Zijn sommige politieke systemen beter om de pandemie te verslaan dan andere?

Een begraafplaats in Manaus in Brazilië. (Foto: Sandro Pereira/Fotoarena/Sipa USA)

De twee momenteel zwaarst door het coronavirus getroffen grote landen, Brazilië en India, worden bestuurd door rechtse nationalisten. De dagelijkse sterfgevallen lopen nu in de duizenden in beide landen. Het gaat niet alleen om India en Brazilië. Populistische leiders hebben het ook elders slecht gedaan, terwijl ze het voorwendsel van de pandemie gebruikten om hun heerschappij te verdiepen. Waren sommige politieke systemen beter gepositioneerd om de pandemie te verslaan dan andere? Het is ingewikkelder dan dat.

‘Deze Covid-epidemie kan het populisme doen overkoken’, zei Francis Fukuyama, de veelgeprezen politieke filosoof, vorig jaar tegen de BBC. ‘Ik denk niet dat er een verband bestaat tussen een vrije democratie zijn en goed of slecht presteren in het omgaan met het coronavirus. Maar er is zeker een verband tussen een populistische leider zijn en de Covid-crisis slecht aanpakken.’

Fukuyama stelde zijn diagnose op een moment dat de Verenigde Staten onder voormalig president Donald Trump het schoolvoorbeeld leken van een mislukte pandemie-aanpak. Het aantal besmettingen steeg enorm, terwijl het Witte Huis ruzie maakte met de gouverneurs van de staten over maatregelen, twijfel zaaide over de aanbevelingen van volksgezondheidsdeskundigen en zowel buitenlandse tegenstanders als binnenlandse rivalen de schuld gaf van het virus. Het dreigende nationalisme à la Donald Trump, zo luidde het argument, zou weinig kunnen bieden in het licht van een pandemie die een nuchter technocratisch denken en internationale coördinatie vereiste.

Een jaar later blijft de diagnose van Fukuyama in grote lijnen accuraat. De twee momenteel zwaarst getroffen grote landen, Brazilië en India, worden bestuurd door rechtse nationalisten. De dagelijkse sterfgevallen lopen nu in de duizenden in beide landen, maar het werkelijke aantal in India ligt waarschijnlijk veel hoger dan het gerapporteerde cijfer van 4.000. En experts zeggen dat de piek misschien pas over weken zal worden bereikt.

Officieel zijn in India nu 415.000 mensen aan Covid gestorven. Brazilië passeerde vorige week de kaap van 400.000 Covid-gerelateerde sterfgevallen. Het merendeel van die sterfgevallen vond plaats in de eerste vier maanden van dit jaar, net zoals in India. Beide landen moeten alleen de VS laten voorgaan qua aantal doden momenteel, waar ze aan 585.000 zitten.

‘Een leerboek over wanbestuur’

Critici wijzen met hun vingers naar de Braziliaanse president Jair Bolsonaro en de Indiase premier Narendra Modi. In totaal verschillende omstandigheden gaven beide leiders voorrang aan hun binnenlandse politieke strijd boven concrete maatregelen om de gevolgen van de pandemie te beteugelen.

Sinds het begin van de pandemie heeft de federale regering van Brazilië de ernst van een virus gebagatelliseerd. Bolsonaro heeft mensen opgeroepen om normaal te leven en Covid-19 te negeren. Vorige week is een Senaatscommissie gestart om de rol van Bolsonaro in de ramp in het land te onderzoeken. Die zou in theorie, maar wellicht niet in de praktijk, kunnen leiden tot zijn aftreden.

In India riep Modi eerder dit jaar voortijdig de overwinning op het virus uit, voordat hij deelnam aan een reeks grote politieke bijeenkomsten in het hele land voorafgaand aan verkiezingen. De resultaten die werden vrijgegeven, zagen de hindoe-nationalistische BJP van Modi een nederlaag lijden of slechter presteren in een aantal belangrijke stembusgangen, hoewel de meeste stembiljetten waren uitgebracht voordat de ernst van de huidige Covid-golf duidelijk was geworden.

