Waarom het langverwacht Pentagon-rapport over ufo’s geen aliens zal onthullen

Volgende week presenteert een speciale Pentagon-taskforce een langverwacht rapport over ufo’s aan het Amerikaans Congres. De verwachtingen zijn hooggespannen – doch helaas: het zal allemaal weer uitdraaien op een sisser. Echt bewijs van buitenaards leven zal uit een verre hoek van de ruimte komen, niet uit ufo’s in ons luchtruim. Maar het roept wel een interessante vraag op: als het toch ontdekt wordt, hoe gaat de mensheid daar dan op reageren?

Je hebt ze wellicht gezien: drie video’s van ufo’s die de Amerikaanse marine bijna een jaar geleden openbaar maakte. Deze video’s, vastgelegd met camera’s van marinevliegtuigen met infraroodsystemen, laten zwarte vormen zien die met ongelooflijke snelheden tegen de wind in zweven en soms versnellen.

De video’s zijn niet nieuw, maar de beelden hebben de afgelopen weken weer aandacht gekregen omdat een speciale Pentagon-taskforce naar verwachting een rapport over ufo’s aan het Congres zal afleveren volgende week. Die taskforce is vorig jaar opgericht om het ministerie van Defensie te helpen ‘de aard en oorsprong’ van de niet-geïdentificeerde luchtverschijnselen die zijn gedetecteerd door Amerikaanse militaire vliegtuigen beter te begrijpen. Het rapport zou moeten onthullen wat inlichtingendiensten weten over deze ufo’s en welke bedreiging de objecten vormen voor de nationale veiligheid.

De video’s zijn echt en ufo’s zijn in de meest basale zin ook echt. Het leger heeft objecten gezien die in de lucht vliegen, en het heeft niet geïdentificeerd wat ze zijn. Deze objecten, hoe je ze ook wilt noemen, zijn de moeite waard om nader te bekijken. Maar er is geen reden om te denken dat ze buitenaards zijn.

Als the truth out there is, dan is ze way out there

SETI is een project waarbij al twee decennialang door gevoelige radiotelescopen wordt gezocht naar signalen uit de ruimte die kenmerken hebben waaruit blijkt dat ze veroorzaakt zouden kunnen zijn door een buitenaardse beschaving. Het zou kunnen gaan om het toevallig onderscheppen van signalen die door een beschaving worden geproduceerd, of om signalen die opzettelijk worden uitgezonden om contact te maken met onbekende beschavingen elders. Hoewel er plausibele argumenten zijn om aan te nemen dat dergelijke beschavingen waarschijnlijk bestaan, is het tot nu toe nog niet gelukt ook maar enig intelligent signaal van buitenaardse oorsprong op te vangen.

SETI werkt volgens het principe dat ET de wetten van de natuurkunde volgt zoals we die kennen, maar wat de ufo-video’s zo aantrekkelijk maakt, is precies het tegenovergestelde: alles wat erin wordt vastgelegd, lijkt te bewegen op een manier die die exacte wetten lijkt te trotseren. Geleid door bekende fysica, zoeken SETI-astronomen naar buitenaardse wezens diep in de ruimte, in plaats van in de wolken boven ons – want als the truth out there is, dan is ze way out there: rond sterren op vele lichtjaren afstand.

Isopix

En zelfs na decennia van onderzoek heeft de SETI-gemeenschap nog geen bewijs van buitenaardse wezens gevonden, waarschijnlijk om dezelfde reden dat buitenaardse wezens, als ze zouden bestaan, waarschijnlijk niet onze planeet zouden bezoeken – de ruimte tussen sterren, laat staan ​​sterrenstelsels, is ondoorgrondelijk groot. Astronomen beginnen ook nog maar net de planeten rond andere sterren te begrijpen.

Waarom mensen blijven vasthouden aan het idee van groene mannetjes

Misschien blijven mensen vasthouden aan het idee dat ufo’s met buitenaardsen te maken hebben omdat de alternatieven voor aliens veel saaier zijn. De meest gedeelde UFO-video’s zijn waarschijnlijk van aardse oorsprong. Veel alledaagse objecten kunnen zich voordoen als iets buitenaards: experimentele vliegtuigen, atmosferische eigenaardigheden, drones, ballonnen, zelfs de planeet Venus. Glitches en vervormingen van de camera kunnen iets manifesteren dat er niet echt is. Overweeg deze verklaringen, en de magie begint te verdwijnen.

En als de huidige pandemie ons iets heeft geleerd: mensen zijn tuk op complottheorieën. De ufo’s worden zo een verhaal over nationale veiligheid (zou die onherkenbare technologie van een vijandige natie kunnen zijn?). Of een verhaal over connecties met Washington (een geheim UFO-programma van de regering). Of een verhaal over de alles on de doofpot stekende media (de meeste nieuwsberichten citeren keer op keer dezelfde cast van UFO-lobbyisten).

Het komende rapport gaat sowieso ontgoochelen. Het is in wezen een verhaal van bureaucratie; de speciale werkgroep is bedoeld om de aanpak van de overheid bij het catalogiseren en het maken van openbare verslagen van mysterieuze ontmoetingen te standaardiseren. De implicatie zal zijn dat het wellicht alleen maar het idee dat de overheid iets te verbergen heeft, zal versterken bij veel mensen.

Isopix

De mensheid zal wellicht wel degelijk overtuigend bewijs vinden voor buitenaards leven – en dat gaat misschien niet eens zo lang meer duren, ​​maar het zal zeer mogelijk in de vorm van microben komen. Zo’n leven heeft misschien bestaan ​​op Mars, naarwaar een rover is uitgezonden om te zoeken naar kleine dode wezens in de rotsen. En het kan nu bestaan ​​onder de ijskoude oppervlakken van de manen Europa en Enceladus.

