Key takeaways
- Vanaf 1 oktober verandert de wetgeving voor student-zelfstandigen en wordt het makkelijker om het statuut te behouden
- Wie 25 wordt, kan voortaan langer als student-zelfstandige actief blijven, maar alleen onder bepaalde voorwaarden
- Ook voor studenten die stage lopen, een eindverhandeling maken of buiten het klassieke academiejaar afstuderen verandert er iets
Studenten die tijdens hun studies als zelfstandige werken, krijgen vanaf 1 oktober 2026 meer mogelijkheden om hun statuut te behouden. De hervorming van het statuut van student-zelfstandige versoepelt onder meer de leeftijdsgrens, schrapt enkele administratieve verplichtingen en zorgt ervoor dat studenten hun statuut gemakkelijker kunnen behouden in het kwartaal waarin ze afstuderen.
De wijzigingen treden in werking op 1 oktober 2026 en zijn dus van toepassing vanaf het school- en academiejaar 2026-2027.
Het gaat niet om een volledig nieuw statuut: de basisvoorwaarden blijven overeind.
Wie kan student-zelfstandige zijn?
Een student-zelfstandige combineert zijn studies met een zelfstandige activiteit en kan daardoor, zolang de inkomsten beperkt blijven, genieten van verlaagde sociale bijdragen.
De student moet ingeschreven zijn in een erkende onderwijsinstelling in België voor minstens 27 studiepunten per schooljaar of minstens 17 lesuren per week, met het oog op het behalen van een erkend diploma. Daarnaast moet hij de lessen regelmatig volgen en daadwerkelijk een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefenen.
Vanaf 1 oktober veranderen vooral de regels rond de leeftijd, de bewijsvoering en het moment waarop het statuut eindigt.
Na 25 jaar kan het statuut blijven doorlopen
De leeftijdsgrens van 25 jaar wordt versoepeld. Onder de oude regeling kon een student het statuut slechts behouden tot en met het derde kwartaal van het kalenderjaar waarin hij 25 werd.
Vanaf 1 oktober 2026 kan een student-zelfstandige het statuut ook na zijn 25e verjaardag behouden, zolang hij student blijft en ononderbroken aan alle voorwaarden voldoet.
Daarvoor geldt wel een belangrijke voorwaarde: de student moet al student-zelfstandige zijn tijdens het derde kwartaal van het jaar waarin hij 25 wordt.
Wie pas na dat derde kwartaal een zelfstandige activiteit opstart of met een studie begint, kan dus niet alsnog tot het statuut toetreden op basis van de nieuwe regeling.
Ook moet de student daarna onafgebroken aan alle voorwaarden blijven voldoen. Wie zijn studies of zelfstandige activiteit onderbreekt en daardoor niet langer aan de voorwaarden voldoet, verliest het statuut definitief. Later opnieuw beginnen volstaat dan niet om automatisch opnieuw student-zelfstandige te worden.
Minder administratie rond aanwezigheid
Ook de bewijsvoering wordt eenvoudiger. Een student-zelfstandige moet nog altijd kunnen aantonen dat hij de lessen regelmatig volgt wanneer daarom wordt gevraagd. Wie dat niet kan aantonen, verliest voor het betrokken school- of academiejaar het statuut, behalve wanneer sprake is van overmacht.
De manier waarop dat bewijs wordt geleverd, verandert wel. Tot nu toe waren er drie mogelijkheden: een puntenbriefje, een attest van de onderwijsinstelling of een attest van begeleiding binnen een ondernemingsproject.
Die laatste mogelijkheid verdwijnt. Begeleiding binnen een ondernemingsproject geldt vanaf 1 oktober niet langer als bewijs dat de student regelmatig de lessen volgt. De controle gebeurt voortaan achteraf op basis van objectieve bewijsstukken, zoals deelname aan examens of een attest van de onderwijsinstelling.
Ook de voorafgaande verklaring op eer aan het sociaal verzekeringsfonds verdwijnt. Tot nu toe moest de student-zelfstandige vóór het begin van elk school- of academiejaar verklaren dat hij de lessen regelmatig zou volgen. Die formaliteit wordt geschrapt.
