Waarom klimaatverandering niet alleen kommer en kwel is voor wijn

Tegenwoordig is het bijna onmogelijk om iets optimistisch te zeggen over klimaatverandering. En op korte termijn geldt dat zeker ook voor wijn – extreem weer verpestte de wijnoogst van 2021 nog grondig. Maar als we kijken naar de wijngeschiedenis, kunnen we leren dat er een aantal positieve effecten zijn.

Wijnbouwers door de eeuwen heen hebben effectief laten zien dat ze in staat zijn zich aan te passen aan de verschillende klimatologische veranderingen die zich in de afgelopen 8.000 jaar hebben voorgedaan, sinds de druif Vitis vinifera voor het eerst werd gedomesticeerd en verspreid. Als gevolg hiervan bleven de methoden om wijn te produceren – en de kwaliteit van die wijn – verbeteren.

De Kleine IJstijd (van de 15e tot 19e eeuw) is een mooi voorbeeld. Door de dalende temperaturen van de Kleine IJstijd werd het voor Noord-Europeanen quasi onmogelijk om nog wijn te maken. Maar zonder wijn vallen was geen optie. De kerk kon niet zonder – geen communie zonder wijn – en de opkomende klassen in de maatschappij hadden geleerd wijn te drinken: die moest dan maar gehaald worden in het zuiden. Daarom hebben we nu prachtige wijngaarden aan de Atlantische Oceaan (Saintonge, waar wijn wordt gedistilleerd om cognac te maken; Bordeaux in Frankrijk; Alto Douro en Madeira in Portugal; Jerez en Constanti in Spanje) en de Middellandse Zee in Spanje, Sicilië en Cyprus.

We hebben champagne te danken aan de Kleine IJstijd

Dat de wijn van verder moest komen en langer onderweg was, leidde ook tot vindingrijkheid. Zo vonden de Nederlanders de zwavelstok uit die werd verbrand om de vaten te steriliseren. De Engelsen begonnen wijnen te versterken met gedistilleerde dranken om wijnen met veel restsuiker te stabiliseren na de fermentatie en vonden, samen met de Vlamingen, dikke zwarte wijnflessen uit die gemaakt werden in kolengestookte ovens. Deze waren handig om de inhoud van een vat te portioneren en konden het verouderingsproces verlengen – zolang ze werden afgedekt met een kurk gemaakt van een natuurlijk materiaal dat door de Engelsen in Portugal werd ontdekt.

In de nog resterende noordelijkste wijngaarden verhinderde de kou de rijping van de druiven. De resulterende wijnen waren vaak vreselijk zuur. Bovendien werden de laatste stadia van de fermentatie gehinderd door de komst van het eerste koudefront en zouden ze pas in het volgende voorjaar worden hervat. Deze twee problemen leidden uiteindelijk tot de uitvinding van de bubbels in Champagne, door suiker uit het Caribisch gebied toe te voegen aan de zeer jonge wijn en deze in stevig gekurkte flessen te bewaren, waardoor tweede gisting en zware carbonatie ontstond.

Het probleem nu

Het tegenovergestelde fenomeen doet zich nu al geruime tijd voor. Stijgende temperaturen – afgewisseld met klimatologische afwijkingen zoals de late nachtvorst die afgelopen voorjaar in heel Europa plaatsvond en veel wijngaarden verwoestte – hebben verontrustende effecten.

Aan het andere uiterste “verbranden” druivenrassen met een zeer dunne schil bij warm weer in de zon. Tot nu toe werden de bladeren van deze wijnstokken uitgedund om meer zonlicht binnen te laten. Druiven rijpen over het algemeen te vroeg en de oogst moet snel gebeuren om een ​​zekere zuurgraad te behouden en zware, vlak smakende wijnen met een hoog alcoholgehalte en een korte houdbaarheid te vermijden.

Deze trend is niet alleen zichtbaar in de zuidelijke regio’s, maar ook in het noorden, bijvoorbeeld in de Franse Elzas. En tijdens zeer hete zomers kan de waterschaarste zo ernstig zijn dat veel druiven aan de wijnstok uitdrogen voordat ze rijpen.

Nieuwe methodes dringen zich op

Er moeten dus nieuwe methoden worden ontwikkeld, en dit is in hoge mate een continu proces. Om te beginnen zullen wijngaarden die te veel aan de zon zijn blootgesteld (zoals die in zuidelijke vlaktes en op hellingen gericht op het zuiden) moeten worden verlaten ten gunste van hoger gelegen en noordelijke gebieden. Pas geplante wijnstokken moeten worden geïrrigeerd om te overleven, maar voorzichtig en slechts voor een paar jaar, voor diepere beworteling. Bodems moeten zorgvuldig worden geselecteerd om rekening te houden met veranderende omstandigheden. Gehele of gedeeltelijke bodembedekking kan een effectief middel blijken te zijn om overmatige verdamping in bepaalde bodemsoorten te voorkomen.

De manier waarop we wijnstokken behandelen – met name snoeien en trimmen – moet worden aangepast zodat de rijping op regelmatige tijdstippen plaatsvindt. En we moeten niet meer zo dogmatisch zijn over wijnstokrassen.

Verplaatsen van wijnstokken verder naar het noorden kan voordelen opleveren

Het verplaatsen van wijnstokken verder naar het noorden kan voordelen opleveren. Proefplantages van Marsanne- en Syrah-druiven in Beaujolais zijn veelbelovend en, eenmaal bevestigd, zou dit ons ertoe moeten brengen de huidige wetgeving inzake beschermde oorsprongsbenaming te heroverwegen. Het maken van rode wijn uit Pinot-Noir-druiven in Champagne zou waarschijnlijk resulteren in een aantal zeer goede wijnen, zoals dat nu al het geval is in Oregon, Zuid-Duitsland, Oostenrijk en de Tsjechische Republiek.

Traditioneel produceerde het Japanse eiland Hokkaido, met zijn Siberische winters, slechts middelmatige hybride wijnsoorten. Tegenwoordig produceren vooruitstrevende wijnmakers er zeer fijne wijnen met witte druivensoorten uit het Rijngebied. Engeland wordt opnieuw bedekt met wijngaarden en produceert geweldige wijnen. Eén feit is bijzonder veelzeggend: koningin Elizabeth heeft 16.000 wijnstokken van Pinot-Noir, Pinot Meunier en Chardonnay laten planten in Windsor Park om haar eigen mousserende wijn te produceren.

Het zal nog wel even duren voordat Groenland een wijnbouwgebied wordt. Maar het is vermeldenswaard dat we nu op alle breedtegraden meer goede lokale wijnen produceren dan ooit tevoren in de geschiedenis van het wijnmaken.

(jvdh)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20