Volgens een maandelijks rapport dat door cryptobeurs Coinbase werd gepubliceerd, is de recente investeerdersexodus uit de cryptomarkt goed nieuws voor Bitcoin-believers. Hoewel de vlucht van speculanten de prijs van de cryptomunt onder de psychologische grens van 20.000 dollar duwde, is het koppige volhouden van believers een teken dat de digitale munt op lange termijn zal overleven, meent Coinbase.
“De recente verkoop van Bitcoin werd bijna uitsluitend gedaan door kortetermijnbeleggers”, zei David Duong, hoofd van institutioneel onderzoek bij Coinbase, in het rapport. Duong noemde die retentie bij langetermijnbeleggers een positieve sentimentsindicator.
Volgens data die door Coinbase werd verzameld, bezitten langetermijnbeleggers nu 77 procent van de totale voorraad van Bitcoin. Hoewel dat net iets minder is dan de piek van 80 procent die in januari werd opgetekend, is het nog altijd behoorlijk hoger dan het laagtepunt van 60 procent uit 2017. Tijdens die bullrun zouden speculanten en handelaren een groter aandeel van de Bitcoinvoorraad in handen hebben gehad.
De conclusie van Coinbase is dan ook duidelijk: een significante hoeveelheid vermogen werd in de voorbije 3,5 jaar geredistribueerd van speculators en handelaren naar beleggers. Het rapport definieert langetermijnbeleggers als wallets die Bitcoin vasthouden voor een periode van minstens zes maanden.
Kortetermijnbeleggers gevoeliger voor Fed
Veel langetermijnbeleggers in Bitcoin geloven veelal dat de cryptomunt een toekomst heeft: zij denken dat Bitcoin ooit wijdverspreid als betaalmiddel zal gebruikt worden. De deflatoire aard van Bitcoin – er kunnen nooit meer dan 21 miljoen stuks worden gemunt – zal er volgens hen voor zorgen dat de cryptomunt in de toekomst steeds meer begeerd zal worden.
Daartegenover staan de speculators en handelaren. Dat zijn mensen en instellingen die activa kopen en verkopen op korte termijn, waarbij het winstoogmerk centraal staat. Dat Bitcoin ooit aanvaard zou kunnen worden als betaalmiddel, kan hen een stuk minder schelen. Deze laatste groep is echter veel sneller geneigd om uit een investering te stappen tijdens een berenmarkt.
(jvdh)