Duidelijkere regels voor stage en eindverhandeling
De hervorming verduidelijkt ook de situatie van studenten die aan het einde van hun opleiding nog uitsluitend een verplichte stage lopen of een eindverhandeling voorbereiden.
De algemene vereiste van minstens 27 studiepunten of 17 lesuren blijft bestaan. De uitzondering geldt wanneer de student nog uitsluitend een verplichte stage volgt of een eindverhandeling voorbereidt.
Voor studenten die werken aan een eindverhandeling of een verplichte stage volgen, geldt die uitzondering wel slechts gedurende maximaal één school- of academiejaar. De maatregel moet voorkomen dat studenten hun statuut verliezen in de laatste fase van hun opleiding, wanneer het aantal opgenomen studiepunten vaak lager ligt.
Afstuderen? Het statuut loopt door tot het einde van het kwartaal
Een andere wijziging is belangrijk voor studenten die niet in juni afstuderen.
Onder de oude regeling kon het statuut eindigen zodra de student niet langer aan alle voorwaarden voldeed. Dat kon bijvoorbeeld betekenen dat iemand die halverwege een kwartaal zijn diploma behaalde, in datzelfde kwartaal zijn statuut verloor.
Vanaf 1 oktober kan het statuut behouden blijven gedurende het volledige kwartaal waarin de student zijn diploma behaalt, ook wanneer hij tijdens dat kwartaal niet langer gedurende de hele periode aan alle voorwaarden voldoet.
Een student die bijvoorbeeld op 15 februari 2027 afstudeert, kan daardoor student-zelfstandige blijven tot en met 31 maart 2027.
Dat is vooral relevant voor opleidingen waarbij het afstudeermoment niet samenvalt met het klassieke einde van het academiejaar.
Checklist voor wie als student-zelfstandige wil starten
Wie vanaf het academiejaar 2026-2027 als student-zelfstandige aan de slag wil, moet nog altijd een aantal zaken regelen en aan de basisvoorwaarden voldoen.
Controleer je inschrijving:
Als algemene regel moet je ingeschreven zijn aan een erkende onderwijsinstelling voor minstens 27 studiepunten per schooljaar of minstens 17 lesuren per week, met het oog op een erkend diploma.
Zorg dat je je studies daadwerkelijk volgt:
De hervorming schrapt de voorafgaande verklaring op eer, maar niet de voorwaarde dat je de lessen regelmatig volgt. Ook het bewijs daarvan blijft belangrijk.
Regel je zelfstandige activiteit:
Je moet daadwerkelijk een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefenen. Daarvoor moet je onder meer je ondernemingsvorm bepalen, je onderneming inschrijven en je aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.
Hou je bewijsstukken bij:
Puntenlijsten, deelname aan examens en documenten van de onderwijsinstelling kunnen relevant blijven om achteraf aan te tonen dat aan de studievoorwaarden werd voldaan.
Let op wanneer je 25 wordt:
Wie het statuut na zijn 25e verjaardag wil behouden, moet al student-zelfstandige zijn tijdens het derde kwartaal van het jaar waarin hij 25 wordt. Daarna moeten de voorwaarden ononderbroken vervuld blijven.
Kijk naar je afstudeerdatum:
Vanaf oktober blijft het statuut behouden tot het einde van het kwartaal waarin je je diploma behaalt, ook wanneer je niet op het einde van een klassiek academiejaar afstudeert.
Samengevat
De hervorming maakt het statuut dus op verschillende punten soepeler, maar de kern blijft dezelfde. Een student moet blijven studeren, in principe voldoende ingeschreven zijn, de opleiding daadwerkelijk volgen en een zelfstandige activiteit uitoefenen.
De grootste praktische veranderingen zitten vanaf 1 oktober 2026 in de leeftijdsregeling, de administratieve bewijsvoering, de verduidelijking rond stages en eindverhandelingen en de behandeling van het kwartaal waarin iemand afstudeert.
Vooral voor studenten die langer studeren of buiten het klassieke academiejaar afstuderen, kan dat een verschil maken.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

