Wijnorgieën in de bronstijd: de wilde nachten van de Kanaänieten

Onderzoek van een 4.000 jaar oude wijnkelder in Israël bevestigt een vermoeden dat al langer bestond: in het Bronstijdperk speelde wijn een grote rol in wilde feestjes.

Wijn was een essentieel onderdeel van het leven in de bronstijd in Kanaän – de regio die ruwweg overeenkomt met het hedendaagse Israël plus Palestina. Dit kwam mede door de vruchtbare grond en het warme klimaat, waardoor het gebied ideaal was voor wijnstokken om te gedijen.

De kelder in kwestie werd gevonden tijdens opgravingen in Tel Kabri in het huidige Israël. In de overblijfselen vonden archeologen keramische potten en scherven die dateren uit de Midden-Bronstijd, een periode die liep van ongeveer 1.900 voor Christus tot 1.600 voor Christus. Analyse van keramische monsters toonde de aanwezigheid aan van wijnsteenzuur en syringinezuren, wat in archeologische context wijst op wijn. Tests onthulden ook verschillende combinaties van kruidenadditieven zoals honing, jeneverbes, munt, mirte en kaneel.

De bronstijd-Dafalgan: tot poeder gemalen mest gemengd met wijn

De testresultaten komen overeen met wat we weten uit andere historische bronnen, zoals een lijst met wijnsoorten en toevoegingen uit Mari, Noord-Mesopotamië, uit de 18e eeuw voor Christus, of de Ebers Papyrus uit Egypte. De Ebers-papyrus dateert uit 1.550 voor Christus en was een overwegend medische tekst, en hij bevatte recepten voor remedies. Zoals eentje waarbij tot poeder gemalen mest werd gemengd met wijn, en dat goedje moest dan opgedronken worden. Het zou helpen tegen allerlei pijn en koorts.

De keramische wijnvaten werden gevonden in een opslagruimte naast de grote zaal in Tel Kabri en zouden 2.000 liter wijn kunnen hebben bevat. Hoewel dit een aanzienlijke voorraad lijkt, moest hij waarschijnlijk elk seizoen worden aangevuld. Wijn was in de bronstijd langer houdbaar dan andere alcoholische dranken (zoals bier), maar zelfs een grote kelder als deze zou de wijn wellicht niet langer dan een jaar houdbaar zijn geweest. Het komt er dus op neer dat in het paleis van Tel Kabri het equivalent van ongeveer 3.000 moderne wijnflessen per jaar werden geconsumeerd. En wellicht zelfs meer.

Jonge meisjes mochten erbij zijn, echtgenotes niet

Grote feesten met rituele alcoholconsumptie zijn een reden daarvoor. In de Levant stonden dergelijke vieringen bekend als marzeah, waarbij een elitekader van welgestelde mensen, over het algemeen mannen, feesten gaf die werden gekenmerkt door zwaar wijndrinken. Marzeahs konden worden gehouden om een ​​god te vereren (hoewel ze niet direct religieus waren), om een ​​overleden voorouder te gedenken, om jacht, oorlogvoering of een bepaald overgangsritueel te vieren.

Alcoholgebruik stond daarbij centraal, vooral wijn. De redenen voor een dergelijke overdaad zijn onduidelijk: misschien om te communiceren met de goden, om hun eigen vorm van goddelijke kwaliteiten te demonstreren, of gewoon sociaal dronkenschap onder mannen voor het plezier ervan. Het algemene concept van de marzeah was waarschijnlijk een concept dat sociale status en hiërarchie bevestigde.

Op de vieringen waren ook jonge meisjes van “huwbare leeftijd” bij volgens de overgebleven teksten die, we zullen je al maar meteen veel moeite besparen, geen gedetailleerde meldingen maken van seksuele activiteit. Maar wat we wel weten: echtgenotes mochten er niet bij zijn. Die hadden hun eigen marzeahs.

Wijn werd ook gebruikt in religieuze contexten, waar hij vaak diende als offer aan de goden, of in uitvaartdiensten waar rouwenden muziek speelden en wijn dronken. Op festivals werd het gebruikt bij offerrituelen of mythologische gevechtsreconstructies, waarbij wijn vaak de plaats van bloed innam. Wijn diende ook als betaalmiddel. Zelfs soldaten in het leger werden soms met wijn betaald.

(jvdh)

Meer
Mijn Volglijst
Markten
Lees meer...
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20