In plaats van dringende voorbereidingen te treffen voor een tweede golf van gevallen in een toch al zwak gezondheidszorgsysteem, legde de regering veel van haar focus op vaccinaties – een campagne die te beperkt was om de nakende ramp af te zwakken.

‘Binnen een tijdsbestek van 15 maanden heeft onze regering een leerboek over wanbestuur gepresenteerd’, schreef politicoloog Suhas Palshikar in de Indian Express. Ten eerste was er een hardhandige en enigszins ineffectieve lockdown die rampzalig bleek voor de economie van het land. Vervolgens, merkt Palshikar op, worstelde de regering om voldoende economische hulp te bieden aan een belegerd land, slaagde ze er niet in de kritieke gezondheidszorginfrastructuur te versterken en aarzelde ze over de uitrol van vaccins.

Uiteindelijk gingen ook landen met centristische regeringen op hun gezicht

Het gaat niet alleen om India en Brazilië. Populistische leiders hebben het ook elders slecht gedaan, terwijl ze het voorwendsel van de pandemie gebruikten om hun heerschappij te verdiepen. Dat is onder meer het geval in de Filipijnen, waar critici de nationalistische sterke man president Rodrigo Duterte beschuldigden van het misbruiken van de lockdownmaatregelen van zijn regering om de democratie te beknotten. Ondanks die maatregelen heeft een huidige golf van het virus geleid tot de vrees dat de ziekenhuizen in Manilla binnenkort overweldigd zullen worden. De Hongaarse premier Viktor Orbán riep vorig jaar de noodtoestand uit, maar zijn land heeft nog steeds een van de hoogste sterftecijfers ter wereld.

Natuurlijk heeft Europa een pak regeringen die worden geleid door centristische partijen of facties verder naar links die ook op hun gezicht zijn gegaan tijdens de pandemie, inclusief centrumlinkse coalitieregeringen van Spanje tot België en Italië.

Los van de de rechtse regering van Australië als de centrumlinkse regering van Nieuw-Zeeland, die hun geografische afgelegen ligging meehebben, liggen de enige duurzame casestudy’s van regeringen die het ‘goed’ doen tijdens de pandemie in Azië. Landen als Vietnam, Taiwan, Zuid-Korea en Singapore worden afwisselend gezien als succesmodellen, hoewel hun politieke systemen en leiders allemaal heel verschillend zijn. China, waar het virus voor het eerst opdook, hield de verspreiding tegen met een autoritaire mobilisatie die maar weinig andere landen konden evenaren.

Geen signaal overigens van overkoken van populisme

Maar blunderend nationalistisch bestuur is niet langer de dominante verhaallijn in de pandemie. De uitrol van vaccins heeft een totaal ander debat op gang gebracht over de ethiek van vaccinnationalisme en de geopolitiek van de productie en distributie van de prikken. Het gaat nu meer over de wereldwijde haves versus havenots.

‘De zelfbenoemde leiders van de liberale internationale orde hebben bewezen net zo zeer nationalisten te zijn, althans met betrekking tot vaccins, medicijnen en andere essentiële benodigdheden’, schreef Akhil Ramesh, een fellow bij het Pacific Forum. ‘En de routinematig bespotte nationalisten van het Oosten hebben bewezen medelevende globalisten te zijn – met China en India voorop in vaccindiplomatie.’

Er is overigens nog een kanttekening te maken bij wat Francis Fukuyama het ‘overkoken van het populisme’ noemde. Er zijn vooralsnog geen signalen dat kiezers – ondanks de malaise die ze veroorzaakten – de populisten niet meer zien zitten. Integendeel. Er was geen sprake van een afstraffing van Donald Trump – hij haalde nog bijna de helft van de stemmen. Bolsonaro’s populariteitscijfers zijn ook niet gekelderd, integendeel. In Madrid won de populistische regiopresident Isabel Díaz Ayuso deze week de verkiezingen – ze verdubbelde haar stemmen ten opzichte van twee jaar geleden.

(jvdh)