Wat zou Rétromobile zijn zonder zijn iconische veiling, die liefhebbers van over de hele wereld aantrekt? Dit jaar stond in het teken van vernieuwing: veilinghuis Gooding Christie’s nam voor het eerst de organisatie in handen en bracht maar liefst 83 bijzonder boeiende kavels onder de hamer.
Tussen de 83 kavels zaten meerdere pareltjes waarvan op voorhand al duidelijk was dat ze het publiek, zowel ter plaatse als online, zouden begeesteren. Hoewel een Talbot-Lago met de iconische ‘waterdruppelcarrosserie’ van Figoni en Falaschi als dé ster van de veiling werd aangekondigd, was het uiteindelijk een recenter model dat alle aandacht én verwachtingen overtrof.
Dochter van Groep B
Het ging om een Ferrari 288 GTO, een van slechts 272 exemplaren die tussen 1984 en 1985 werden gebouwd. Oorspronkelijk ontworpen voor deelname aan de FIA Groep B, waarvoor minstens tweehonderd straatversies vereist waren voor homologatie, was deze GTO een puur race-inspiratieproject. Onder de motorkap lag een 2,9 liter-V8 met dubbele IHI-turbo’s, goed voor 400 pk en 496 Nm koppel.
Onder de lijnen van deze 308 GTB met bodybuilderlooks schuilde een mechanisch beest: tam bij lage snelheden, maar niets minder dan explosief zodra je het gaspedaal vloerde. Dankzij een lichtgewicht chassis van koolstofvezel, kevlar en Nomex woog de 288 GTO slechts 1.244 kilo. Daarmee sprintte hij in slechts 4,8 seconden van 0 naar 100 km/u. Een verbluffende prestatie voor die tijd.
Bijna nieuw
De 288 GTO was exclusief voorbehouden aan trouwe Ferrari-klanten, die zonder aarzelen zo’n 150.000 euro neerlegden om er een te bemachtigen. Ferrari ontwikkelde zelfs een ultieme variant: de ‘Evoluzione’, waarvan slechts vijf exemplaren het levenslicht zagen. Die extreme versie vormde later de basis voor de legendarische F40.
Zeldzaam, exclusief en duivels snel, de 288 GTO heeft alle ingrediënten om records te breken op veilingen, zeker gezien het feit dat er maar zelden exemplaren op de markt verschijnen. Het model dat Gooding Christie’s onder de hamer bracht, was ronduit uitzonderlijk: amper 1.500 kilometer op de teller en in absolute nieuwstaat.
De auto had slechts twee eigenaars en verbleef meer dan dertig jaar in handen van dezelfde familie van toegewijde Ferrari-liefhebbers. Hij werd geleverd met het originele garantieboekje, handleidingen én gereedschapskist. Een zeldzaamheid op zich. Dankzij het prestigieuze Ferrari Classiche-certificaat, dat de authenticiteit en originele staat bevestigt, stal hij de show in Parijs. De bieders streden hevig om dit juweel te bemachtigen. Hoewel de geschatte waarde tussen de zes en zeven miljoen euro lag, tikte de hamer uiteindelijk af op maar liefst 9.117.500 euro, kosten inbegrepen!
Ter vergelijking: de iconische Talbot-Lago leverde ‘slechts’ 6,75 miljoen euro op, een duidelijk signaal dat youngtimers populairder zijn dan ooit. Ze zijn praktischer in gebruik en spreken een jonger publiek aan, dat zonder aarzelen diep in de buidel tast om z’n droomauto te bemachtigen.

