Europese leiders pleiten voor sterkere defensie uit angst voor onbetrouwbare Verenigde Staten


Key takeaways

  • Toenemende twijfels over de betrouwbaarheid van de Verenigde Staten onder Donald Trump stimuleren Europese leiders om binnen de NAVO meer zelfredzaamheid na te streven.
  • Europese landen verhogen hun militaire uitgaven en werken samen aan nieuwe wapensystemen om hun defensiepositie te versterken.
  • Het realiseren van die ambities gaat gepaard met uitdagingen, waaronder meningsverschillen over de verdeling van projectwerkzaamheden en intellectuele eigendomsrechten.

Europese leiders uiten steeds vaker hun wens om hun defensiecapaciteiten te versterken, gedreven door zorgen over de betrouwbaarheid van de veiligheidsgaranties van de Verenigde Staten onder Donald Trump.

De recente poging van de Amerikaanse president om Groenland te kopen heeft die twijfels versterkt en geleid tot oproepen om binnen het NAVO-bondgenootschap meer aandacht te besteden aan Europese zelfredzaamheid, meldt Reuters.

Veiligheidsconferentie

Dit sentiment werd herhaald tijdens de veiligheidsconferentie in München, waar Ursula von der Leyen verklaarde dat “er grenzen zijn overschreden die niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt”, wat een weerspiegeling is van een ingrijpende verschuiving in de trans-Atlantische betrekkingen.

Leiders als de Duitse bondskanselier Friedrich Merz, de Franse president Emmanuel Macron en de Britse premier Keir Starmer hebben toegezegd de “Europese pijler” binnen de NAVO te versterken, omdat zij erkennen dat Europa de primaire verantwoordelijkheid voor zijn eigen defensie moet nemen. Die ambitie gaat verder dan het versterken van bestaande structuren en is ook bedoeld om te voorkomen dat toekomstige Amerikaanse regeringen hun eigen belangen boven die van hun Europese bondgenoten stellen.

Verhoogde militaire uitgaven

Het streven naar een sterkere Europese defensiepositie komt tot uiting in verhoogde militaire uitgaven en samenwerking bij de ontwikkeling van nieuwe wapensystemen. De NAVO-leden zijn overeengekomen om hun kernuitgaven voor defensie te verhogen van 2 procent naar 3,5 procent van het bbp, met een extra 1,5 procent voor andere veiligheidsgerelateerde investeringen.

Bovendien vormen Europese landen consortia om geavanceerde wapens te ontwikkelen, zoals blijkt uit het recente initiatief om het raketproject “European Long-range Strike Approach” (ELSA) verder te ontwikkelen.

Uitdagingen bij verwezenlijken van ambities

Het vertalen van die ambities naar concrete resultaten gaat echter gepaard met uitdagingen. Opvallende pan-Europese projecten hebben vertraging opgelopen door meningsverschillen over de verdeling van het werk en intellectuele eigendomsrechten. De toekomst van het FCAS-straaljagerproject blijft bijvoorbeeld onzeker, aangezien Frankrijk, Duitsland en Spanje moeite hebben om consensus te bereiken over de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de deelnemende bedrijven.

Er blijven ook discussies bestaan over de reikwijdte van Europese defensieaankopen, waarbij Frankrijk pleit voor exclusieve deelname van EU-bedrijven, terwijl andere landen, zoals Duitsland en Nederland, voorstander zijn van een meer inclusieve aanpak. Die voortdurende discussies illustreren de complexiteit van het smeden van een uniforme en effectieve Europese defensiestrategie.

Wil je meer defensienieuws ontvangen? Schrijf je hier in op onze wekelijkse Defensie Insider-nieuwsbrief.

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.