Wereldleiders beloven ontbossing tegen 2030 te stoppen. Laten we niet vergeten dat ze dat al verschillende keren hebben gedaan

Leiders van meer dan 100 landen, waaronder Brazilië, China en de Verenigde Staten, hebben maandag tijdens klimaatbesprekingen in Glasgow beloofd om de ontbossing tegen 2030 te beëindigen. De belofte gaat vergezeld van verschillende maatregelen die bedoeld zijn om het in de praktijk te brengen. Maar hoewel de maatregelen een belangrijke stap voorwaarts zijn, is er veel meer nodig. En laten we ook niet vergeten dat het niet de eerste keer is dat deze belofte wordt gedaan.

Het is belangrijk te beseffen dat het opnieuw om een belofte gaat, en alweer eentje die niet bindend is. Opnieuw, want het is zeker niet de eerste keer dat wereldleiders hebben beloofd een einde te maken aan ontbossing. En eerdere pogingen om bossen te beschermen zijn mislukt. In het klimaatakkoord van Parijs zat een onderdeel dat was bedoeld om beboste landen te betalen voor het terugdringen van het verlies van bomen, maar daar is niet veel van gekomen.

Een plan van de Verenigde Naties dat in 2017 werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering deed soortgelijke toezeggingen als wat we nu horen. En al in 2014 was er de belofte van 37 landen, waaronder ook België en zowat alle andere landen van de EU maar bijvoorbeeld ook de VS en Indonesië om de ontbossing tegen 2030 te beëindigen. De New York Declaration on Forests was, net als nu, een vrijwillige en niet-wettelijk bindende politieke verklaring die is voortgekomen uit een dialoog tussen regeringen, bedrijven en het maatschappelijk middenveld, gestimuleerd door de klimaattop van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties die in 2014 in New York werd gehouden.

Of: op een klimaattop zeven jaar geleden werd ook al beloofd de ontbossing tegen 2020 te halveren, tegen 2030 te beëindigen en honderden miljoenen hectares aangetast land te herstellen. Het voorgestelde landherstel werd toen beschreven als “een gebied groter dan India”. Net zoals nu ging de verklaring vergezeld van “een vrijwillige actieagenda” en bood ze “een gids voor regeringen, bedrijven en organisaties met betrekking tot de diverse reeks acties die de transformationele doelen van [de verklaring] kunnen bereiken”.

Critici en voorstanders

In 2014 werd de ontbossingsverklaring ondertekend door 37 regeringen, 20 subnationale regeringen, 53 multinationale bedrijven, 16 groepen die inheemse gemeenschappen vertegenwoordigen en 63 niet-gouvernementele organisaties. Die Verklaring van New York over bossen, stelde doelen zonder middelen om ze te bereiken, en de ontbossing ging door. Hetzelfde zal deze keer gebeuren, voorspellen milieuactivisten. Ze hebben een punt: als we aan het huidige tempo nog tien jaar lang blijven ontbossen – of, en dat is een beetje de vrees, dat een aantal landen de negen jaar die komen gaan gebruiken om nog snel alles uit de kan te halen, dan is het te laat voor een aantal essentiële wouden op onze planeet.

Voorstanders wijzen er wel op dat deze keer drie keer meer landen de belofte steunen en daar ook China en Brazilië bijzitten. En dat er specifieke maatregelen worden genomen om bossen te redden. Het idee is om te proberen de economie ter plaatse te veranderen “om bossen meer levend dan dood te maken”. De deelnemende regeringen beloven “steun aan kleine boeren, inheemse volkeren en lokale gemeenschappen, die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van bossen en een sleutelrol spelen in hun rentmeesterschap.”

De regeringen hebben 12 miljard dollar toegezegd en particuliere bedrijven nog eens 7 miljard om bossen op verschillende manieren te beschermen en te herstellen, waaronder 1,7 miljard voor inheemse volkeren. Meer dan 30 financiële instellingen hebben ook gezworen te stoppen met investeren in bedrijven die verantwoordelijk zijn voor ontbossing. Een nieuwe reeks richtlijnen biedt een manier om ontbossing uit de toeleveringsketens te elimineren.

