Begroting wordt cruciale determinant van het beleid in de volgende legislatuur

Onze overheidsfinanciën zijn er dramatisch aan toe, en zonder ingrijpen zal de toestand de komende jaren nog verergeren. De volgende legislatuur moeten we belangrijke stappen zetten om die financiën terug op de rails te krijgen. Zoniet zullen onze wankele overheidsfinanciën een bedreiging vormen voor onze toekomstige welvaart. 

De verkiezingscampagne lijkt ondertussen goed op gang getrapt, met opvallend weinig aandacht voor de enorme budgettaire uitdaging die in de volgende legislatuur te wachten ligt. In sommige hoeken wordt daar nauwelijks aandacht aan besteed, terwijl de budgettaire situatie toch een cruciale determinant wordt van wat er mogelijk zal zijn voor de volgende regeringen (op de verschillende niveaus). Vorige week was daar eindelijk wat meer aandacht voor, vooral doordat Europa de nieuwe begrotingsregels afklopte. Totaal niet verrassend geven die regels voor België aan dat er de komende jaren fors bespaard zal moeten worden. Dat was trouwens ook al eerder aangegeven door de Nationale Bank, het Planbureau, de OESO, het IMF, de Europese Commissie… 

Niettemin werd vanuit linkse hoek, onder meer de PS, PVDA, het ABVV en het ACV, scherp gereageerd op die nieuwe begrotingsregels. Miranda Ulens, algemeen secretaris van het ABVV, ging daarin het verst met een stuk met de (nogal overdreven) titel ‘Wordt Europa de grafdelver van onze welvaartsstaat?’. Dat stuk past in een lange lijst van gelijkaardige stukken uit linkse hoek die fulmineren tegen de nieuwe begrotingsregels. De auteurs lijken daarbij de budgettaire realiteit waar we voor staan uit het oog te verliezen, en mikken hun protest in de verkeerde richting.

Nieuwe begrotingsregels 

Europa heeft al een langere traditie met begrotingsregels met de beruchte 3%-regel voor het begrotingstekort en de 60%-regel voor de overheidsschuld. Die begrotingsregels zijn verbonden aan de euro: een monetaire unie waarbij de overheidsfinanciën van lidstaten ontsporen dreigt op langere termijn uit elkaar te vallen. Om zo’n scenario te vermijden, werden die begrotingsregels afgesproken. De concrete invulling met die 3% en 60% is altijd al vrij arbitrair geweest. Daar is een uitleg voor bedacht, maar heel erg onderbouwd is die niet. In essentie moeten de lidstaten van de monetaire unie gezonde overheidsfinanciën nastreven, maar een exacte definitie daarvan ligt niet meteen voor de hand. 

De nieuwe regels vormen een verbetering van de oude regels doordat nu echt gewerkt wordt met een concreet meerjarentraject voor lidstaten waarvan de overheidsfinanciën op een onhoudbaar traject zitten om hun begroting terug op orde te krijgen. België zit in die situatie en staat dus voor een langere periode van serieuze budgettaire inspanningen. Er is sprake van een inspanning van zo’n 27 miljard euro op zeven jaar tijd. Dat zou in ons land de zwaarste budgettaire inspanning zijn in de voorbije 40 jaar.

Wankele overheidsfinanciën 

In het protest tegen de nieuwe Europese begrotingsregels lijken de betrokkenen te suggereren dat we die inspanningen enkel moeten doen om in orde te zijn voor Europa. Maar dat is helaas naast de kwestie. We moeten die budgettaire inspanningen toch vooral voor onszelf doen.

Afbeelding met tekst, lijn, Lettertype, Perceel

Automatisch gegenereerde beschrijving

Alle Belgische overheden samen sloten 2023 af met een begrotingstekort van 4,6% van het bbp, of zo’n 27 miljard euro. En zonder ingrepen loopt dat tekort de komende jaren verder op. Volgens nieuwe ramingen van het Planbureau zou het tekort door de toenemende uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg en de hogere rentelasten zou tegen het einde van de volgende legislatuur oplopen tot 5,6% van het bbp, of 34 miljard in euro’s van vandaag. Mochten we, bijvoorbeeld onder druk van een herverkiezing van Trump, versneld onze defensie-uitgaven moeten optrekken naar de NAVO-doelstelling van 2% van het bbp, dan komt daar nog eens zo’n 4 miljard op jaarbasis bij. Ook om de langverwachte inhaalbeweging te maken op het vlak van overheidsinvesteringen, onder meer in duurzaamheid en digitalisering, kijken we aan tegen een extra miljardenfactuur.

Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, nummer

Automatisch gegenereerde beschrijving

Om het even anders te bekijken, van alle Europese landen met een overheidsschuld van meer dan 100% van het bbp zijn wij het enige land waar die schuld de volgende jaren vlotjes verder toeneemt. Volgens nieuwe ramingen klimt onze overheidsschuld tussen nu en 2032 van 105% naar 126% van het bbp. Alle andere landen met wankele overheidsfinanciën, waaronder Italië en Griekenland, slagen erin om hun overheidsschuld af te bouwen. 

