Waarom wordt er al meer dan 2.000 jaar gevochten om Afghanistan? En waarom kan niemand er winnen?

De Verenigde Staten gaf 1,5 biljoen uit aan een oorlog die 20 jaar duurde en het uiteindelijk niet kon winnen. Voor de Amerikanen beten de Russen er in het zand, iets wat in sterke mate bijdroeg tot de val van de Sovjet-Unie. ’s Werelds grootse veroveraars – Alexander de Grote, Genghis Khan en het Britse Rijk op z’n hoogtepunt – probeerden het ook. En faalden. Waarom wordt er al meer dan 2.000 jaar gevochten om Afghanistan? En waarom kan niemand er winnen?

In de herfst van 331 v.Chr. behaalde Alexander de Grote een beslissende overwinning op koning Darius III van Perzië in de Slag bij Gaugamela. Het markeerde het einde van zijn epische campagne om de Perzische invasie van Griekenland 150 jaar eerder te wreken. Door zijn overwinning werd hij de meester van de westelijke en centrale delen van het oude Perzische rijk, maar Alexander was niet tevreden met de enorme gebieden die hij had veroverd. Alexander noemde zichzelf niet alleen de koning van Perzië, maar iets groters, Heer van Azië. En hij kon het niet verdragen dat de oostelijke gebieden van het Perzische rijk nog niet onder zijn heerschappij vielen. De ruige noordoostelijke grens moest worden onderworpen. Dat zou niet gemakkelijk zijn. Het terrein, dat delen van het moderne Afghanistan, Oezbekistan en Tadzjikistan omvatte, was bergachtig en getekend door woestijnen.

Het verhaal van Alexander de Grote in Afghanistan zou er een blijken te zijn dat sindsdien voor iedereen met dezelfde ambities bewaarheid is geworden. Hij had zijn grote veldslagen tegen de Perzen gewonnen door het meesterlijke gebruik van een leger dat op efficiënte wijze zware cavalerie, zware infanterie en voetsoldaten combineerde. Maar de flexibele militaire genialiteit die Alexander absolute superioriteit over zijn tijdsgenoten bezorgde, bleek niet opgewassen tegen wat hem in Afghanistan te wachten stond.

“Moge God je behoeden van het gif van de cobra, de tanden van de tijger en de wraak van de Afghanen”

De verovering van Afghanistan draaide uit op een lange en bloedige oorlog: Alexander zou het grootste deel van drie uitputtende jaren besteden aan frustrerende pogingen om de weerspannige inheemse volkeren, die toen al guerrilla-acties onder de knie hadden, te onderwerpen. Het zou hem breken. Het was in de koude bergen en uitgedroogde woestijnen van Afghanistan dat de morele en fysieke instorting (hij begon zwaar te drinken) van Alexander begon.

Tot Afghanistan was Alexander een veroveraar met een – zeker voor die tijd – nobel karakter. Hij werd geprezen om zijn clementie jegens verslagen vijanden en zijn vrijgevigheid en vergevingsgezind tegenover zijn strijdmakkers. Maar toen Alexander gefrustreerd raakte door de Afghaanse campagne, reageerde hij met een beangstigende wreedheid die zijn nobele imago logenstraft. Niet alleen richtte hij een genocide aan bij de inheemse bevolking, tegen het eind van de Afghaanse campagne had Alexander veel van zijn naaste kameraden en belangrijkste generaals geëxecuteerd. Inclusief Clitus, die al van kindsbeen af zijn vriend en trouwe metgezel geweest was. Alexander doodde hem in een vlaag van woede, stomdronken.

In 326 v.Chr. weigerden zijn soldaten nog verder te gaan. Alexander besloot daarom terug te keren naar Babylon. Hij stierf er in 323 v.Chr. op 32-jarige leeftijd, gedesillusioneerd omdat hij zijn plannen om heel Azië te veroveren nooit tot uitvoering had kunnen brengen. In tegenstelling tot de legende, werd hij wellicht niet vergiftigd, maar bezweek hij aan chronische pancreatitis, veroorzaakt door zijn in Afghanistan begonnen alcoholisme.

Aan Alexander wordt de quote toegeschreven “Moge God je behoeden van het gif van de cobra, de tanden van de tijger en de wraak van de Afghanen”. Het is onwaarschijnlijk dat hij dat ooit heeft gezegd, maar ver van de waarheid zal het niet zijn.