Astronomen kunnen zelfs veelbelovende tekens detecteren op werelden buiten ons zonnestelsel, in de mix van chemicaliën in een wolk van exoplaneten die zo opvallend zijn dat iets levend verantwoordelijk moet zijn voor hun aanwezigheid. Die verre sferen zijn betere plekken om te kijken dan ons luchtruim. De bevindingen zullen minder internetwaardig, minder opwindend zijn – geen korrelig beeldmateriaal, alleen een stel kronkelige lijnen in een grafiek. Het is een beetje ingewikkeld en afstandelijk. We voelen ons er niet speciaal en geselecteerd door, en het geeft ons geen directe verbinding met andere wezens.

Het is overigens een interessante vraag: hoe gaat de mensheid reageren als buitenaards leven wordt ontdekt?

Op de avond voor Halloween in 1938 knetterde een vreemd verhaal uit de radio’s in de Verenigde Staten. Een omroeper onderbrak de normale programmering van de avond voor een ‘speciaal bulletin’ dat een buitenaardse invasie in een veld in New Jersey beschreef, compleet met paniekerige ooggetuigenverslagen en geluiden van geweerschoten. Het verhaal was natuurlijk nep, een dramatisering van The War of The Worlds, de sciencefictionroman die in 1898 door H. G. Wells werd gepubliceerd. Maar niet alle luisteraars wisten dat.

De exacte aard van de reactie van deze ongelukkige luisteraars is vreemd genoeg niet goed gedocumenteerd. Het verhaal dat duizenden mensen in paniek uit hun huizen de straat op renden, ervan overtuigd dat het land werd aangevallen door marsmannetjes, zou wat overdreven zijn. Ongeacht de werkelijke omvang van de reactie: de gebeurtenis hielp bij het versterken van een begrip dat later zou worden bestendigd in sciencefiction-tv-shows en films: mensen zullen waarschijnlijk niet goed reageren als en wanneer ze buitenaardse wezens tegenkomen.

Maar wat als het buitenaardse leven waarmee we geconfronteerd worden niet nachtmerrieachtig en intelligent is, maar eerder microscopisch? Misschien gaat het wel om clusters van kleine organismen die lijken op de vroegste levensvormen van de aarde, lang voordat die evolueerden om Hollywood-films te maken over kleine groene mannetjes.

Het Varnum-experiment toont dat we er best goed mee overweg kunnen

Het is een vraag die Michael Varnum wil beantwoorden. Varnum is hoogleraar psychologie aan de Arizona State University (ASU) en lid van het Interplanetary Initiative van die school, een onderzoeksproject voor ruimteverkenning. Varnum en zijn collega’s bij ASU hebben onlangs verschillende experimenten uitgevoerd om te peilen hoe mensen zouden reageren op nieuws over microbieel leven elders in het universum. De resultaten, zo concludeerden ze, suggereren dat we daar eigenlijk best goed mee overweg kunnen.

Isopix

In meerdere onderzoeken hebben Varnum en zijn team verschillende soorten tekst door software laten lopen die positieve en negatieve affecten in taal detecteert en analyseert. Het ging voornamelijk over mediaberichten met nieuws over de ruimte: de ontdekking van mysterieuze kosmische objecten die pulsars worden genoemd in 1967, de detectie van het onverklaarbare Wow!-radiosignaal in 1977, de melding dat een Mars-meteoriet in 1996 gefossiliseerde microben zou hebben gehad, en het vreemde flikkeren van een verre ster, voor het eerst onthuld in 2015, dat leidde tot speculatie over buitenaardse megastructuren. En uiteraard een recentere gebeurtenis, de ontdekking van ‘Oumuamua vorig jaar, het eerste bekende interstellaire object in ons zonnestelsel.

Waarom zouden we dit soort nieuws goed opvatten?

In alle gevallen toonde de tekstanalysesoftware aan dat mensen, zowel journalisten als niet-journalisten, meer positieve dan negatieve emoties leken te vertonen als reactie op nieuws over buitenaards leven. Mensen voelden zich ook positiever over microbieel leven buiten de aarde dan over door mensen gemaakt leven dat in het laboratorium werd gegenereerd.

De resultaten lijken te suggereren dat zolang buitenaardse wezens niet uit de lucht vallen, het goed kan zijn dat mensen weten dat er iets anders is. Hoewel er enige speculatie was dat ‘Oumuamua een buitenaards ruimteschip was – mogelijk eng! – toonde Varnums analyse aan dat zelfs daarover de reactie nog steeds positief was, misschien omdat het object zich van de aarde af bewoog en geen bedreiging vormde voor de planeet.

Het onderzoek van Varnum pakte de vraag aan hoe mensen zouden reageren, maar het waarom laat het onbeantwoord. Waarom zouden we dit soort nieuws goed opvatten? Misschien omdat beseffen dat het leven niet zomaar een ongeluk was dat op deze ene rots gebeurde een gevoel van troost geeft: het universum blijkt uiteindelijk niet leeg en koud te zijn. Maar hoe zit het met degenen voor wie het idee van leven buiten de aarde in strijd is met hun overtuigingen? De studies van Varnum vroegen de deelnemers niet om hun mening over religie te geven. Maar zijn onderzoek vond geen variatie in reacties op basis van persoonlijkheidskenmerken, politieke overtuigingen, inkomen en andere demografische factoren.

(jvdh)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20