Een paar maanden terug raakte bekend dat zo’n zevenhonderd eigenaars van een Toyota Mirai in Californië de Japanse autobouwer Toyota voor de rechter dagen. Intussen zijn via de Amerikaanse media ook meer details bekendgeraakt over hun grieven. Kortweg komt het erop neer dat wat ooit werd verkocht als de auto van de toekomst – of Mirai zoals je dat in het Japans zegt – voor velen geëindigd is als een duur blok aan het been.
Je kan en je mag niet tanken
Wat het collectief van misnoegde eigenaars vooral stoort, is dat er van de beloofde infrastructuur niets in huis is gekomen, terwijl het Japanse merk moedwillig verborgen gebreken zou hebben verzwegen. Een getuige verklaarde tegenover nieuwszender CBS dat hij vastzat, omdat het enige tankstation in zijn regio stuk was en zijn Mirai de rit naar huis niet meer kon overbruggen.
Een andere eigenaar wees naar een mysterieuze sticker in de tankklep. Daarop staat “Do not refuel after 2036” te lezen voor een Mirai die in 2016 op de markt kwam. Het lijkt erop dat Toyota zelf een disclaimer heeft toegevoegd die zegt dat de auto onbruikbaar is na twintig jaar. In werkelijkheid blijkt het om een noodzakelijke inspectieperiode voor de waterstoftanks te gaan. Een dure grap - en van toepassing op alle waterstofvoertuigen – waarvoor weinig eigenaars of kopers warm zullen lopen. Veel Mirai-rijders laten hun auto inmiddels gewoon staan. Dat brengt een nieuw probleem met zich mee: na een week stilstand geeft de batterij er de brui aan. Dan start hij al helemaal niet meer.
Georganiseerde fraude?
Probleem is dat Toyota bij de lancering wel een grote dekking van waterstofstations had beloofd. Die is volgens de early adopters van deze innovatieve aandrijving dus nooit ingelost. Integendeel: waren er bij de introductie een twintigtal stations in Californië, dan werden dat er in de loop der jaren juist minder in plaats van meer. Vandaag is er in heel San Francisco zelfs geen enkel werkend waterstofstation meer te vinden. Bestuurders moeten daarom soms naar een andere county rijden. Energiebedrijven, die sowieso al worstelen om het waterstofverhaal rendabel te krijgen, staan niet te popelen om voorrang te geven aan de reparatie, of het in de lucht houden, van deze stations. Shell heeft in Amerika al zijn pompen ontmanteld.
De zaak gaat intussen verder dan alleen een gebrek aan tankmogelijkheden. In een federale rechtbank in Californië diende het advocatenkantoor Jason Ingber een omvangrijke klacht in waarin Toyota zelfs wordt beschuldigd van georganiseerde fraude (horen we daarin de galm van dieselgate?). De claim, goed voor 5,7 miljard dollar, is gebaseerd op de Amerikaanse RICO-wet (Racketeer Influenced and Corrupt Organizations Act), die normaal wordt ingezet tegen criminele organisaties. Volgens de aanklacht zou Toyota samen met zijn financieringspoot en dealers bewust ernstige veiligheidsrisico’s hebben verzwegen, en dat gedurende tien jaar.
“Tikkende waterstofbommen”
Zo zouden er problemen zijn met waterstoflekken nabij hete motoronderdelen, wat explosiegevaar oplevert, evenals plots vermogensverlies en falende remmen. Interne technici zouden de wagens zelfs “tikkende waterstofbommen” hebben genoemd.
Opvallend is bovendien dat de klacht ook verwijst naar een eerdere overeenkomst uit 2014 met het Amerikaanse ministerie van Justitie, waarin Toyota beloofde voortaan alle veiligheidsproblemen correct te melden na een groot schandaal rond onbedoelde acceleratie. Volgens de advocaten heeft het bedrijf die afspraak geschonden.
Veel Mirai-eigenaars hopen vooral van hun wagen af te raken. Maar de tweedehandsmarkt is zo leeg als Death Valley bij nacht. En tja, op de auto’s staat eigenlijk een vervaldatum: verboden te tanken na 2036, niet bepaald een duwtje in de rug van de restwaarde. Toyota zelf geeft voorlopig geen commentaar op de rechtszaak, maar het is duidelijk dat de gok van de welwillende pioniers die geloofden in waterstof als alternatief voor batterijrijden verkeerd is uitgedraaid. Wat een veelbelovend experiment voor verdere opschaling had moeten worden, is nu een regelrecht pr-fiasco.

