Van bamboestengels op vuur gooien naar wat je zelf afschiet in de tuin: de geschiedenis van vuurwerk

Ondanks een verbod in steeds meer gemeentes, zal er aardig wat vuurwerk afgestoken worden van oud op nieuw. En hoewel die traditie om het met de jaarwisseling in je eigen tuin te doen relatief nieuw is in Vlaanderen, speelt de mensheid al heel lang heel graag met vuurwerk.

Vuurwerk is uitgevonden in het oude China. De details van de werkelijke oorsprong zijn voor de geschiedenis verloren gegaan, maar het werd waarschijnlijk ontwikkeld als een manier om geesten en andere kwaadaardige mythische figuren op afstand te houden met behulp van luide knallen. Daarvoor werden gedroogde bamboestengels op een vuur gegooid. Buskruit, een andere Chinese uitvinding, die in bamboe werd gestoken, was de volgende stap om dat effect te vergroten.

Tegen de 11e eeuw waren er buskruitwapens in China en in het begin van de 12e eeuw gebruikten de Chinezen voetzoekers en vuurwerk (yen huo) om een ​​bezoek van de Chinese keizer te vieren. Chinees vuurwerk omvatte raketten (of “aardratten” omdat ze over de grond werden afgevuurd) en wielen, gekleurde rookballen, voetzoekers en vuurwerk dat aan vliegers was bevestigd. Ze maakten allemaal een “glorieus geluid”.

Duiven en engelen

Er leeft nog altijd een theorie dat buskruit en vuurwerk misschien onafhankelijk in Europa werden uitgevonden, maar ze bereikten Europa waarschijnlijk via de Mongolen, die zich tegen het midden van de 13e eeuw vanuit China naar Midden-Europa verspreidden. In 1267 registreerde de Engelse monnik Roger Bacon het zien van wat zeer waarschijnlijk vuurwerk was, dat hij vergeleek met een bliksemflits en “het gegrom van de donder”.

In 1377 werd vuurwerk gebruikt bij een religieus mysteriespel in het bisschoppelijk paleis in Vicenza, en al snel werd het in heel Europa gebruikt door de kerk bij vieringen om vonken toe te voegen aan figuren van duiven, die de Heilige Geest vertegenwoordigen, of bij engelen, die met touwen op en neer werden bewogen.

Tegen de 15e eeuw werden raketten in Europa gebruikt voor militaire en vreedzame doeleinden. Vooral Italiaanse en Spaanse steden begonnen vuurwerk te gebruiken voor openluchtvieringen. De Italiaanse metallurg Vannoccio Biringuccio beschreef festiviteiten in Firenze en Siena tijdens de feestdagen, in het bijzonder “girandoles” of wervelende versierde wielen vol met vuurwerk die werden opgehangen aan een touw dat over een straat of plein hing.

Een rokende artisjok

Vuurwerk werd toen ook al gebruikt in onze contreien. Een uitgebreid in kleur geschilderd boek herdenkt het Schembart-carnaval van Neurenberg, waarbij mannen gekleed in felgekleurde kostuums door de stad paradeerden. Daarbij hoorde een soort pyrotechniek. Een afbeelding toont een man met een hoed in de vorm van een kasteel met vuurwerk dat uit de torens van zijn bizar hoofddeksel omhoog schiet, en interessant genoeg, hij heeft iets vast dat lijkt op een rokende artisjok.

Maar het spectaculairste van de vroege Europese vuurwerken was ongetwijfeld de Girandola (niet te verwarren met Biringuccio’s girandoles) die werd opgevoerd voor de verkiezing van een nieuwe paus in het Castel Sant’Angelo in Rome. Dit imposante kasteel aan de oevers van de rivier de Tiber werd oorspronkelijk gebouwd door keizer Hadrianus als mausoleum voor zijn familie, voordat het werd omgebouwd tot een fort en later een pauselijke residentie.

Vuurwerk werd vanaf het einde van de 15e eeuw vanaf het gebouw afgestoken. De voorstelling bestond eerst uit een verlichting van het kasteel met behulp van talgkaarsen en verlichte figuren van sterren en wapenschilden die rond de buitenkant van het gebouw werden geplaatst. Op een pistoolsignaal schoten handwerkers vuurballen omhoog die “op sterren leken die uit elkaar spatten”. De finale was een geweldig salvo van raketten. Biringuccio schreef: “Ze zijn zo geconstrueerd dat ze, nadat ze met een lange staart omhoog zijn gegaan, uiteenspatten en elk opnieuw zes of acht raketten afvuren.” Het effect was een enorme explosie van vuur en lawaai en rook, die toeschouwers vergeleken met de hemel die op de aarde viel of de vuren van de hel – een echt apocalyptische ervaring.

Jacob Hackert, Vuurwerk boven Castel Sant’Angelo in Rome, 1775.

Wedstrijd tussen draak en walvis

Tegen de 16e eeuw hadden vuurwerkfestivals vergelijkbaar met de Girandola zich naar Noord-Europa verspreid. Het meeste vuurwerk in deze periode werd gebruikt bij ware hofspektakels, opgevoerd om prinsen en hun acties te vieren, vaak met uitgebreide landschappen, kunstmatige kastelen, figuren van monsters en een scala aan exotische pyrotechniek.

In 1533 vierden de Engelsen de kroning van Anne Boleyn met aken op de rivier de Theems met “wilde mannen” die vuurstokken droegen en een “grote rode draak die voortdurend in beweging was en wildvuur uitwierp”. Duitse prinsen organiseerden schijngevechten en pyrotechnische pantomimes met wedstrijden tussen gigantische draken en vuurspuwende walvissen. Franse koningen voerden shows op met vuurwerk dat op zonnen en sterren leek en hun sterrenbeeld afschilderde. Het publiek verwonderde zich over deze evenementen, die een klein fortuin kosten om te produceren, en veel mensen vonden vuurwerk ook angstaanjagend.

In dat opzicht was het vroegste vuurwerk heel anders dan het vuurwerk dat we tegenwoordig kennen. De hoofse politiek en uitgebreide versieringen uit het verleden zijn allang verdwenen. In de 20e eeuw werd vuurwerk een eenvoudige weergave van gekleurd licht, waarbij de draken en kastelen sneuvelden. Maar de basis – het gebruik van buskruit dat stevig in containers is verpakt om een ​​reeks explosies, flitsen, knallen, vonken en geluiden te maken, samen met de enorme schaal en het drama die deze effecten creëren – is een constante bron van verbazing voor het publiek gebleven. En tegenwoordig kunnen we het ook gewoon zelf kopen en afsteken.

(kg)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20