Key takeaways
- President Ferdinand Marcos heeft in de Filipijnen de energienoodtoestand afgekondigd om de stijgende wereldwijde brandstofprijzen tegen te gaan.
- De afkondiging geeft de regering de bevoegdheid om rechtstreeks brandstof in te kopen en de distributie ervan in het hele land te waarborgen.
- Ondanks enige steun bekritiseren vakbonden het noodbevel, uit vrees voor mogelijke beperkingen op de activiteiten van werknemers.
De Filipijnen, die sterk afhankelijk zijn van geïmporteerde olie uit de Golfregio, hebben de nationale energienoodtoestand afgekondigd als reactie op de stijgende wereldwijde brandstofprijzen als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten. President Ferdinand Marcos verzekerde de Filippino’s dat er maatregelen werden genomen om alternatieve oliebronnen veilig te stellen en de energievoorziening te stabiliseren.
Onmiddellijke reactie
Om het acute tekort aan te pakken, is de regering van plan om een miljoen vaten olie aan te kopen. Hiermee worden de bestaande reserves, die voldoende zijn voor ongeveer 45 dagen, aangevuld. Deze strategische zet moet een continue aanvoer van brandstofproducten naar het land te waarborgen. Marcos erkent de ernst van de situatie en heeft belooft alle opties te overwegen om de gevolgen voor de economie en het dagelijks leven te verzachten.
De afkondiging van de energienoodtoestand geeft de regering de bevoegdheid om de nodige maatregelen te nemen, waaronder de directe aankoop van brandstof en aardolieproducten. Er is een speciale commissie opgericht om toe te zien op de efficiënte distributie van essentiële goederen zoals brandstof, voedsel en medicijnen. De president kan de afkondiging, die voor een jaar geldt, verlengen of opheffen, afhankelijk van hoe de situatie zich ontwikkelt.
Het besluit volgt op toenemende druk van senatoren die wezen op de benarde situatie waarin Filipijnse gezinnen verkeren als gevolg van de torenhoge olieprijzen. De kosten van benzine en diesel zijn meer dan verdubbeld sinds het conflict eind februari begon, wat tot wijdverbreide ontberingen en frustratie heeft geleid.
Uiteenlopende reacties
Hoewel de maatregelen van de regering worden gesteund door bedrijfsleiders, hebben de vakbonden al kritiek geuit op het besluit. De Kilusang Mayo Uno (KMU) noemde de verklaring een erkenning van het falen van de regering om de oliecrisis effectief aan te pakken. Ze beschuldigden de regering er ook van de ernst van de situatie eerder te hebben gebagatelliseerd. Men uitte ook bezorgdheid over mogelijke beperkingen van werknemersactiviteiten, waaronder stakingen, onder het noodbesluit.
Vervoerswerknemers en andere groepen plannen een tweedaagse staking om te protesteren tegen de stijgende brandstofkosten en wat zij beschouwen als een ontoereikende reactie van de regering. Ze eisen een afschaffing van brandstofbelastingen, een terugdraaiing van de olieprijzen, het invoeren van staatscontrole op de brandstofindustrie, tariefverhogingen en hogere lonen.
Overheidsmaatregelen
De regering heeft al verschillende maatregelen genomen in een poging de crisis te verlichten. Zoals het aanbieden van subsidies aan transportchauffeurs, het verminderen van veerdiensten en het invoeren van een vierdaagse werkweek voor ambtenaren. De minister van Energie gaf aan dat het land nog ongeveer 45 dagen aan brandstofreserves heeft en van plan is tijdelijk meer gebruik te maken van kolengestookte elektriciteitscentrales vanwege de stijgende kosten van vloeibaar aardgas. (ev)(fc)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

