Wat zijn de gevolgen voor ons van zelfs een beperkt nucleair conflict?

Zelfs een beperkte nucleaire oorlog zou tot miljoenen doden en ongekende wereldwijde voedseltekorten leiden en waarschijnlijk zelfs tot een hongersnood die meer dan tien jaar zou duren. We hebben we het dan over de inzet van 10 nucleaire wapens aan beide kanten, en dan nog de lichtste in hun arsenaal. Een vorm van beperkte nucleaire oorlog zou zijn als een conventioneel slagveldconflict, maar met behulp van tactische kernwapens met een laag rendement. Wie zoiets ondenkbaar acht: zowel in Rusland als in de Verenigde Staten is er flink gewerkt aan zo een hypothetisch scenario de jongste jaren.

Een paar jaar geleden al circuleerde in het Pentagon een concept voor het gebruik van een paar kernwapens met een laag rendement dat angstagend vertrouwd in de oren gaat klinken. De premisse van dat concept is als volgt: na de annexatie van de Krim in 2014 valt Rusland een Baltisch land aan met tanks en grondtroepen, terwijl de Verenigde Staten worden afgeleid door een binnenlandse crisis. De NAVO reageert met beslissende tegenkracht en vernietigt Russische tanks met straaljagers, maar dit onderdrukt de Russische vastberadenheid niet. Rusland reageert met nog meer tanks en door NAVO-installaties te bombarderen, waarbij honderden troepen om het leven komen.

De NAVO kan een dergelijke agressie niet tolereren en om verdere Russische opmars te voorkomen lanceert ze tactische kernwapens met een laag rendement, met hun dial-a-yield-posities ingesteld op de laagste instellingen van slechts 300 ton TNT-equivalent – wat nog altijd 20 keer meer is dan de bom op Hiroshima. Het doel is om Rusland te signaleren dat het een grens heeft overschreden en de situatie te de-escaleren. De acties van de NAVO zijn gebaseerd op de angst dat als de Russische agressie niet zou worden gestopt, het resultaat een totale oorlog in Noord-Europa zou zijn.

Het grote probleem: de fameuze fog of war

Deze strategie wordt al jaren besproken in de hogere regionen van het Pentagon. Het idee erachter is dat het gebruik van een paar kernwapens met een laag rendement blijk kan geven van vastberadenheid, met de verhoopte uitkomst dat de andere partij terugtrekt van zijn agressieve gedrag (dit concept staat bekend als escaleren tot de-escaleren). De veronderstelling is dat de nucleaire aanval beperkt zou blijven, dat partijen terug zouden gaan naar de onderhandelingstafel, en dat gezondere stemmen zouden zegevieren.

Dit veronderstelt echter een keten van gebeurtenissen waarin alles zich ontvouwt zoals verwacht. Het negeert het onweerlegbare feit dat, zoals de Pruisische generaal Carl von Clausewitz in de 19e eeuw opmerkte: “Driekwart van de factoren waarop actie in oorlog is gebaseerd, gehuld is in een mist van onzekerheid.” Dit is de fameuze fog of war, de onduidelijkheid in oorlogssituaties waarop beslissingen toch moeten worden gebaseerd. In het beschreven scenario kunnen sensoren zijn beschadigd of communicatielijnen verbroken die het lage rendement van de kernwapens zouden hebben gemeld. Als gevolg hiervan zou Rusland zijn thuisland mogelijk bedreigd kunnen voelen en reageren met een totale aanval met strategische kernwapens, met miljoenen doden tot gevolg. En wat dan volgt, op langere termijn, is een nucleaire winter.

Het verschil tussen een nucleaire winter en een nucleaire herfst

Het concept van een nucleaire winter is niet nieuw. Het werd al in de jaren zestig van vorige eeuw geopperd. Het idee is altijd geweest dat bij een grootschalige oorlog met atoomwapens grote hoeveelheden fijnstof vrijkomen, die in de atmosfeer belanden. Dat stof houdt het zonlicht tegen, wat duisternis en vooral kou op aarde veroorzaakt. Door deze winterse of nog ergere omstandigheden wordt de plantengroei verminderd, wat vervolgens leidt tot voedselschaarste en honger bij dieren en mensen.

