Bijna 3 jaar na de opstart van de fabriek in Noord-Frankrijk is de kwaliteit van de batterijen van ACC nog steeds niet goed genoeg, zo schijft de Franse zakenkrant La Tribune.
Zulke verhalen zijn schering en inslag in de fabricage van accucellen voor EV-batterijen. Bij het inmiddels failliete Northvolt was de opstartkwaliteit bijvoorbeeld een van de voornaamste problemen. Maar ook gevestigde namen zoals LG of Panasonic botsten op aanzienlijke opstartproblemen en vertragingen bij het lanceren van hun eerste (respectievelijk) Europese en Amerikaanse fabriek voor EV-batterijcellen.
Het verklaart waarom de Chinese fabrikant CATL recent liefst 2.000 werkkrachten uit eigen land naar Spanje vloog om er een nieuwe accufabriek op gang te zetten en de lokale staf op te leiden. Deze zullen, volgens het bedrijf, weliswaar stelselmatig vervangen worden door Spaanse krachten, met nog zo’n 10% Chinees personeel, maar blijken cruciaal tijdens de moeilijke en lange opstartfase.
Batterijcellen zijn nu eenmaal notoir moeilijk om te produceren, vooral in een hoge kwaliteit. Die kwaliteit moet bovendien consistent zijn, want in een batterijpakket kan één defecte cel al voor grote problemen zorgen, in het slechtste geval zelfs brand. Maar wat maakt dat het nu zo moeilijk is, terwijl oplaadbare batterijen toch al meer dan een eeuw bestaan?
Snelle evoluties en nieuwe apparatuur
Een batterijcel is op zich al een complex product, omdat zowel de productie van het elektrodemateriaal als de assemblage van de individuele cel in zeer specifieke omstandigheden moet gebeuren. Honderden parameters, zoals luchtdruk of temperatuur, moeten tot in de puntjes kloppen, en dat vaak met apparatuur die nieuw is en waarmee het personeel nog niet helemaal vertrouwd is.
Want ook dat is een niet te onderschatten factor. Door de relatief snelle evolutie in batterijtechnologie moeten niet enkel de productieprocessen snel ontwikkeld worden, maar ook de apparatuur en machines die hiervoor nodig zijn. Ook de leveranciers van die toestellen moeten hollen om mee te zijn.
Zet dat alles neer in een gloednieuwe fabriek met personeel dat niet noodzakelijk ervaring heeft in de materie, en het is al een stuk begrijpbaarder waarom zoveel accufabrieken opstartproblemen hebben.
Tergend traag proces
Daar komt bij dat bijsturingen veel tijd vragen. Niet zozeer omwille van de handeling zelf, wel omdat er achteraf steeds moet getest worden, onder andere door ze enkele malen traag te laden en te ontladen. Dit kan tot een week duren. Daarna moet er minstens een maand gewacht worden, om vervolgens opnieuw het voltage op te meten en te kijken of er geen verval is.
Die noodzakelijke rigoureuze kwaliteitscontrole moet gebeuren bij elke bijsturing van de productie en maakt van de fabricage van accucellen zo’n tergend traag proces.
Daar komt ook nog eens bij dat je – op een hyperconcurrentiële markt en in geopolitiek turbulente tijden – een betrouwbare grondstoffenstroom moet hebben en je gespecialiseerd personeel aan boord moet kunnen houden. Dat laatste is cruciaal, maar niet eenvoudig wanneer andere spelers veel geld over hebben voor expertise terzake.
Aziatische voorsprong
Dat het jaren duurt om zowel de kwantiteit als de kwaliteit op peil te krijgen, met alle dure opleidingstijd en verliezen van grondstoffen tot gevolg, maakt het zodanig duur om een rendabele batterijfabriek te bouwen dat enkel de grootste spelers hier tot nu toe succesvol in konden zijn. Op wereldschaal gaat het om de Zuid-Koreaanse spelers Samsung SDI en LG Chem, het Japanse Panasonic en de Chinese reuzen BYD, CATL en SK Innovation. Zij worden de ‘Grote Zes’ genoemd, oftewel ‘Big Six’.
ACC (Automotive Cells Company) is een joint-venture van Stellantis, Mercedes en TotalEnergies. De fabriek in Billy-Berclau, op enkele tientallen kilometer van de Belgische grens, opende in 2023. Ze maakt onder andere batterijcellen voor de DS N°8, maar die blijken nog steeds niet voldoende kwalitatief te zijn, getuige problemen bij het opladen. DS-moederhuis Stellantis is momenteel de enige afnemer van cellen bij ACC.
Des te bitterder is het voor ACC dat het alles heeft ingezet op NMC-technologie, terwijl het er steeds meer op lijkt dat de goedkopere en kobaltvrije LFP-samenstelling de toekomst heeft. In 2024 legde het bedrijf al de bouw van twee nieuwe fabrieken in Duitsland en Italië stil. Vooral die laatste gaat zo goed als zeker nooit open.
Stellantis kijkt tegelijk naar CATL en haar toekomstige Spaanse fabriek om snel het nodige aantal kwalitatieve én betaalbare cellen te kunnen leveren. De Chinezen kennen de valkuilen en willen vaart maken, en komen het daarom zelf doen. Het illustreert de voorsprong van het land (en ook Zuid-Korea en Japan) in deze materie.

