Thanksgiving ontmaskerd: de gruwelijke oorsprong en de waarheid achter dat feest

Dit jaar was het 400 jaar geleden dat de eerste Thanksgiving in New England plaatsvond. Nou ja, in het hoofd van de Amerikanen dan. Herinnerd als een allegorie voor doorzettingsvermogen en samenwerking, is dat verhaal van die eerste Thanksgiving in 1621 een belangrijk onderdeel geworden van hoe Amerikanen denken over de oprichting van hun land. Het probleem? Het hele gedoe, en zeker hoe het in het hoofd van de meeste Amerikanen zit, is gebaseerd op iets wat nooit gebeurde. En de echte roots van Thanksgiving zijn bijzonder sinister.

Thanksgiving is samen met Kerstmis de belangrijkste feestdag van het jaar in de Verenigde Staten. Bovendien hangt er een verlengd weekend aan, waarin ook Black Friday zit, de supersoldendag. De Amerikanen herdenken met Thanksgiving een feest dat de Pilgrim Fathers in 1621 zouden hebben gevierd toen zij in Plymouth in Massachusetts een nederzetting hadden gesticht. Na de barre tocht met de Mayflower vanuit Europa mislukte de eerste oogst daar. Toen er, volgens het verhaal althans, dankzij de hulp van indianen van de Wampanoag-stam en na een Indian Summer, in november alsnog geoogst kon worden, volgde de eerste viering van Thanksgiving Day.

Maar de meeste van de verhalen omtrent de Amerikaanse Thanksgiving zijn mythes die zijn ontstaan aan het eind van de 19e en begin van de 20e eeuw in een poging een algemene nationale identiteit te scheppen in de naweeën van de Amerikaanse Burgeroorlog en in de smeltkroes van nieuwe immigranten.

Zo klopt het bijvoorbeeld van geen kanten dat de indianen zouden hebben mogen meezitten aan de feestdis. Het echte verhaal van 1621 is wellicht dat de pilgrims meededen aan een indiaanse traditie voor een oogstfeest – en dat zij uitgenodigd werden. Op het menu zou dan vooral hertenvlees en geen kalkoen hebben gestaan. Bovendien, zelfs als dat ooit gebeurde, is het niet dat wat de jaarlijkse viering van Thanksgiving Day startte.

Wat er echt gebeurde

De echte roots van het jaarlijkse vieren van Thanksgiving zijn niet bekend bij het grote Amerikaanse publiek, en daar is een goeie reden voor: het is niet echt iets om trots op te zijn. We moeten even fast forwarden met 16 jaar. In 1637 verzamelden meer dan 700 mannen, vrouwen en kinderen van de Pequot-stam zich voor hun jaarlijkse oogstfeest, het Groene Maïs-feest. Dat ging door in de buurt van het huidige Groton (Connecticut).

’s Nachts werden de slapende Pequots omringd door Engelse en Nederlandse huursoldaten. Bij het aanbreken van de ochtend werden de indianen bevolen uit hun kamp te komen. Degenen die dat deden werden doodgeschoten of doodgeknuppeld, terwijl de doodsbange vrouwen en kinderen die zich in het langhuis van het kamp hadden verzameld, levend werden verbrand.

Begin van de genocide

De volgende dag verklaarde de gouverneur van de Massachusetts Bay Colony “A Day Of Thanksgiving”. Omdat 700 ongewapende mannen, vrouwen en kinderen waren vermoord dus. Dat is de niet zo romantische realiteit van die tijd: indianen werden door de kolonisten, onder wie een pak religieuze fanatici en fundamentalisten, niet gezien als mensen, maar iets wat in de weg liep.

Aangemoedigd door hun “overwinning” op de Pequots in Groton vielen de “dappere” kolonisten daarop indianendorp na indianendorp aan. Vrouwen en kinderen van boven de 14 jaar werden als slaaf verkocht terwijl de rest werd vermoord. Boten vol met 500 slaven verlieten regelmatig de havens van New England. Er werden premies ingesteld voor wie hoofdhuiden van indianen inleverde om zoveel mogelijk het doden van de oorspronkelijke bevolking te stimuleren.

Na een “bijzonder succesvolle overwinning” tegen de Pequot in wat nu Stamford (Connecticut) is, kondigden de kerken opnieuw een dag van “Thanksgiving” aan om “de overwinning op de heidense wilden te vieren”.

Tijdens het feesten werden de afgehakte hoofden van inheemsen als voetballen door de straten geschopt. Zelfs de vriendelijke Wampanoag ontsnapten niet aan de waanzin. Hun opperhoofd werd onthoofd en zijn hoofd gespietst op een paal in Plymouth, Massachusetts – en dat gruwelijk monument bleef daar 24 jaar lang staan.

Propaganda

De genocide op de indianen werd steeds waanzinniger en bloediger en het was traditie om na elke succesvolle slachting dagen van Thanksgiving en de bijhorende feesten te houden. George Washington stelde uiteindelijk in 1789 voor om slechts één dag Thanksgiving per jaar te houden in plaats van elke massamoord te vieren. In 1863 bepaalde president Abraham Lincoln dat die dag altijd zou vallen op de laatste donderdag van November. Dezelfde dag dat hij dat decreet tekende, gaf hij zijn troepen opdracht te marcheren tegen de uitgehongerde Sioux in Minnesota.

Het was pas na de Eerste Wereldoorlog dat de versie van Thanksgiving zoals ze nu bekend is – broederschap tussen puriteinen en hun indiaanse redders – tot stand kwam. Het stond zo in de eerste studieboeken die massaal verspreid werden op openbare basisscholen. Het was een compleet verzinsel, een slim gemaakt stukje culturele propaganda.

In 1941 werd Thanksgiving bekrachtigd als wettelijke feestdag. Maar voor native americans of de Amerikaanse indianen is Thanksgiving helemaal geen feestdag maar een dag van rouw. Voor hen signaleert het telkens het begin van een proces waarin zij hun land verloren aan de kolonisten, en hun populatie steeds zagen afnemen. Verschillende stammen, waaronder de Wampanoag-stam, komen sinds 1970 jaarlijks samen in Plymouth, Massachusetts, voor het herdenken van die teloorgang.

Een lang weekend schransen en shoppen

Thanksgiving anno 2021 heeft in het hoofd van de meeste Amerikanen echter niks vandoen met die echte geschiedenis. Het is een verhaal van misplaatst religieus gedoe, er worden nog meer dankgebeden dan gebruikelijk omhoog gezonden voor alle zegeningen die de jonge natie telt. Maar is vooral van een lang weekend schransen met de familie en een dag manisch shoppen.

(kg)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20