De autotransformatie van de 21ste eeuw draait niet alleen om de overstap (of geleidelijke doorbraak) naar elektrische auto’s. De uitdagingen reiken veel verder dan de aandrijving alleen. Die omwenteling dwingt ook tot een herziening van de productiemethoden. Tesla gooide recent de spelregels overhoop met zijn gigacasting-techniek, waarbij grote delen van de carrosserie of het chassis in één stuk worden gegoten. Dé ultieme oplossing? Niet noodzakelijk. Europese constructeurs kiezen namelijk voor een ander pad: geleidelijker, maar beter afgestemd op hun industriële en financiële noden.
Waarom dat verschil? Dat heeft alles te maken met zowel de economische context als de specifieke structuur van de Europese industrie. Terwijl Chinese of Amerikaanse spelers snel hun platformen kunnen hertekenen en in nieuwe machines investeren, moeten Europese groepen het bestaande optimaliseren. Geen race naar gigantisme dus, maar een doorgedreven rationalisering van onderdelen en processen.
Gigacasting: alles-in-één
Gigacasting steunt op één basisprincipe: tientallen, soms meer dan honderd gelaste onderdelen vervangen door één enkel onderdeel in aluminium, gegoten onder hoge druk. Tesla was de eerste om deze techniek op grote schaal te industrialiseren, vooral voor de chassis van zijn Model 3 en Model Y.
Gigacasting verlaagt de kosten en de complexiteit aanzienlijk. Deze techniek vermindert zowel het aantal robots als het aantal benodigde handelingen. Het zorgt voor een kostenreductie van ongeveer 40% voor een platform, terwijl de structuur van het voertuig ook lichter wordt. Dat lagere gewicht is vooral welkom bij elektrische auto’s, die al zwaar zijn door hun batterijen. Maar die efficiëntie heeft een prijs. De extreem krachtige persen vereisen zware investeringen, een specifieke logistiek en een fundamentele herziening van het voertuigarchitectuur. Daarbovenop komen nog de uitdagingen rond herstellingen (die complexer worden) en kwaliteitscontrole van zulke grote structurele stukken.
Gigastamping: vereenvoudigen zonder te breken
Dat is het verhaal van gigacasting. Maar de aanpak van gigastamping, waar Europese merken – en in het bijzonder toeleverancier Gestamp – op inzetten, is heel anders. Het procédé combineert vooraf geassembleerde elementen, meestal in staal, die vervolgens in één enkele ‘stempelbewerking’ gevormd worden tot een groot structureel onderdeel.
Het doel is niet om het niveau van gigacasting te evenaren, maar om het aantal componenten aanzienlijk te verminderen, terwijl men bestaande perslijnen kan gebruiken die minder complex en goedkoper zijn. Zo kan bijvoorbeeld een deurkader in één enkele cyclus geproduceerd worden. Deze aanpak beperkt dus de investeringskosten en vereenvoudigt tegelijk het ontwerp en de toelevering van onderdelen.
Kosten drukken
Deze techniek illustreert hoe groot de druk is op de marges van elektrische wagens en hoe fel constructeurs moeten zoeken naar besparingen in elke stap van het productieproces. Precies daarin blinkt gigastamping uit: het vereenvoudigt niet alleen de assemblage, maar ook de ontwikkelingsfase, de tests en het beheer van de hele logistieke keten.
In Europa zijn de eerste modellen met structuren uit gigastamping inmiddels in productie gegaan (al is nog niet bekend om welke modellen het precies gaat). Binnenkort volgen nog meer onderdelen die via gigastamping gemaakt worden. Het gaat onder meer om deurstructuren met geïntegreerde achterstijl en zelfs volledige vloerpanelen.
Niet alle Europese constructeurs keren zich echter af van gigacasting. Zo heeft de Volkswagen-groep beslist om de techniek toe te passen voor bepaalde onderdelen van zijn nieuwe generatie kleine elektrische auto’s, met name voor het batterijframe. Dat gegoten onderdeel vervangt meer dan honderd afzonderlijke elementen. Toch blijft het gebruik van gigacasting beperkt, wat de Europese positie goed illustreert: deze techniek wordt doelgericht toegepast. Beide technieken sluiten elkaar niet uit. Ze dienen gewoon een verschillend doel: waar gigacasting inzet op een radicale en kapitaalintensieve technologische sprong, mikt gigastamping op een geleidelijke optimalisatie, die compatibel blijft met bestaande platformen en financiële beperkingen.

