De Europese Commissie wil in december een nieuw regelgevingskader presenteren voor betaalbare, compacte elektrische auto’s. Daarmee moeten Europese fabrikanten beter kunnen concurreren met de Chinese opmars, terwijl tegelijk de kosten worden gedrukt die nu gepaard gaan met de strenge veiligheids- en technologienormen voor conventionele voertuigen.
Het initiatief, aangekondigd door Europees commissaris voor Industrie Stéphane Séjourné tijdens de Automotive Industry Day in Parijs, moet de kloof dichten tussen ultralichte vierwielers en gewone personenauto’s. Die laatste zijn zwaarder en vallen onder strengere regels, waardoor ze – zeker in elektrische uitvoering – voor veel mensen onbereikbaar blijven. Precies dat wil de Commissie veranderen: de vastgelopen elektrische automarkt nieuw leven inblazen.
Elektrische auto's tussen 15.000 en 20.000 euro
“Het doel is om nieuwe, compacte elektrische voertuigen tussen 15.000 en 20.000 euro op de markt te brengen,” verklaarde Stéphane Séjourné. Hij benadrukte dat regelgeving een directe invloed heeft op de uiteindelijke prijs, precies die regels waar veel fabrikanten, van Renault en Stellantis tot zelfs Duitse constructeurs, al langer kritiek op uiten.
De nieuwe categorie moet het ontwerp van kleine, in Europa geproduceerde elektrische auto’s vereenvoudigen, zonder in te boeten aan basisveiligheid. De officiële aankondiging staat gepland voor 10 december, als onderdeel van een bredere reeks maatregelen om de Europese auto-industrie nieuw leven in te blazen. Fabrikanten hopen dat dit krachtige signaal eindelijk de weg opent voor een heropleving van het segment van elektrische stadsauto’s, dat momenteel gebukt gaat onder hoge productiekosten en felle Aziatische concurrentie.
Welke inhoud krijgt de nieuwe regelgeving?
Voorlopig is er nog niets bekend over de concrete inhoud van de toekomstige regelgeving rond het ‘Affordable Small Cars Initiative’, noch over de andere maatregelen die Brussel plant om het concurrentievermogen van de Europese auto-industrie nieuw leven in te blazen. Krijgen we regels naar Japans voorbeeld, zoals bij de kei-cars? En belangrijker nog: zal Europa de regelgeving voor deze nieuwe categorie voor een lange periode bevriezen om te voorkomen dat de prijzen opnieuw de hoogte in schieten? Dat is voorlopig onduidelijk, maar precies dat is wat onder meer de nieuwe Renault-topman François Provost vraagt. Volgens hem moeten de investeringen van fabrikanten gedurende een vaste periode beschermd blijven, terwijl tezelfdertijd marktstabiliteit (op het vlak van uitrusting, diensten, enz.) essentieel is om het vertrouwen van consumenten te versterken.
Nu blijft het afwachten of de markt volgt. Kleine auto’s zijn immers al jaren uit de gratie — deels omdat ze door de regelgeving te duur werden om nog rendabel te produceren. Maar ook de consument veranderde: automobilisten verkiezen vandaag duidelijk grotere modellen, vooral SUV’s. En opvallend genoeg lijken strengere regels, zoals lage-emissiezones of hogere belastingen op zware wagens (zoals in Wallonië), dat enthousiasme niet te temperen. De hamvraag is dus: keert de markt ooit terug naar de kleine auto? Dat blijft de vraag van één miljard.
Hoe zit het met de andere maatregelen?
Het blijft afwachten welke plannen Europa nog in petto heeft om het concurrentievermogen van de Europese auto-industrie te versterken. Komen er investeringssubsidies, zoals in China? Nieuwe versoepelingen van de emissienormen? Een (onwaarschijnlijk) uitstel van het verbod op verbrandingsmotoren in 2035? Of misschien de introductie van koolstofneutrale alternatieven zoals synthetische brandstoffen? Ook fiscale prikkels voor lidstaten om elektrische auto’s te stimuleren liggen op tafel. Voorlopig is het koffiedik kijken. Meer duidelijkheid volgt op 10 december.

