Wat betekent klimaatverandering volgende decennia voor onze relatief milde contreien? Heel, heel veel regen

Klimaatverandering is een wereldwijd fenomeen en kan vaak een groter probleem zijn op plaatsen waar het al erg warm en vochtig is. Maar wat betekent de klimaatcrisis voor onze contreien, met ons relatief mild klimaat? Om daar achter te komen, hebben Britse wetenschappers het klimaat op een bepaald punt in het verre verleden gereconstrueerd, van een tijdperk waarin vulkanen ongeveer evenveel koolstof in de atmosfeer hadden gepompt als de mens nu heeft gedaan met fossiele brandstoffen. We wisten dat het warmer zou worden, maar hoe hard het gaat regenen hebben we blijkbaar onderschat.

Toekomstige klimaatveranderingen en hun gevolgen voor het moderne zeeklimaat van Noordwest-Europa zijn moeilijk te voorspellen, maar we weten wel dat de mens al een temperatuurstijging van bijna 1°C heeft veroorzaakt en ongeveer 6 procent meer neerslag. Klimaatmodellen voorspellen een toekomst met extremer weer, meer stormen, meer regen, warmere zomers en mildere winters.

Om erachter te komen hoe waarschijnlijk deze scenario’s zijn, kunnen we het verleden als natuurlijk laboratorium gebruiken. We weten dat klimaten zijn veranderd gedurende de jongste 4,5 miljard jaar van de aarde (hoewel niet met de snelheid van vandaag) en door deze veranderingen te reconstrueren en te bestuderen, kunnen we klimaten verkennen die nog nooit door mensen zijn ervaren.

In 2030 lijkt ons klimaat op dat van het Plioceen

Een tijdperk waar wetenschappers naar keken voor de nieuwe studie is het Plioceen, ongeveer 2,6 miljoen tot 5,3 miljoen jaar geleden. Dat was de meest recente periode waarin het in onze contreien aanzienlijk warmer was dan nu, toen het landschap hier leek op de warme en vochtige bossen in het moderne zuidoosten van China. Studies naar klimaatmodellering suggereren dat de wereld tegen de jaren 2030 het Plioceen-klimaat kan ervaren. Om te zien wat dat bij ons zou betekenen, gebruikten de wetenschappers gefossiliseerd stuifmeel uit wat nu Essex en Suffolk is. Het type stuifmeel kan ons vertellen wat voor soort planten er toen groeiden, en deze planten kunnen ons vertellen over het klimaat als geheel. Dat, in combinatie met meer geavanceerde computertechnieken voor het reconstrueren van vroegere klimaten uit plantenresten, betekent dat we een behoorlijk goed idee kunnen krijgen van het klimaat miljoenen jaren geleden.

Daarna: 61 procent meer regen?

De studie laat zien dat het Plioceen in onze contreien iets warmere winters zou hebben gehad, maar ongeveer 25 procent meer regen. Veel van die extra regen viel in de winter. Maar als de CO2-uitstoot zich het komende decennium niet stabiliseert, komen we terug in klimaten die we niet meer hebben meegemaakt sinds een nog eerdere periode die bekend staat als het Mioceen (tussen 5 miljoen en 23 miljoen jaar geleden). Toen lagen de CO2-concentraties in de atmosfeer ergens tussen 400 en 600 delen per miljoen (ppm), zeer vergelijkbaar met de huidige niveaus van 419 ppm en de voor 2070 voorspelde 500 ppm-650 ppm. Geen wonder dat dit hete tijdperk onlangs door het IPCC werd geïdentificeerd als een “interval van belang” dat enkele aanwijzingen kan bevatten over toekomstige antropogene opwarming.

Dus hoe zou het er hier op dat moment hebben uitgezien? Fossiel stuifmeel geeft inzicht in het klimaat als de CO2-uitstoot piekt tussen 2040 en 2080. Het stuifmeel dat onderzocht werd is 12 en 14 miljoen jaar oud. Het geeft ons een indicatie van klimaten die vergelijkbaar zijn met het klimaat dat mogelijk in het midden van de 21e eeuw komt, met temperatuurstijgingen in de winter van 3°C en zomers die 2°C warmer zijn.

Dat fossiele stuifmeel uit het Mioceen toont een opmerkelijk ander klimaat dan nu: winters en zomers die 6°C warmer dan vandaag waren en een toename van maar liefst 61 procent van de jaarlijkse regenval.

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20