Een wereldwijde atoomoorlog zou decennialang een gemiddelde temperatuurverlaging van 7 tot 8 graden veroorzaken. Grote landoppervlakken zouden zelfs een temperatuurdaling van 20 tot 30 graden kunnen verwachten.

Maar dergelijke speculaties zijn grotendeels gebaseerd op berekeningen bij een scenario van een totale oorlog tussen Rusland en de Verenigde Staten, ’s werelds twee belangrijkste kernmachten. Een studie, die onder meer gebruik maakt van de de meest recente klimaatmodellen, is gaan kijken wat er zou gebeuren bij een beperkt nucleair conflict. De studie suggereert dat zelfs een beperkte oorlog tot ongekende wereldwijde voedseltekorten zou leiden en waarschijnlijk tot een hongersnood die meer dan tien jaar zou duren. We hebben het dan over een nucleaire herfst.

De grootste hongersnood in de gedocumenteerde geschiedenis

De studie onderzoekt de mogelijke effecten als elke partij 50 bommen van Hiroshima-formaat zouden afvuren – of minder dan 1 procent van het geschatte wereldarsenaal. Zelfs dat lijkt veel, maar daarbij hoort wel volgende nuance: de meeste “lichte” nucleaire wapens van zowel de Russen als de Amerikanen die in een beperkt conflict nu zouden worden ingezet, zijn nog altijd vijf keer krachtiger dan de bom op Hiroshima. Eigenlijk hebben we het dus over de inzet van 10 nucleaire wapens aan beide kanten, en dan nog de lichtste in hun arsenaal.

Naast directe dood en vernietiging, zouden de vuurstormen na de bombardementen zo’n 5 miljoen ton roet in de stratosfeer brengen. Vanuit de stratosfeer zou dat roet zich wereldwijd verspreiden maar daar ook blijven hangen. De roetlaag zou zonlicht absorberen en de gemiddelde temperatuur op aarde gemiddeld vijf jaar lang met ongeveer 1,8 graden celsius verlagen. De wetenschappers voorspellen dat dit op zijn beurt de productie van ’s werelds vier belangrijkste graangewassen – maïs, tarwe, sojabonen en rijst – in die periode met gemiddeld 11 procent zou doen dalen, met een afbouwend effect van nog eens vijf tot tien jaar. Het zou de grootste hongersnood in de gedocumenteerde geschiedenis overtreffen.

De gewassen zouden het zwaarst worden getroffen in de noordelijke graanschuurregio’s van de Verenigde Staten, Canada, Europa, Rusland en China. Maar paradoxaal genoeg zouden zuidelijke regio’s veel meer honger lijden. Dat komt omdat veel ontwikkelde landen in het noorden enorme overschotten produceren, die grotendeels worden geëxporteerd naar landen in het Zuiden die zichzelf nauwelijks kunnen voeden. Als deze overschotten opdrogen, zouden ongeveer 70 grotendeels arme landen met een cumulatieve bevolking van 1,3 miljard mensen de voedselvoorziening met meer dan 20 procent zien dalen.

Reserves kunnen ons een paar jaar kunnen uit de brand helpen voordat er enorme tekorten ontstaan

Sommige nadelige effecten op gewassen zouden te wijten zijn van verschuivingen in neerslag en zonnestraling, maar de overgrote meerderheid zou volgens de studie het gevolg zijn van temperatuurdalingen. Gewassen zouden het meest lijden in landen ten noorden van 30 graden, simpelweg omdat de temperaturen daar lager zijn en de groeiseizoenen in het begin korter. Zelfs een bescheiden daling in de warmte van het groeiseizoen kan ertoe leiden dat gewassen moeilijk rijpen en vatbaar zijn voor dodelijke koudegolfjes. Als gevolg hiervan zou de oogst van maïs, ’s werelds belangrijkste graangewas, in de Verenigde Staten met bijna 20 procent en in Rusland met maar liefst 50 procent kunnen dalen. Tarwe en sojabonen, de tweede en derde belangrijkste granen, zouden ook sterk lijden. Rijst zou het beter doen, wegens verbouwd in sowieso warmere contreien, en koelere temperaturen kunnen zelfs de oogst van maïs in delen van Zuid-Amerika en Afrika verhogen. Maar dat zou volgens de studie weinig compenseren van de veel grotere dalingen in andere regio’s.