Lange regeringsvorming kunnen we ons niet veroorloven

Over de overheidsfinanciën worden de zaken wel vaker misleidend voorgesteld. De echte begrotingsinspanningen van een regering worden niet noodzakelijk gereflecteerd in de evolutie van het begrotingstekort of van de overheidsschuld. Factoren waar de regering weinig of geen impact op heeft, zoals de conjunctuur of de ontwikkeling van de rente, spelen daarbij een belangrijke rol. Het echte begrotingsbeleid blijkt uit de wijziging van het begrotingssaldo gecorrigeerd voor de rentelasten, de impact van de conjunctuur en tijdelijke maatregelen. Dat echte begrotingsbeleid blijkt toch wat anders dan de gebruikelijke narratief over de begrotingsrappoorten van de jongste regeringen.

Zo zorgde de regering Di Rupo wel degelijk voor een beperkte verbetering van onze budgettaire situatie, vooral door het opdrijven van de inkomsten. De regering Michel opteerde wel voor serieuze besparingen, maar gebruikte die om een belastingverlaging te financieren. Vervolgens bleek de lange periode van lopende zaken in 2019-2020 ronduit desastreus voor onze overheidsfinanciën. Deze legislatuur bleef de structurele begrotingsinspanning verwaarloosbaar klein zodat de eerdere ontsporing niet recht gezet werd. 

Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, diagram

Automatisch gegenereerde beschrijving

Dat leidt tot twee conclusies: een nieuwe budgettaire ontsporing zoals in 2019-2020 kunnen we ons absoluut niet meer veroorloven en de noodzakelijke begrotingsinspanning is doorgeschoven naar de volgende legislatuur. Om het tekort een beetje terug richting aanvaardbare niveaus te krijgen is een structurele inspanning van minstens 20 miljard in euro’s van vandaag nodig. Geen enkele regering sinds de eerste helft van de jaren 80 stond voor zo’n opgave.  

Zware uitdaging met of zonder begrotingsregels 

De volgende legislatuur moeten we in België belangrijke stappen zetten om onze begroting terug op de rails te krijgen. Niet zozeer omdat Europa dat vraagt, maar omdat de huidige toestand van onze overheidsfinanciën onze toekomstige welvaart bedreigt. Als we met al wankele overheidsfinanciën in een volgende economische crisis terechtkomen, zal er minder (of geen ruimte) zijn voor de overheid om in te grijpen. De hoge en oplopende overheidsschuld maakt het moeilijker om broodnodige investeringen te doen. En hoe hoger de tekorten en schulden oplopen, hoe groter de kans wordt dat we uiteindelijk toch onder druk komen op de financiële markten. 

Om dat soort doemscenario’s te vermijden is het belangrijk om de overheidsfinanciën in relatief normale economische tijden terug op orde te krijgen, ook als een soort verzekering voor moeilijkere economische tijden. Doorheen heel Europa zijn overheden daar vandaag mee bezig. In België blijven we op dat vlak toch wat achter. De pijnlijke realiteit is dat we in België de voorbije decennia enkel serieuze budgettaire maatregelen namen onder externe druk. In die zin hebben we allicht de druk van Europa nodig om te doen wat we voor onszelf zouden moeten doen. 

Kijken naar de uitgavenkant

Het protest vanuit linkse hoek is vooral gericht tegen de noodzakelijke besparingen om onze begroting terug op orde te krijgen. Als er al budgettaire inspanningen moeten gebeuren, dan moet dat maar via extra belastingen. Daarbij wordt vlot genegeerd dat de ontsporing van onze overheidsfinanciën de voorbije jaren volledig aan de uitgavenkant zit. 

Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, lijn

Automatisch gegenereerde beschrijving

Sinds 2000 zijn de totale overheidsuitgaven (exclusief de rentelasten) in ons land met 10,4% van het bbp toegenomen, de sterkste uitgavenstijging in heel Europa. Ter vergelijking, in de buurlanden, die in die periode geconfronteerd werden met gelijkaardige crisissen en uitdagingen, bleef die uitgavenstijging beperkt tot minder dan de helft (4,1% van het bbp). In euro’s van vandaag liggen de primaire overheidsuitgaven in ons land vandaag zo’n 60 miljard hoger dan in 2000. Meer dan de helft van die stijging (33 miljard) komt op rekening van de sociale overheidsuitgaven.

Over dezelfde periode zijn de overheidsontvangsten trouwens stabiel gebleven. We hebben vandaag de derde zwaarste totale belastingdruk van Europa. Mochten we de huidige budgettaire uitdaging willen dichtrijden met extra belastingen, dan gaan we qua totale belastingdruk los naar de Europese kop. Het is een gevaarlijke illusie dat dit zou kunnen zonder belangrijke schade voor onze economie. 

De echte grafdelvers van onze welvaartsstaat

Onze overheidsfinanciën de komende jaren terug op de rails krijgen, wordt een enorme uitdaging. De beste manier om dat te realiseren, is door meer mensen aan het werk te krijgen en door structurele hervormingen die ons groeipotentieel versterken. Met meer mensen aan het werk en meer economische groei wordt de budgettaire uitdaging sowieso makkelijker om te dragen. Gezien de spectaculaire stijging van onze overheidsuitgaven in de voorbije decennia en wat er op dat vlak nog op ons afkomt, zullen ook belangrijke besparingen noodzakelijk zijn. Niet Europa, maar de mensen die de noodzakelijke hervormingen en besparingen tegenhouden, dreigen de echte grafdelvers van onze welvaartsstaat te worden. 


De auteur Bart Van Craeynest is hoofdeconoom bij Voka en auteur van ‘België kan beter’ 

Meer