Maar, en dat is altijd het probleem, het gaat om richtlijnen. Plus de financiële aankondigingen zijn uiteraard welkom, maar ze blijven klein in vergelijking met de enorme particuliere en publieke stromen, vaak in de vorm van subsidies, die ontbossing stimuleren.

China heeft mee ondertekend en dat is belangrijk

Het zal dus niet gemakkelijk zijn, maar er zijn redenen om hoopvol te zijn. China is een van de grootste ondertekenaars van de ontbossingsverklaring, maar de topleider van het land, Xi Jinping, is niet aanwezig bij de klimaatonderhandelingen in Glasgow. China leed zware bosverliezen door de groei van de bevolking en de industrie in de afgelopen decennia, maar meer recentelijk heeft het beloofd om bossen terug te laten groeien en duurzame boomteelt uit te breiden.

Volgens een schatting van China zelf beslaan bossen nu ongeveer 23 procent van zijn landmassa, tegen 17 procent in 1990. Hoewel sommige onderzoeken de omvang en de kwaliteit van die uitgebreide boombedekking in twijfel hebben getrokken, heeft de Chinese regering uitgebreide herbebossing tot een pijler van haar klimaatbeleid gemaakt, en veel delen van het land zijn opmerkelijk groener dan een paar decennia geleden. De vraag is in hoeverre de deelname van China aan de nieuwe belofte impact gaat hebben op zijn afhankelijkheid van hout geïmporteerd uit Rusland, Zuidoost-Azië en Afrikaanse landen, waaronder grote hoeveelheden illegaal gekapte bomen.

In een geschreven bericht aan de Glasgow-bijeenkomst benadrukte de Chinese leider Xi “de verantwoordelijkheid van ontwikkelde landen bij het aanpakken van klimaatverandering”, en zei dat ze niet alleen meer zelf moeten doen, maar ook ondersteuning moeten bieden om ontwikkelingslanden te helpen het beter te doen”.

Succesverhalen en valkuilen

Costa Rica is momenteel het enige tropische land dat met succes de ontbossing een halt heeft toegeroepen en ongedaan heeft gemaakt. Dat deed het deels met betalingen uit een programma dat een economische waarde hechtte aan bestaande bossen en biodiversiteit. Op grotere schaal had Brazilië aan het eind van de jaren 2000 en begin 2010 aanzienlijk succes met het terugdringen van de ontbossing in het Amazonegebied. Milieuwetten, verbeterd toezicht op illegale houtkap en een sojamoratorium in de Amazone lagen aan de basis daarvan. Sindsdien zijn er echter grote pieken in de ontbossing geweest in ’s werelds grootste regenwoud onder het presidentschap van Jair Bolsonaro. Indonesië heeft de afgelopen jaren succes gehad met het vertragen van de ontbossing met een moratorium op de uitbreiding van palmolie, hoewel experts waarschuwen dat het om dezelfde redenen kwetsbaar is: de economische prikkels om bos te kappen zijn niet veranderd.

Een VN-regeling die financiële prikkels biedt om bossen te beschermen – bekend als Redd+ – stelt ontwikkelingslanden in staat om koolstofkredieten te verkopen om koolstofputten te behouden. Hoewel er nog steeds verdeeldheid bestaat over de regels voor koolstofmarkten, is het te hopen dat die tijdens COP26 worden opgelost. Landen als Gabon, met lage ontbossingspercentages en grote bosbedekking, zeggen dat ze ook financiering nodig hebben om bossen te beschermen. Gabon is voorzitter van de Afrikaanse onderhandelaarsgroep voor COP26.

Waarom wordt trouwens 1,7 miljard toegekend aan inheemse volkeren om te helpen de ontbossing tegen te gaan? Studies tonen aan dat inheemse gemeenschappen de beste beschermers van bossen zijn. Veel landschappen die als wildernis worden beschouwd, worden al eeuwenlang beheerd door inheemse gemeenschappen. Dit jaar bleek uit een VN-onderzoek van meer dan 250 studies dat in Latijns-Amerika de ontbossingspercentages op hun grondgebied lager waren dan elders. Desondanks hebben veel inheemse en inheemse volkeren te maken met vervolging, racisme en geweld.

(kg)

Meer
Mijn Volglijst
Markten
Lees meer...
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20