Aangezien veel ontwikkelde landen overschotten voor de export produceren, zouden hun overproductie en reserves hen ten minste een paar jaar kunnen uit de brand helpen voordat er tekorten ontstaan. Maar dit zou ten koste gaan van landen in het Zuiden. Ontwikkelde landen zouden vrijwel zeker exportverboden opleggen om hun eigen bevolking te beschermen, en tegen het jaar vier of vijf zouden veel landen die nu al worstelen met ondervoeding catastrofale daling van de voedselbeschikbaarheid zien. Somalië, Niger, Rwanda, Honduras, Syrië, Jemen en Bangladesh zouden volgens de makers van de studie het hardst worden getroffen.

Er is de jongste tijd veel geschreven over de mogelijke effecten van de opwarming van de aarde op de landbouw. Maar een plotselinge, door zelfs een beperkt kernwapenconflict veroorzaakte koeling, zou de voedselsystemen veel erger treffen: vier keer erger dan alle eerder opgetekende wereldwijde landbouwverstoringen veroorzaakt door droogte, overstromingen of vulkaanuitbarstingen.

Te dramatisch? Nou nee. Integendeel

Het lijkt erg dramatisch, maar de studie is eigenlijk nog aan de conservatieve kant. De wetenschappers hielden geen rekening met de mogelijke effecten van radioactieve neerslag, en al evenmin met de waarschijnlijkheid dat zwevend roet de stratosfeer zou doen opwarmen terwijl het oppervlak afkoelt. Dat zou er op zijn beurt voor zorgen dat ozon uit de stratosfeer verdwijnt, en dat zou voor meer ultraviolette straling zorgen die de mens en de landbouw nog meer zou schaden.

Er is alle reden om aan te nemen dat een beperkte kernoorlog niet beperkt zou blijven. Een oorlogsspel uit 1983, bekend als Proud Prophet, omvatte uiterst geheime nucleaire oorlogsplannen en had als deelnemers hooggeplaatste besluitvormers, waaronder Caspar Weinberger, minister van Defensie van president Reagan. Het oorlogsspel volgde de plannen voor een beperkt nucleair conflict, maar eindigde onverwachts in totale nucleaire vernietiging met meer dan een half miljard doden bij de eerste aanval – de daaropvolgende sterfgevallen door hongersnood niet meegerekend.

Elk van de “beperkte” nucleaire aanvalscenario’s blijkt overigens nog altijd miljoenen doden te zullen eisen

Dat heeft de Amerikanen er niet van weerhouden sindsdien de zogenaamde “bloody nose”-strategie uit te werken. Dit is het idee dat in reactie op een dreigende actie, de VS een belangrijke site zouden vernietigen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van een nucleaire aanval met een laag rendement of een conventionele aanval. De “bloedneus”-strategie is gebaseerd op de verwachting dat de vijand zo overweldigd zou worden door de Amerikaanse macht dat ze zich onmiddellijk terug zouden trekken en geen wraak zouden nemen.

Het probleem is dat alle simulaties van dat scenario bijna in de richting van de uitkomst van het spel uit 1983 wijzen: de vijand zou elke vorm van agressie kunnen zien als een aanval gericht op het omverwerpen van hun regime, en zou wraak kunnen nemen met een alles-of-niets reactie met behulp van massavernietigingswapens (inclusief maar niet noodzakelijk beperkt tot kernwapens). Dit is precies hoe het Sovjet-team in het oorlogsspel Proud Prophet het interpreteerde.

In tegenstelling tot het aanvallen van militaire doelen, kan een tegenstander ook proberen de economie te verlammen door vitale industrie te vernietigen. In een hypothetische aanval die door het Congressional Office of Technology Assessment werd overwogen, vallen tien Sovjet SS-18-raketten met kernkoppen, de olieraffinaderijen van de Verenigde Staten aan. Het resultaat is de vernietiging van tweederde van de Amerikaanse raffinagecapaciteit. En zelfs met enige evacuatie van grote steden in de hypothetische crisis die tot de aanval heeft geleid, worden 5 miljoen Amerikanen gedood. Elk van de “beperkte” nucleaire aanvalscenario’s blijkt overigens nog altijd miljoenen doden te zullen eisen.

(fjc)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20