Ook voor Genghis Khan had Afghanistan een persoonlijk drama in petto

Dat ondervond ook die andere grote veroveraar Genghis Khan. Toen de Mongolen in Afghanistan aankwamen in 1221, kregen ze te maken met enorme weerstand. De Afghanen vermoordden de favoriete kleinzoon van Genghis, en als wraak besloten de Mongolen, al niet van een kleintje vervaard als het aankwam op annihilatie, eens heel goed huis te houden. De hordes van Genghis Khan verwoestten alle steden, dorpen en irrigatiesystemen die op hun pad kwamen. Het dwong de Afghanen zich terug te trekken in bolwerken in de bergen, waar ze de guerrillavaardigheden verfijnden die latere indringers van de 19e en 20e eeuw zo’n parten speelden.

Genghis maakte ook de toenmalig belangrijkste steden – Herat, Balkh en Bamyan – met de grond gelijk. De Mongoolse veroveraar scheen niet te beseffen dat zonder die handelssteden, mensen zouden verhongeren in het pas veroverde gebied. Het vernietigen en massaal moorden, zorgde bovendien voor een reeks uitbraken van ziekten. En terwijl in andere gebieden waar de Mongolen zoiets flikten de bevolking doorgaans in lijn viel van de nieuwe heersers uit wanhoop, deden de Afghanen dat niet. Het verzet werd alleen maar groter. De Mongolen realiseerden zich dat Afghanistan onbestuurbaar was. Dus het beste was om het te vernietigen, een taak die ze met adembenemende efficiëntie uitvoerden. Na verloop van tijd redeneerde Khan dat Afghanistan al die moeite niet waard was in zijn Aziatische veroveringsplan. En hij trok zich terug.

Verschillende Arabische en islamitische heersers uit onder meer Pakistan, India en zelfs Russische moslims hebben op hun beurt gedurende de honderden jaren die volgden geprobeerd Afghanistan te bezetten. Afghanen reageerden steevast met sabotage, belastingontduiking en niet-naleving van de opgelegde wetten. Ruwe, maar georganiseerde, op dorpen gebaseerde terroristische groeperingen zorgden ervoor dat al deze indringers hun bewind in veroverde regio’s nooit konden stabiliseren. Geen van deze indringers realiseerde hun doelstellingen met enige bestendigheid.

Te paard, met voornamelijk wapens uit WO2 en een beetje hulp van de VS, dwongen de Afghanen het grootste leger ter wereld op de knieën

Tussen 1830 en 1919 probeerde het Britse rijk z’n wil op te leggen aan het Afghaanse volk, zoals het dat had gedaan in India. Het leidde tot drie Anglo-Afghaanse oorlogen. Hoewel de Britse en Indiase troepen qua aantallen en uitrusting superieur waren aan de inheemse strijdkrachten, bleken de Afghanen, die veel slachtoffers bij de bezetters maakten, resistent tegen Brits bestuur. De Britten betaalden niet alleen een prijs in gesneuvelde soldaten: het verzet van Afghanistan had het onbedoelde gevolg dat de Indiërs zouden worden geïnspireerd om onafhankelijkheid te zoeken.

Van 1979 tot 1989 probeerde de Sovjet-Unie om Afghanistan onder controle te krijgen. Te paard, met voornamelijk wapens uit de Tweede Wereldoorlog en een beetje hulp van de VS, dwongen de Afghanen het toenmalige grootste leger ter wereld uiteindelijk tot terugtrekking. Na de terugtrekking van de Sovjets waren er jaren van instabiliteit en burgeroorlog. In 1996 vormden de taliban (religieuze fanatici die in de shariawetgeving geloven) een enigszins werkende regering in het zuidelijke deel van het land.

“En nu zullen de taliban een prijs betalen”

Weken nadat Al Qaeda op 11 september de Verenigde Staten aanviel, kondigde president George W. Bush aan dat Amerikaanse troepen de terroristische groepering en talibandoelwitten in Afghanistan hadden aangevallen. Bush zei dat de Taliban, die toen het grootste deel van Afghanistan bestuurden, zijn eis hadden afgewezen om de leiders van Al Qaeda uit te leveren die de aanvallen vanuit bases in Afghanistan hadden gepland. Hij zei dat hij van plan was de leiders van Al Qaeda voor het gerecht te brengen en voegde eraan toe: “En nu zullen de taliban een prijs betalen.”

Maar tegen december 2001 waren de Al Qaeda-leider Osama bin Laden en andere topcommandanten gevlucht naar Pakistan, een nominale bondgenoot van de VS. Amerikaanse troepen achtervolgden hen niet en Pakistan ontwikkelde zich uiteindelijk tot een veilige haven voor talibancommandanten en -strijders, die in de daaropvolgende jaren de grens overstaken om Amerikaanse en Afghaanse troepen aan te vallen.

