De meerwaardebelasting wordt almaar complexer

In theorie is de meerwaardebelasting zeer eenvoudig: een taks van 10 procent op alle gerealiseerde meerwaarden. Alleen blijkt in de praktijk dat er veel meer komt bij kijken. Vincent Van Quickenborne, kamerlid voor Anders (het vroegere Open VLD), wees onlangs nog op de impact op wisselkoersmeerwaarden. Ook voor obligatiehouders kan de situatie complex worden.


Key takeaways

  • Wie niet-Europese effecten verhandelt, moet ook een meerwaardebelasting betalen op de meerwaarden die ontstaan door wisselkoersschommelingen.
  • Van Quickenborne waarschuwt dat een taks op wisselkoersmeerwaarden (op cashrekeningen in buitenlandse munten) de nieuwe belasting alleen maar complexer maakt, en de belegger opzadelt met extra rekenwerk.
  • Voor de obligatiehouders bestaat er nog juridische onduidelijkheid over de toepassing van de meerwaardebelasting op obligaties die ze aanhouden tot op vervaldag.

Context: Hoewel de wet nog niet is gestemd, geldt sinds de start van dit jaar een meerwaardebelasting voor beleggers. De taks bedraagt 10 procent

  • De eerste 10.000 euro aan meerwaarden worden wel vrijgesteld van de meerwaardebelasting. Het is ook mogelijk om geen gebruik te maken van die vrijstelling. In dat geval loopt die het daaropvolgende jaar op met 1.000 euro. De vrijstelling kan maar oplopen tot maximaal 15.000 euro.
  • Er geldt een speciale regeling voor wie minstens 20 procent van de aandelen van een bedrijf bezit. In dat geval geldt er een vrijstelling tot 1 miljoen euro. Eenmaal die grens wordt overschreven, zal de fiscus werken met een getrapt systeem. Meerwaarden vanaf 10 miljoen euro worden uiteindelijk belast tegen 10 procent.
  • Tot 1 juni wordt er nog gewerkt met een overgangsmaatregel voor de banken. Dat betekent dat ze zelf de taks nog niet moeten inhouden. Je moet de gerealiseerde meerwaarden momenteel zelf melden via de personenbelasting. Later krijgt je de keuze: zelf aangeven of de bank de belasting laten inhouden.

Wisselkoersmeerwaarde voor wie belegt in niet-Europese effecten

In het nieuws: Van Quickenborne waarschuwde onlangs via sociale media hoe complex de meerwaardebelasting wordt voor wie bijvoorbeeld belegt in Amerikaanse aandelen. Dat komt omdat de overheid voortaan ook een taks van 10 procent int op de meerwaarden die je realiseert dankzij de wisselkoersbewegingen.

  • Die regeling treft enkel de cashrekeningen in vreemde valuta. Bij veel brokers kan je zogenaamde cashlines in vreemde munten openen. Op die manier vermijd je dat je wisselkoerskosten moet betalen per keer dat je niet-Europese effecten verhandelt.
  • Volgens het Kamerlid voor Anders betaal je maar liefst vier keer een belasting op de wisselkoersmeerwaarde: bij de ontvangst van een dividend, bij de inhouding van de meerwaardetaks (omdat dat als een ‘verkoop’ geldt), bij verkoop van een aandeel in vreemde munt en bij de omzetting van bijvoorbeeld de dollar in euro. Uit een berekening van De Tijd blijkt alvast dat er heel wat rekenwerk komt kijken om te achterhalen hoeveel je de fiscus bent verschuldigd.
  • Van Quickenborne diende in de Kamercommissie al een amendement in om de cashlines van effectenrekeningen uit te sluiten van de meerwaardebelasting, maar dat amendement werd vooralsnog niet weerhouden.

Meerwaardebelasting op wisselkoersen vermijden

Maar: Er bestaat een manier om te vermijden dat je belast wordt op de wisselkoersmeerwaarde.

  • Je kunt de cashlines sluiten en al je geld overzetten naar een effectenrekening in euro. Het blijft mogelijk om niet-Europese aandelen te kopen, maar in dat geval ben je de broker wel een wisselkoerscomissie verschuldigd per transactie.

Complexiteit voor obligatiebeleggers

Ook dit: De situatie kan soms ook voor obligatiehouders complex zijn.

  • Zij betalen al een belasting van 30 procent op de meerwaarden van een obligatie als die minstens 10 procent van het kapitaal belegt in vastrentende activa, zoals obligaties.
    • Om een dubbele belasting te vermijden, sluit de fiscus het intrestgedeelte uit van de basis voor de nieuwe meerwaardebelasting van 10 procent. In de praktijk vereist dat een precieze opsplitsing van de meerwaardecomponenten, wat de administratieve complexiteit aanzienlijk verhoogt. Bij pure obligatiefondsen kan de Reynderstaks bijna de volledige meerwaarde raken, terwijl bij gemengde fondsen enkel het obligatiedeel wordt getroffen.
  • Daar stopt het niet. Bij obligaties die onder pari gekocht zijn en tegen pari terugbetaald, bestaat discussie over de kwalificatie van het verschil. Volgens Jan Jambon, minister van Financiën, vallen zulke meerwaarden op vervaldag ook onder de nieuwe wetgeving.
    • Volgens Trends.be klopt die redenering niet. De nieuwssite verwijst naar enkele bronnen die zich baseren op een arrest van het Hof van Cassatie (21 december 2017) die zulke winsten als meerwaarden bestempelt. Maar in dat arrest staat ook dat er enkel sprake is van een meerwaarde bij een overdracht onder bezwarende titel. Als je een obligatie aanhoudt tot de vervaldag is er geen sprake van zo’n overdracht.

Wil je op de hoogte blijven van alles wat er zich afspeelt in de financiële wereld? Via deze link kan je je inschrijven op de dagelijkse nieuwsbrief.

Wil je toegang krijgen tot alle stukken op BusinessAM en dat voor minder dan 50 euro per jaar? Sluit dan hier een abonnement af!


Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.