Volkswagen stopt dus met het assembleren van auto’s in Dresden en transformeert de fabriek tot een innovatiecentrum voor artificiële intelligentie, robotica en de ontwikkeling van halfgeleiders. De site, die jaarlijks zo’n 6.000 ID.3-modellen produceerde, wordt zo een van de belangrijkste technologiecentra van de groep, na de ondertekening van een akkoord met de deelstaat Saksen en de Technische Universiteit van Dresden.
Deze beslissing komt er op een moment dat de Europese industrie nog altijd lijdt onder de onderdelencrisis van 2022 en de recente spanningen in de toeleveringsketen, zoals bleek uit de zaak-Nexperia. Die affaire legde de kwetsbaarheid van het Europese ecosysteem en de afhankelijkheid van China pijnlijk bloot. Met deze ingreep kiest Volkswagen er dus voor om zijn toekomst veilig te stellen door kritieke kennis in de buurt van zijn eigen beslissingscentra te verankeren. Tegelijk geeft het merk een duidelijk signaal: het wil blijven innoveren in Europa in plaats van simpelweg nieuwe autotechnologieën en onderdelen uit China te kopen. En dat is geruststellend.
Een model dat navolging verdient
Het initiatief van Volkswagen beantwoordt niet alleen aan een interne nood: het opent ook bredere perspectieven voor grote autogroepen die kampen met overcapaciteit en een grillige markt. In totaal zou Europa een overschot van acht fabrieken tellen. Het industrieel verleden valt moeilijk te rijmen met de huidige en toekomstige productievolumes. Dan kan het omvormen van bestaande sites tot technologiecentra een strategisch geloofwaardige optie zijn.
De beslissing van Volkswagen illustreert een Europese noodzaak: er moet geproduceerd worden in volumes die beter aansluiten op de werkelijke vraag, maar ook met herlokalisatie van strategische activiteiten met hoge toegevoegde waarde – essentieel voor de autonomie van de sector. Voor de constructeurs kan het cruciaal zijn om een deel van de onderdelenproductie, zeker op het vlak van elektronica, dichter bij hun ontwikkelingsafdelingen te brengen. Dat zou helpen om de afhankelijkheid van Azië te verkleinen.
Technologiecluster
Volkswagen en de Universiteit van Dresden investeren samen meer dan 50 miljoen euro over een periode van zeven jaar om de infrastructuur volledig te transformeren. De helft van de site zal geleidelijk academisch gebruikt worden en de eerste gezamenlijke projecten starten al in 2026. De locatie van de fabriek is allesbehalve toevallig: Dresden geldt als een van de Europese knooppunten voor halfgeleiders, met bedrijven als Infineon, Bosch en TSMC in de buurt. De ambitie is om een soort Stanford van Oost-Duitsland te worden, dat talent, start-ups en specialisten in kritieke technologie aantrekt. Het is tegelijk een manier om een site nieuw leven in te blazen die tot de minst performante van de groep behoorde en die Volkswagen eerst zelfs wilde sluiten. Of hoe een comeback toch mogelijk blijkt.

