genegeerde vergrijzingsfactuur

In de verkiezingscampagne wordt vanalles beloofd, maar het gaat amper over de belangrijke uitdagingen die op ons afkomen. Een van de belangrijkste en bekendste is de vergrijzing, en de miljardenfactuur die daaraan vasthangt. Die wordt vlotjes genegeerd.

De doorrekening van de partijvoorstellen door het Planbureau vorige week leverde twee pijnlijke conclusies op: bijna alle partijen vinden gezonde overheidsfinanciën duidelijk minder belangrijk dan ze zelf zeggen, en geen enkele partij heeft echt een goed idee om effectief veel meer mensen aan het werk te krijgen.

Volgens de analyse van het Planbureau slaagt geen enkele partij er in om tegen het einde van de volgende legislatuur het begrotingstekort terug te dringen tot 3 procent van het bbp, wat zowat het minimum zal zijn dat Europa van ons zal eisen. Partijen als CD&V, MR en Vlaams Belang zouden het begrotingstekort zelfs nog verder laten oplopen dan in een scenario van ongewijzigd beleid.

Evengoed slaagt geen enkele partij er in om de werkzaamheidsgraad in de buurt van de 80 procent-
doelstelling te krijgen. Ondertussen zijn er wel heel wat voorstellen voor extra overheidsuitgaven of lagere belastingen.

De meeste partijen zeggen terecht dat gezonde overheidsfinanciën en meer mensen aan het werk cruciaal zijn om een aantal belangrijke uitdagingen die op ons afkomen op te vangen. Maar alvast in deze campagne komen ze niet met voorstellen om dat effectief te realiseren. Terwijl die uitdagingen er wel degelijk zitten aan te komen.

Vergrijzingsfactuur van 30 tot 60 miljard

Een van de belangrijkste en een van de meest gekende uitdagingen die op ons afkomt, is de vergrijzing. Daar wordt ondertussen al decennialang voor gewaarschuwd en worden jaarlijks uitvoerige rapporten over gepubliceerd.

Midden april publiceerde de Europese Commissie haar nieuwe driejaarlijkse update van de impact van de vergrijzing op de overheidsfinanciën. In de verkiezingscampagne ging dat rapport grotendeels onopgemerkt voorbij. Niet echt verrassend gezien de voorlopig wel heel grote focus op de korte termijn in deze campagne, maar wel verontrustend gezien de grote impact van die vergrijzing die de komende decennia op ons afkomt.

In het basisscenario stijgen de jaarlijkse sociale overheidsuitgaven in België tegen 2070 met 5,1 procent van het bbp, of zo’n 30 miljard in euro’s van vandaag. Daarmee zouden die sociale overheidsuitgaven oplopen tot 32 procent van het bbp, de tweede hoogste van Europa.

Enkel in Noorwegen zouden de sociale uitgaven nog hoger uitkomen (maar met een staatsfonds van meer dan 300 procent van het bbp is dat uiteraard makkelijker te dragen). Ter vergelijking: in de buurlanden liggen de sociale overheidsuitgaven vandaag al lager en zou de stijging beperkt blijven tot 1,6 procent van het bbp. In Griekenland, Italië, Frankrijk en Portugal, ook landen met wankele overheidsfinanciën, zou de vergrijzingsfactuur de komende decennia zelfs dalen (gemiddeld -1,4 procent).

Bovendien is dat basisscenario allicht nog te optimistisch. Daarbij wordt immers de komende jaren een serieuze versnelling van de productiviteitsgroei verondersteld (van 0,3 procent vandaag naar 1,5 procent vanaf 2040). Als de productiviteitsgroei 0,2 procentpunt lager uitvalt, komt er nog eens bijna 7 miljard bij op die jaarlijkse vergrijzingsfactuur.

In een risicoscenario voor zorg, waarbij onder meer een grotere voorkeur voor zorg naarmate het inkomen toeneemt verondersteld wordt, komt er nog eens 17 miljard bij. En mochten we de pensioenleeftijd constant houden op het huidige niveau (wat PVDA voorstelt), dan is dat nog 7 miljard extra.

Voor de volledigheid, al die extra uitgaven komen bovenop het begrotingstekort van 27 miljard waarmee de volgende legislatuur start. En ook niet slecht om in gedachten te houden dat de pensioenhervorming van deze regering de toekomstige pensioenfactuur nog licht verhoogd heeft.

Ruw ontwaken op 10 juni

Het is verbijsterend dat deze analyse van één van de meest gekende langetermijnuitdagingen waar we voor staan amper aan bod komt in de verkiezingscampagne. Een uitdaging die voor ons trouwens veel zwaarder uitvalt dan voor de meeste andere Europese landen.

Partijen kunnen inderdaad stellen dat ze niet willen raken aan de sociale zekerheid (of dat ze die nog willen versterken), maar zonder geloofwaardig plan om de komende uitgavenstijging op te vangen, zijn dat loze beloftes.

Gelukkig geeft de Europese Commissie ook aan hoe we die vergrijzingsfactuur kunnen verlagen: meer immigratie, ouderen langer aan het werk houden, sterkere productiviteitsgroei en de pensioenleeftijd koppelen aan de levensverwachting. Maar ook dat soort voorstellen komen in deze campagne nauwelijks aan bod. De vergrijzingsuitdaging zal evenwel niet vanzelf verdwijnen.


De auteur Bart Van Craeynest is hoofdeconoom bij werkgeversorganisatie Voka en auteur van ‘België kan beter’

Meer