Binnen Afghanistan gooiden Amerikaanse troepen snel de talibanregering omver. In mei 2003 kondigde minister van Defensie Donald Rumsfeld een einde aan aan grote gevechtsoperaties in het land. Na de taliban op de vlucht te hebben gejaagd, draaiden de Verenigde Staten en de NAVO zich om de wederopbouw van een mislukte staat en het vestigen van een democratie in westerse stijl, waarbij miljarden werden uitgegeven aan de wederopbouw van een wanhopig arm land dat al werd verwoest door twee decennia van oorlog, eerst tijdens de Sovjetbezetting in de jaren tachtig en dan tijdens de voortgaande burgeroorlog.

De Amerikanen pompten meer geld in Afghanistan dan ze deden met het Marshall Plan in 16 Europese landen tussen 1948 en 1952. Maar de corruptie was wijdverbreid, met honderden miljoenen dollars aan wederopbouw en investeringsgeld dat werd gestolen of verduisterd. De door de Amerikanen geïnstalleerde regering bleek niet in staat te voorzien in de meest elementaire behoeften van haar burgers.

In juni 2011 wist het Pentagon al dat oorlog niet militair gewonnen kon worden

In 2003 begonnen de Verenigde Staten hun militaire aanwezigheid in Afghanistan te verschuiven naar de oorlog in Irak, die in maart van dat jaar van start ging. De taliban profiteerde daarvan om zich te herstellen. Omdat de taliban opnieuw een grotere militaire dreiging vormden, stuurde president Barack Obama duizenden extra troepen naar Afghanistan. Maar de taliban werden alleen maar sterker en veroorzaakten zware verliezen aan de Afghaanse veiligheidstroepen, ondanks de Amerikaanse gevechtsmacht en voortdurende luchtaanvallen.

In mei 2011 doodde een US Navy SEAL-team Osama bin Laden in een gebouw in Abbottabad, Pakistan, waar hij jarenlang in de buurt van een Pakistaanse militaire trainingsacademie woonde. In juni kondigde Obama aan dat hij Amerikaanse troepen naar huis zou gaan halen. Tegen die tijd had het Pentagon geconcludeerd dat de oorlog niet militair kon worden gewonnen en dat alleen een onderhandelde regeling het conflict in Afghanistan kon beëindigen.

In 2018 begon de regering Trump effectief te onderhandelen met de taliban. En op 14 april van dit jaar kondigde president Joe Biden aan dat alle Amerikaanse troepen het land zullen verlaten tegen 11 september. Met andere woorden, na 20 jaar zal er niks bereikt zijn. En de Amerikanen ondergaan daarmee het lot van al hun voorgangers. Alle pogingen ooit tot iets wat op gecentraliseerde controle lijkt in het land, zelfs door inheemse Afghaanse regeringen, zijn mislukt.

De drie grote redenen waarom het zo moeilijk is

Afghanistan is bijzonder moeilijk te veroveren om veel redenen, maar voornamelijk vanwege drie factoren. Ten eerste, omdat Afghanistan zich op de belangrijkste landroute tussen Iran, Centraal-Azië en India bevindt, is het vele malen binnengevallen en bevolkt door een overvloed aan stammen, waarvan vele wederzijds vijandig tegenover elkaar en buitenstaanders staan. Het is erg moeilijk voor veroveraars om de unieke relatie tussen de 14 erkende etnische groepen van het land en de verschillende stammen te begrijpen en in te schatten.

De VS hebben bijvoorbeeld de nadruk gelegd op het samenwerken met Pashtuns bij het creëren van een regering in Afghanistan. Maar hoewel ze de etnische meerderheid vormen, zijn Pashtuns verspreid over multi-etnische en meertalige stammen, en daardoor was de focus van de Verenigde Staten op hen als een monolithische groep gedoemd te mislukken.

Ten tweede: vanwege de frequentie van invasies en de prevalentie van tribalisme in het gebied, leidde de wetteloosheid die daardoor ontstond tot een situatie waarin bijna elk dorp of huis werd gebouwd als een fort (of qalat). Ze deed ook een cultuur ontstaan van guerrillaoorlogvoering, die invasie na invasie versloeg en over millennia ondertussen is fijngesteld.

