Stel je voor: je tankt vijftig liter benzine, maar vijf liter kletst gewoon naast de vuldop op de grond en loopt via het putje weg. Je betaalt voor die hoeveelheid brandstof, maar je geraakt er geen meter verder mee. Je zou het wellicht onacceptabel tot schandalig vinden. En toch is dat precies wat er gebeurt, op de achtergrond, bij honderdduizenden elektrische auto’s.
Omvormer vraagt energie
De grote boosdoener in dit verhaal moet je gaan zoeken in de natuurkunde. Het stroomnet in onze huizen levert wisselstroom (AC: alternating current) af, maar een autobatterij kan enkel gelijkstroom (DC: direct current) opslaan. Ergens moet er dus een conversie gebeuren, om de laadbeurt in goede banen te leiden. Het is de boordlader in de auto zelf die die taak op zich neemt, en die door zijn vermogen, dat in elk model anders is, ook mee verantwoordelijk is voor de snelheid waarmee de batterij zich vult. Alleen, dit omzettingsproces genereert warmte. En warmte is in dit geval niets anders dan verspilde energie.
Om na te gaan hoe groot het lek precies is, namen onderzoekers van de Zwitserse automobielclub Touring drie jaar lang (tussen 2022 en 2025) in totaal 26 elektrische wagens onder de loep die laadden aan een driefasige wallbox van 11 kilowatt (een veelvoorkomende laadmethode bij mensen thuis). Om afwijkingen door slijtage uit te sluiten, hadden alle testwagens minder dan 30.000 kilometer op de teller. Het resultaat? Wie zijn elektrische auto thuis oplaadt, verliest gemiddeld 11 procent van de stroom nog voor de rit überhaupt begint. Eerder onderzoek van de Duitse collega’s van ADAC toonde al aan dat bij gebruik van een regulier stopcontact het verlies zelfs een kwart bedraagt.
Wat betekent dit voor je portemonnee?
Dat totaalpercentage komt overigens niet alleen op conto van de omzetting naar gelijkstroom terecht. Uit de studie blijkt dat ongeveer 7 procent eraan te wijten is. De overige 4 procent gaat verloren aan de interne weerstand van de batterij en de systemen die de accu op de juiste temperatuur moeten houden tijdens het vulproces.
Voor wie graag op zijn centen let, blijft dit niet zonder gevolgen. Volgens de berekeningen van de onderzoekers betaal je op jaarbasis voor ongeveer 1.637 kilometer aan nutteloze stroom in het geval van een elektrische auto die 15.000 kilometer per jaar aflegt. Immers, je zet deze stroom niet om in reële afstand.
Omgerekend betekent dit – gebaseerd op de Zwitserse stroomprijzen – een verlies van gemiddeld 80 Zwitserse frank, wat neerkomt op zo'n 85 euro per jaar. Dat lijkt misschien geen astronomisch bedrag, maar over de volledige levensduur van een wagen tikt dat toch aan. Als we dat omrekenen naar de stroomprijzen voor België komt het neer op 75 euro per jaar, of 750 euro voor een elektrische auto die je tien jaar bijhoudt.
Merkgebonden efficiëntie
Zoals wel vaker kun je niet alle auto’s over dezelfde kam scheren. De beste modellen in de test (de club noemt jammer genoeg bewust geen namen) beperkten het verlies tot een zeer acceptabele 7 procent. Aan de andere kant van de waaier bevonden zich auto’s waarbij maar liefst 16 procent van de geladen energie in rook opging, ofwel een jaarlijks verlies van bijna 140 euro.
Ten slotte benadrukken de onderzoekers dat het lek de elektrische auto geen achterstand in efficiëntie oplevert tegenover verbrandingsmotoren. Met 89 procent (tot zelfs 93% bij de toppers) blijft dat nog steeds indrukwekkend. De beste benzinemotoren, zoals de Toyota 1.8 die de atkinsoncyclus volgt, halen een thermisch piekrendement van dik 40 procent. Maar dat is eerder uitzondering dan regel.

