De Europese Commissie zou officieel hebben afgezien van een volledig verbod op de verkoop van benzine- en dieselvoertuigen in 2035. Die informatie werd bekendgemaakt door Manfred Weber, fractieleider van de Europese Volkspartij in het Europees Parlement, aan de Duitse krant Bild.
Wat lange tijd gold als een pijler van de Europese klimaatstrategie, zou dus verdwijnen – we blijven voorzichtig zolang er geen officiële aankondiging is – en plaatsmaken voor een minder radicale doelstelling: tegen die datum de gemiddelde CO₂-uitstoot van nieuwe personenwagens met 90% verminderen. Dat lijkt alvast de weg vrij te maken voor plug-inhybrides. Die koerswijziging volgt op weken van interne spanningen en intens lobbywerk door een auto-industrie die haar elektrische transitie nog lang niet heeft afgerond.
Markt nog niet rijp, sociale risico’s reëel
Europese constructeurs trokken herhaaldelijk aan de alarmbel. Volgens hen was het mikken op een volledige uitfasering van verbrandingsmotoren tegen 2035 een vorm van optimisme die geen rekening hield met de industriële en sociale realiteit. Vandaag is amper 16% van de nieuw verkochte auto’s in de Unie volledig elektrisch. De productieketens blijven duur, de volumes beperkt en de bevoorrading kwetsbaar (omdat die grotendeels uit Azië komt).
Bovendien blijft het ontbreken van een voldoende dicht laadnetwerk een structurele rem. Verschillende merken waarschuwen voor het risico op een zware commerciële terugval, die de industriële werkgelegenheid zou kunnen ondermijnen. Die werkgelegenheid staat nu al zwaar onder druk door de technische veranderingen die elektrificatie met zich meebrengt.
Anderen – zoals Volvo Cars en Polestar – wezen dan weer op de risico’s van veranderende spelregels. Een te verregaande versoepeling zou volgens hen de miljardeninvesteringen in platformen en fabrieken die volledig op 100% elektrische wagens gericht zijn, ernstig kunnen ondergraven. En als de Europese industrie op haar lauweren rust, dreigt ze haar achterstand op de Chinese merken alleen maar te vergroten.
Tijd om de transitie te herzien?
Toch betekent het schrappen van het verbod op de verkoop van nieuwe auto’s met verbrandingsmotoren in 2035 niet dat Europa zijn klimaatdoelstellingen laat varen. De nieuwe uitstootnormen blijven de constructeurs stevig onder druk zetten. Een gemiddelde reductie van 90% zal fabrikanten dwingen om de verregaande hybridisering van voertuigen te versnellen.
Bovendien overweegt Brussel, uit vrees voor een algemene vertraging van de transitie, inmiddels andere hefbomen. Eén daarvan is een mogelijke verstrenging voor bedrijfswagens, een sleutelsegment in de vernieuwing van het wagenpark. Er ligt een voorstel op tafel om de elektrificatie van bedrijfswagens sneller te verplichten, aangezien die vaak een voortrekkersrol spelen op de markt, met België als voorbeeld. Dat vooruitzicht baart leasingmaatschappijen zorgen: zij vrezen extra kosten en een ontwrichte tweedehandsmarkt, want elektrische tweedehandswagens raken moeilijk verkocht (ze vertegenwoordigen in België amper 4% van de verkopen).
Een landschap in volle verandering
Het is belangrijk om te beseffen dat het loslaten van de oorspronkelijke timing het debat niet afsluit, maar gewoon verlegt. Aan de ene kant krijgt een industrie die nog sterk afhankelijk is van verbrandingsmotoren wat ademruimte. Aan de andere kant loert het risico dat Europa helemaal voorbijgestoken wordt door China, dat nu al koploper is in elektrische technologieën. De dreiging van een – deels al bestaande – dominantie wordt daarmee nog een stuk reëler... Al blijft het voorlopig wachten op een officiële aankondiging van Europa.

