Key takeaways
- De Nederlandse economie groeide in het derde kwartaal met 0,6 procent en overtrof daarmee de eerdere prognoses.
- De industrie en de handel waren de belangrijkste motoren achter die groei, ondanks de stijgende energiekosten.
- Sterke handelsbanden met de Europese Unie beschermden de industriële sector tegen geopolitieke onrust.
De cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) tonen aan dat de Nederlandse economie in het derde kwartaal met 0,6 procent groeide ten opzichte van het tweede kwartaal. Op jaarbasis bedroeg de groei 1,2 procent.
Deze prestatie overtrof de aanvankelijke verwachtingen; terwijl eerdere prognoses suggereerden dat de jaarlijkse groei onder de 1 procent zou blijven, is het huidige gemiddelde gestegen tot 1,7 procent. Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het CBS, merkte op dat deze resultaten aantonen dat eerdere prognoses te voorzichtig waren wat betreft de impact van geopolitieke instabiliteit. Dat zei hij tegen ANP.
Industrie en handel stuwen economische groei
De verwerkende industrie was de belangrijkste motor achter de economische groei. Hoewel de toegevoegde waarde in de mijnbouw en steengroeven sterker steeg, met 6,9 procent, woog de verwerkende industrie zwaarder door in de totale economie. Daardoor leverde die sector de grootste bijdrage aan de groei in het derde kwartaal.
Ook de export nam toe. De uitvoer van onder meer transportmiddelen en machines groeide met 0,5 procent, tegenover een stijging van 0,3 procent bij de import.
Binnenlandse consumptie blijft toenemen
Ook de binnenlandse bestedingen vertoonden een stijgende trend: zowel de overheidsuitgaven als de bestedingen van huishoudens stegen met 0,4 procent.
De Nederlandse overheidsuitgaven waren voornamelijk gericht op ambtenarensalarissen en gezondheidszorg, terwijl particulieren meer uitgaven aan kleding en levensmiddelen. Daarentegen kenden de investeringen een lichte daling van 0,1 procent.
Nederlandse economie weerbaar tegen geopolitieke druk
Externe geopolitieke druk, zoals onrust in het Midden-Oosten en mogelijke Amerikaanse invoerheffingen, heeft een beperkte invloed gehad op de Nederlandse industriële sector. Deze veerkracht is grotendeels toe te schrijven aan het feit dat een groot deel van de Nederlandse handel binnen de Europese Unie plaatsvindt, waardoor het land enigszins wordt afgeschermd van mondiale spanningen.
Stijgende energiekosten
De energiekosten hebben echter wel invloed gehad op de productiekosten. De afzetprijzen in de verwerkende industrie stegen in september met 8,3 procent ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar, de sterkste stijging sinds februari 2023.
De toename werd grotendeels veroorzaakt door een jaarlijkse stijging van 53 procent van de ruweolieprijzen. Daardoor liep de prijs per vat in september op tot bijna 87 euro. Volgens het CBS hangen die prijsontwikkelingen nauw samen met de aanhoudende instabiliteit in het Midden-Oosten. (lv)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

