Het is geen geheim: Ford heeft het moeilijk in Europa. De Amerikaanse constructeur zag zijn modellen de afgelopen jaren aan populariteit verliezen. Tijd om het roer om te gooien, zeker op vlak van elektrificatie, een domein waarop het merk flink achterloopt. Net daarover kondigde het merk met het blauwe ovaal zopas een grote samenwerking aan met Renault. Samen gaan ze twee kleine elektrische modellen ontwerpen en produceren in Frankrijk, op de ElectriCity-site in Douai. In het contract staat dat Ford instaat voor het design, terwijl de technische kant gebaseerd is op de ervaring en infrastructuur van de Franse groep. Meer bepaald op het AmpR Small-platform, dat al zijn kwaliteiten bewezen heeft in de elektrische Renault 5 en 4.
Deze samenwerking is op meerdere vlakken belangrijk. Ten eerste is ze cruciaal voor Ford, dat zijn gamma snel moet vernieuwen om het verlies aan marktaandeel in Europa (gezakt onder de 3%) tegen te gaan. Ten tweede is de keuze van de Amerikaanse constructeur een krachtig teken van erkenning voor de kentering die Renault met zijn Renaulution-strategie heeft ingezet: kortere ontwikkelingscycli en lagere industriële kosten. Dat is essentieel in het uiterst competitieve B-segment, waar de marges bijzonder klein zijn.
Waarom koos Ford niet voor Volkswagen?
Deze samenwerking kan sommigen verrassen. Ford werkt namelijk vandaag samen met Volkswagen voor meerdere modellen, zoals de Explorer en de Capri, die gebouwd zijn op het MEB-platform. Maar voor zijn kleine modellen keek de Amerikaanse constructeur dus liever elders, vermoedelijk omwille van de timing. Volgens de planning van Volkswagen komt de ID. Polo pas in de zomer van 2026. Waarschijnlijk te laat voor Ford, dat gevestigd is in Keulen. Aangezien Renault zijn modellen al op volle toeren produceert, zijn de risico’s (zoals opstartproblemen) beter beheersbaar. Jim Farley, CEO van Ford, prees dan ook het vermogen van het merk met de ruit om lage kosten te combineren met grote volumes.
Een strategie van samenwerkingen
De samenwerking met Renault past in een bredere strategie waarbij constructeurs steeds nauwer gaan samenwerken. Dat zien we al in China, waar Volkswagen bijvoorbeeld de krachten bundelt met Xpeng en Audi met SAIC (onder andere). Maar ook in Europa, waar Ford industriële allianties blijft aangaan: met Volkswagen voor bepaalde elektrische SUV’s en de nieuwe Transporter, en nu dus ook met Renault. Dat doet niets af aan de onafhankelijkheid van de betrokken groepen of merken, maar het toont vooral aan dat er in crisistijd snel oplossingen nodig zijn en dat je dan beter vertrekt van een bestaande basis.