Ten derde maakt het fysieke terrein van Afghanistan verovering en heerschappij buitengewoon moeilijk. Logistiek gezien maakt het terrein het moeilijk om mensen en materieel te verplaatsen. Afghanistan wordt gedomineerd door enkele van de hoogste en grilligste bergketens ter wereld. Er is de Hindu Kush, die het land domineert (de hoogste berg ervan is 7.492 meter hoog) en door het midden en zuiden van het land loopt. Er is het Pamir-gebergte in het oosten. De Pamir-knoop – waar de Hindu Kush, Pamir, Tian Shan, Kunlun en Himalaya allemaal samenkomen, bevindt zich in Badakhshan in het noordoosten van Afghanistan.

Een andere oorlog die gevoerd wordt, lijkt nog wat hopelozer en oneindiger te worden: die tegen drugs.

Hoewel het mogelijk is om tijdelijk grondgebied in Afghanistan te veroveren, maken die drie factoren het vrijwel onmogelijk om de regio lang vast te houden. Er is bovendien niet alleen de uitdaging die de Afghaanse bevolking stelt. De strategische ligging van Afghanistan – het verbindt Centraal-Azië en het Midden-Oosten met Zuid- en Oost-Azië – maakt dat het deel uitmaakt van veel politieke agenda’s. Wanneer grote rijken oorlog voeren in Afghanistan, stuiten ze steevast op pogingen van andere landen om hun eigen invloed in de regio te vergroten. Tijdens de Britse bezetting in de 19e eeuw, kregen de Afghanen steun van de Russische tsaren. Tijdens de Russische bezetting werden de moedjahedien in het geheim bewapend door de CIA met raketwerpers. Tijdens de Amerikaanse bezetting kreeg de taliban steun uit Iran en vooral Pakistan.

De Amerikaanse en NAVO-aanwezigheid heeft er bovendien toe geleid dat een andere oorlog die gevoerd wordt nog wat hopelozer en oneindiger lijkt te worden: die tegen drugs.

Eind 2017 lanceerden Amerikaanse militaire commandanten in Afghanistan Operatie Iron Tempest, een storm van luchtaanvallen door B-52 bommenwerpers, F-22 Raptors en andere gevechtsvliegtuigen. Het belangrijkste doelwit: een netwerk van clandestiene opiumproductielaboratoria waarvan Amerikaanse functionarissen zeiden dat ze 200 miljoen euro per jaar aan drugsgeld voor de taliban zouden helpen genereren.

Maar binnen een jaar doofde Operatie Iron Tempest uit. Veel van de vermoedelijke laboratoria bleken lege, met modder ommuurde gebouwen te zijn. Na meer dan 200 luchtaanvallen concludeerde het Amerikaanse leger dat Iron Tempest verspilling van middelen was.

Sinds 2001 hebben de Verenigde Staten ongeveer 9 miljard euro uitgegeven aan een duizelingwekkende reeks programma’s om Afghanistan ervan te weerhouden de wereld van heroïne te voorzien. De Verenigde Staten en hun naaste NAVO-bondgenoot, Groot-Brittannië, probeerden allerlei strategieën uit om de opiumproductie te verminderen. Ze betaalden boeren om te stoppen met het verbouwen van papaver, huurden huursoldaten in om papavervelden plat te branden en maakten plannen om ontbladeringsmiddelen in te zetten vanuit helikopters en vliegtuigen.

Geen enkele van die programma’s heeft gewerkt en in veel gevallen hebben ze de zaken erger hebben gemaakt. Een typisch voorbeeld: op een gegeven moment werd beslist om Afghaanse papaverboeren 350 euro per hectare te betalen – een fortuin in het verarmde, door oorlog geteisterde land – om hun gewassen te vernietigen. Boeren plantten daarop zo veel mogelijk papavers en boden een deel van hun opbrengst aan om te worden vernietigd terwijl de rest op de vrije markt werd verkocht. Anderen oogstten het opiumsap vlak voordat ze hun planten vernietigden en werden toch betaald. Vorig jaar verbouwden Afghaanse boeren papaver op vier keer zoveel land als in 2002.

Sinds de Amerikaanse bezetting heeft de opiumindustrie haar wurggreep op de Afghaanse economie verstevigd, grote sectoren van de Afghaanse regering gecorrumpeerd en de taliban een groeiende bron van inkomsten verschaft. Afghanistan domineert momenteel de wereldwijde opiummarkten. Vorig jaar produceerde het 82 procent van het wereldaanbod, volgens schattingen van het VN-bureau voor Drugs en Criminaliteit.

Lees ook:

(jvdh)

Meer
Lees meer...
Markten
BEL20