Belastingbetaler betaalt topprijzen voor matige kwaliteit

België heeft de tweede hoogste overheidsuitgaven in Europa, maar zet daar maar een 17e plaats tegenover qua kwaliteit van het beleid. De Belgische belastingbetaler krijgt eenvoudigweg niet de kwaliteit waar zij/hij voor betaalt. 

De totale Belgische overheidsuitgaven lopen dit jaar op tot 320 miljard euro, of bijna 55% van het bbp. Dat zijn na Frankrijk de tweede hoogste overheidsuitgaven van Europa. En volgens de jongste vooruitzichten van het IMF liggen we op koers om Frankrijk de komende jaren voorbije te steken. Ondanks die hoge overheidsuitgaven lijkt er toch vanalles fout te lopen binnen die overheid: onbetrouwbaar openbaar vervoer, de afnemende kwaliteit van het onderwijs, de achterstand bij justitie, het drama van het busvervoer voor het bijzonder onderwijs… De vraag is evenwel of nog meer overheidsuitgaven daarbij de oplossing is. Hoe groot die overheid is, is op zich niet zo relevant. Het debat over de optimale omvang van de overheid is lastig, en al te vaak te ideologisch geladen. Relevanter is de vraag naar wat de overheid met haar uitgaven bereikt, hoeveel kwaliteit zij daarmee aflevert. En dat blijkt in België nogal tegen te vallen.

Waar voor je geld?

Om de prijs/kwaliteitsverhouding van de overheid te evalueren, ligt de moeilijkheid vooral in het inschatten van de kwaliteit van het beleid. Dat is niet makkelijk in één indicator te capteren. Om een goed beeld te krijgen van die kwaliteit is een bredere analyse nodig over een hele reeks van indicatoren. Dat proberen we te doen in onze jaarlijkse waar-voor-je-geld-analyse, waarbij we voor 24 Europese landen aan de hand van 60 indicatoren de kwaliteit van het overheidsbeleid evalueren. Die indicatoren gaan van de resultaten in het onderwijs, over de armoedecijfers en de kwaliteit van de gezondheidszorg, tot het ondernemingsklimaat en de inspanningen op het vlak van milieu. Alles samen geven die 60 indicatoren een breed beeld van de impact van het beleid op onze economie en samenleving. 

Volgens de recentste update blijft België, net als de voorgaande twee jaren, hangen op een 17e plaats (op 24 landen) qua kwaliteit van het beleid. Dat staat in schril contrast met die tweede plaats op het vlak van de overheidsuitgaven. In essentie betaalt de Belgische belastingbetaler dus topprijzen voor middelmatige kwaliteit. Binnen Europa zijn er maar liefst 15 landen waar het beleid meer kwaliteit levert voor lagere uitgaven. Vooral de Scandinavische landen, die net als België kiezen voor een uitgebreide welvaartsstaat, springen er bovenuit met lagere overheidsuitgaven en vooral een veel hogere kwaliteit van het beleid.

Die analyse gaat ook op voor verschillende takken van de overheid. Zowel voor onderwijs, gezondheidszorg als openbare orde en veiligheid komt telkens een gelijkaardig beeld naar voor: relatief hoge overheidsuitgaven voor lager dan gemiddelde kwaliteit. En daar komt ook geen verbetering in, integendeel. In 2016 haalde België nog een 13e plaats qua kwaliteit van het beleid, terwijl we de vierde hoogste overheidsuitgaven hadden. Sindsdien namen die uitgaven relatief sneller toe dan in de rest van Europa, terwijl we terrein verloren op het vlak van kwaliteit. 

Implicaties voor de volgende regering(en) 

Bij zowat alles wat er de voorbije jaren fout liep in het beleid weerklonk al snel de roep voor meer middelen. Tegelijkertijd zitten we met een onhoudbaar begrotingstekort. De volgende legislatuur start met een tekort van bijna 30 miljard, en kijkt aan tegen belangrijke extra facturen voor pensioenen en zorg, rentelasten, overheidsinvesteringen en defensie-uitgaven. Dat lijkt op het eerste zicht een onmogelijke combinatie, maar de macroanalyse van de prijs/kwaliteit van het beleid geeft aan in welke richting de oplossing gezocht moet worden. De meeste andere Europese landen leveren meer kwalitatief overheidsbeleid voor lagere uitgaven. Ook België moet die richting uit. In plaats van telkens te roepen om meer middelen, moet veel meer werk gemaakt worden van effectief en efficiënt beleid. Dat zou leiden tot betere economische resultaten en lagere overheidsuitgaven. Andere landen in Europa tonen dat dat mogelijk is. België kan het zich niet langer veroorloven om dat soort mogelijkheden te laten liggen.   


De auteur Bart Van Craeynest is hoofdeconoom bij Voka en auteur van ‘België kan beter

Meer
Opinie
Martine Hardeveld Kleuver
Lode Uytterschaut
Steve Kaczynski & Scott Duke Kominers
Meer Opinie