Vakbonden willen uit twee ruiven eten

Ons huidig systeem van loonvorming is verre van optimaal. Afstappen van de loonnorm impliceert evenwel ook afstappen van de automatische loonindexering. Het doel van de vakbondsacties van vorige week, vrije loononderhandelingen met behoud van de automatische loonindexering, is gewoon niet ernstig. 

Het ABVV mobiliseerde vrijdag voor een nationale betoging tegen de loonnorm. En ook andere vakbonden voerden actie in bedrijven. De loonnorm zou het onmogelijk maken om echt te onderhandelen over de loonvorming. De vakbonden hebben gelijk dat onze loonvorming al langer een krakkemikkig systeem is dat te weinig ruimte laat om in te spelen op de specifieke situatie van de verschillende sectoren, van individuele bedrijven en evengoed van de gewesten. De coronacrisis heeft dit extra in de verf gezet, maar er zijn altijd beter presenterende sectoren en sectoren waar het minder goed gaat. En dat geldt uiteraard nog meer voor individuele bedrijven. Ons systeem van loonvorming op nationaal niveau op basis van de loonnorm zadelt al die sectoren en bedrijven op met een te uniforme loondynamiek, wat contraproductief is. 

Hetzelfde fenomeen speelt ook over de gewesten heen. De arbeidsmarkt in Vlaanderen ziet er anders uit dan die in Brussel en Wallonië. Zo bedroeg de Vlaamse werkloosheidsgraad in 2020 amper 3,5 procent. In Wallonië was dat 7,4 procent, in Brussel zelfs 12,4 procent. Qua werkzaamheidsgraad zit Vlaanderen in de Europese middenmoot, terwijl Wallonië en Brussel bij de zwakste regio’s van Europa horen. Dat de gewesten met zo’n verschillende arbeidsmarktsituaties via onze nationale loonvorming toch een gelijkaardige loondynamiek moeten volgen, is economisch weinig zinvol. 

Indexering

Zoals wel vaker in dit debat ‘vergeten’ het ABVV en de andere vakbonden evenwel te vermelden dat de loonnorm maar één kant is van de medaille van onze loonvorming. De andere kant is de automatische loonindexering. Die zorgt ervoor dat de lonen (en de uitkeringen) snel en automatisch aangepast worden aan de inflatie, gemeten aan de hand van de gezondheidsindex. Die indexering wordt als vanzelfsprekend beschouwd, maar is dat niet. Geen enkel land ter wereld heeft zo’n uitgebreid en automatisch systeem van indexering van de lonen. Andere landen met zulke indexeringsmechanismen stapten daar lang geleden al van af, onder meer Nederland in 1982, Frankrijk in 1983 en Italië in 1993. In België blijven we vasthouden aan dit voorbijgestreefde systeem, wat ons in het verleden al opzadelde met te sterke loonstijgingen in crisisperiodes die onze concurrentiepositie ondermijnden.

In het huidige debat verwijzen de vakbonden naar de te beperkte 0,4 procent reële loonstijging voor de periode 2021-2022. Ze vergeten daarbij steevast de 2,8 procent verwachte indexering voor die periode. Bovendien zal de werkelijke indexering zeker hoger uitkomen dan die verwachting. Bij de start van het loonoverleg lag de verwachte stijging van de gezondheidsindex over 2021-2022 op 3 procent. Ondertussen stelde het Planbureau die verwachting bij tot 3,7 procent, en die hogere inflatie wordt automatisch vertaald in hogere lonen. En daar zal het allicht niet bij blijven. De recente stijging van de gas- en elektriciteitsprijzen en de aanhoudende leveringsproblemen voor heel wat inputs suggereren dat de inflatieverwachtingen de komende maanden nog verder opwaarts bijgesteld zullen worden. Nu al ziet het er naar uit dat de totale loonstijging in de periode 2021-2022 duidelijk boven 4 procent zal uitkomen.    

Vrije loononderhandelingen

De roep voor meer vrije loononderhandelingen is terecht. Dat zou economisch inderdaad verstandiger zijn. Maar vrije onderhandelingen impliceren uiteraard ook het einde van de automatische indexering. De loonnorm en de indexering zijn immers aan elkaar gekoppeld. Verre van ideaal, maar wel een manier om een precair evenwicht in de loonvorming te krijgen. Pseudo-vrije onderhandelingen die vastgeklonken blijven aan de automatische indexering hebben weinig zin. Erger nog, die dreigen onze concurrentiepositie snel onderuit te halen. In echt vrije onderhandelingen kan er veel beter rekening gehouden worden met de economische omstandigheden en met de specifieke situatie van de sector of het bedrijf. Op die manier zouden vrije onderhandelingen ook bijdragen tot een sterkere economie, en uiteindelijk ook tot meer jobs en meer koopkracht. Het doel van de vakbondsacties van vorige week, vrije loononderhandelingen met behoud van de automatische loonindexering, is gewoon niet ernstig.   


De auteur Bart Van Craeynest is hoofdeconoom bij Voka en auteur van het boek Terug naar de feiten

Meer
Laatste update:
Laatste update:
Lees meer...
Markten
BEL20