Het wordt opnieuw afwachten. De Europese Commissie zal haar standpunt over een mogelijke versoepeling van het tijdschema voor het verbod op verbrandingsmotoren wellicht niet vóór half december kunnen afronden. Apostolos Tzitzikostas, Europees commissaris voor Transport, gaf toe dat het plan, dat oorspronkelijk op 10 december werd verwacht, “naar begin volgend jaar” verschuift. Door de naderende feestdagen en het ontbreken van een akkoord is het onmogelijk om de oorspronkelijke deadline te halen.
Het dossier ligt economisch bijzonder gevoelig en maakt deel uit van een breder steunplan dat Ursula von der Leyen eerder heeft aangekondigd. Het doel is om de industrie te ondersteunen, die verzwakt is door een stroef verlopende elektrificatie, agressieve Chinese concurrentie, pijnlijke Amerikaanse invoerheffingen en een krimpende Europese markt.
Een sector onder druk
Europese autoconstructeurs pleiten al maanden voor een aanpassing van de klimaatdoelstellingen. Ze vinden de beoogde vermindering van 55% van de CO₂-uitstoot tegen 2030 ten opzichte van 2002 en het volledige verbod op de verkoop van verbrandingsmotoren in 2035 onhaalbaar. Vooral de Duitse groepen (Volkswagen, BMW en Mercedes-Benz) laten zich het luidst horen. Zij vrezen dat de Brusselse eisen hun wereldwijde concurrentiepositie ernstig zal ondermijnen.
Maar wat ligt er precies op tafel bij de onderhandelingen? In werkelijkheid bekijkt Brussel een waaier aan maatregelen die de auto-industrie wat ademruimte moeten geven, nu ze geconfronteerd wordt met de elektrificatie en de druk van Aziatische concurrenten. De Europese Commissie overweegt daarom om de strenge regelgeving rond de deadline van 2035 iets te versoepelen, onder meer door meer technologische neutraliteit toe te laten. Er wordt gesproken over tussenvormen, zoals range extenders of synthetische brandstoffen, maar ook over de mogelijkheid om lichte bedrijfsvoertuigen los te koppelen van het elektrificatieschema (wat Europa wilde verplichten tegen 2030), omdat die overstap naar volledig elektrisch voor veel bedrijven bijzonder moeilijk blijkt. Deze pistes – waarover de lidstaten nog onderhandelen – tonen aan dat Europa de industriële realiteit niet wil negeren, zonder haar klimaatdoelen op te geven.
Tegelijk werkt de Europese Commissie aan hefbomen om de concurrentiekracht van de auto-industrie te versterken. Een van de meest ingrijpende voorstellen is de invoering van een verplicht minimumaandeel Europese onderdelen in voertuigen die binnen de Unie gebouwd worden. Frankrijk is voorstander van dat idee, maar in Duitsland wordt het met de nodige voorzichtigheid onthaald.
Voorts liggen ook een mogelijke verlichting van de administratieve lasten op tafel – waardoor bepaalde regelgeving tijdelijk zou kunnen worden opgeschort – en de invoering van een specifiek kader voor kleine stadswagens, een segment dat cruciaal wordt geacht om elektrische mobiliteit betaalbaarder te maken. Tot slot wil de Commissie de Europese batterijproductie nieuw leven inblazen.
Berlijn verhoogt de druk
De situatie is de voorbije dagen nog complexer geworden door tussenkomst van de Duitse bondskanselier Friedrich Merz. In een brief aan Brussel pleitte hij ervoor dat de Europese Unie ook na 2035 de verkoop zou blijven toestaan van nieuwe plug-inhybrides en zelfs van modellen met “zeer efficiënte” verbrandingsmotoren. Dat standpunt is een stuk soepeler dan wat de Commissie voor ogen heeft en bemoeilijkt een snel compromis.
Die scherpe brief was dan ook een van de redenen waarom de deadline van 10 december onhaalbaar werd. Volgens Tzitzikostas is het uitstel intussen zelfs wenselijk, om de samenhang van het toekomstige kader te bewaken. Hij bevestigt dat er nog meerdere scenario’s op tafel liggen en dat heel wat eurocommissarissen verwikkeld zijn in complexe afwegingen.
Begin 2026 wordt beslissend
Hoewel het uitstel zo goed als zeker is, zou het slechts om enkele weken gaan. Brussel wil een volledig en samenhangend plan voorstellen dat zowel de klimaattransitie, de industriële concurrentiekracht als de marktstabiliteit omvat. De Commissie wil vooral vermijden dat er versnipperde aankondigingen komen, die tegenstrijdige signalen zouden geven aan een industrie die vooral transparantie vraagt om zich eindelijk te kunnen oriënteren.
Begin 2026 wordt dus cruciaal, want dan wordt de Europese autostrategie voor het volgende decennium vastgelegd. Ook automobilisten zullen dan eindelijk weten hoe en wanneer het einde van de verbrandingsmotor concreet wordt en of er alsnog versoepelingen komen. Tegen dan zouden de laatste twijfels van tafel moeten zijn, zodat consumenten hopelijk met een geruster gemoed kunnen kiezen. Althans, dat is de bedoeling.

