De meest recente National Historic Vehicle Survey van de Britse federatie voor oldtimers onthult een opvallend paradoxaal beeld: de interesse van jongere generaties voor oldtimers is nog nooit zo groot geweest… terwijl ze nog altijd grotendeels in handen zijn van oudere generaties. Enerzijds vindt 31% van de min-35-jarigen dat jongeren aangemoedigd moeten worden om zich te interesseren in historische voertuigen, terwijl dat in 2015 nog maar 20% was. Anderzijds is de gemiddelde leeftijd van een oldtimereigenaar inmiddels 66 jaar. Twee waarheden die haaks op elkaar staan…
Een op de vier jonge Britten is een potentiële toekomstige oldtimereigenaar
In tegenstelling tot het hardnekkige cliché is de aantrekkingskracht van klassieke auto’s bij jongvolwassenen niet kleinschalig of oppervlakkig. Het rapport toont aan dat 16- tot 34-jarigen bij de eersten zijn om de culturele, historische en educatieve waarde van klassieke auto’s te erkennen.
Zo is 36% van de jonge mannen (en 13% van de jonge vrouwen) geïnteresseerd in klassieke auto’s. 25% zou er graag een bezitten (12% bij de vrouwen). Deze jongeren zijn bovendien sterker overtuigd dan oudere generaties van het idee dat klassieke voertuigen gebruikt moeten worden, in plaats van stof te vergaren in een statische collectie.
Dynamischer dan hun voorgangers
De meest verrassende statistieken gaan over de betrokkenheid: het zijn de 25- tot 34-jarigen die het meest dynamisch blijken. In die leeftijdsgroep vind je het grootste aantal mensen dat zich informeert over klassieke voertuigen (27%) en die deelnemen aan gespecialiseerde evenementen (18%). In tegenstelling tot wat je zou verwachten, vormen jongeren van 16 tot 24 jaar de tweede meest geïnteresseerde leeftijdsgroep.
Steeds meer interesse
Vandaag verklaren zo’n 9,7 miljoen Britten dat ze een klassiek voertuig willen bezitten, tweemaal zoveel als bij de vorige studie uit 2020. Het potentieel is dus enorm. Cijfers die duidelijk ingaan tegen de clichés.
En in België?
De laatste gelijkaardige studie over België dateert van 2017, maar we durven vermoeden dat de huidige realiteit daar niet ver vanaf ligt. Het volstaat om de gangen van oldtimerbeurzen en bijeenkomsten af te lopen, of gewoon te kijken naar de smartphones die de lucht in gaan bij het voorbijrijden van een klassieker, om overtuigd te raken. Ook professionals bevestigen het: natuurlijk is deze jonge generatie meer geïnteresseerd in modellen uit de jaren 1990 tot 2010, maar ze is goed geïnformeerd én gepassioneerd. Maar waarom blijft de gemiddelde leeftijd van eigenaars dan toch stijgen?
Financiële drempel
De eerste hindernis is natuurlijk financieel, al wordt dat vaak verkeerd begrepen. Eerst en vooral moeten we af van het beeld dat de wereld van klassieke auto’s alleen weggelegd is voor een elite. Het Britse rapport wijst erop dat 36% van de eigenaars van historische voertuigen minder dan 35.000 pond per jaar verdient (iets meer dan 40.000 euro). In Frankrijk toont een studie van de FFVE uit 2024 aan dat het gemiddelde jaarlijkse gezinsinkomen van oldtimereigenaars 50.000 euro bedraagt. Die eigenaars behoren dus in grote meerderheid tot de middenklasse.
Eigenlijk ligt het probleem niet bij het inkomen, maar bij de inflatie. Veel oldtimers zijn in waarde gestegen: volgens het Britse rapport is het aandeel van historische voertuigen dat minder dan 10.000 pond (ongeveer 11.500 euro) waard is, in vijf jaar gedaald van 51% naar 43%. Natuurlijk betekent die verschuiving niet dat betaalbare klassiekers volledig verdwenen zijn…
Voor een autoliefhebber van 30 of 40 jaar, die vaak volop bezig is met het opbouwen van een gezin en carrière, blijft die drempel hoog, zeker als hij of zij ook een woning probeert te kopen. Tal van studies tonen bovendien aan dat het voor jongeren vandaag moeilijker is om eigenaar te worden van een woning. Het is dus een kwestie van prioriteiten, waarbij het huis (liefst mét garage…) vaak voorgaat op de passie.
Tot slot brengen die youngtimers die zo populair zijn bij de jongere generatie, soms hogere kosten met zich mee dan veel oudere modellen: zowel qua verzekering, onderhoud als fiscaliteit kunnen die stevig doorwegen op het budget.
Wordt de passie onvoldoende doorgegeven?
De meest onderschatte drempel is niet economisch of wettelijk van aard, maar vooral psychologisch. De klassieke auto schrikt vaak af door zijn specifieke karakter en gebruiksvereisten. In dat opzicht toont het rapport aan dat jonge liefhebbers veel vaker enthousiastelingen zijn dan echte eigenaars, en dat het bezit zelden een solo-avontuur is. In de meeste gevallen komt het initiatief van buitenaf: een ouder, een mentor, een club of een betrouwbare professional. Zonder die context blijft een oldtimer intimiderend, zelfs voor een goed geïnformeerde liefhebber.
Als je al deze elementen samenlegt, is het duidelijk onterecht om te spreken van een tanende interesse: de cijfers tonen precies het tegenovergestelde aan. De jongere generaties begrijpen de waarde van klassieke auto’s en verdedigen die soms zelfs vuriger dan de vorige generaties. Het gaat hier weliswaar om een Britse studie, maar de kans is groot dat de situatie bij ons niet fundamenteel anders is…

