Omdat ze maar deels elektrisch zijn, kampen stekkerhybrides met hun eigen plus- en minpunten. Enerzijds hebben hun eigenaren geen last van range anxiety, anderzijds zijn ze vaker betrokken bij brandincidenten. Hun gebruikspatroon is ook helemaal anders, maar op één punt verschillen ze niet van strikt elektrische auto’s: hun batterij is net zo goed onderhevig aan degradatie. Loopt dat volgens een gelijkaardig patroon, of net niet?
Over naar de Duitse automobielclub ADAC, die in samenwerking met het Oostenrijkse bedrijf Aviloo een grootschalige studie heeft uitgevoerd naar de levensduur van batterijen in plug-inhybrides. Op basis van 28.500 tests bij zes verschillende merken blijkt dat de accu’s in de meeste gevallen opgewassen zijn tegen hun taak en een volledig autoleven meegaan. Maar de veroudering van de accu’s verschilt wel sterk van automerk tot automerk.
Een autoleven lang
De studie levert dus grotendeels geruststellende resultaten op. In de meeste gevallen is de veroudering van de batterij beperkt en blijft het gebruiksgemak behouden, zelfs bij 200.000 kilometer. “De tractiebatterij van plug-inhybrides zal doorgaans een gemiddeld autoleven meegaan,” stelt het ADAC-rapport. Dat is ook goed nieuws voor wie er eentje als tweedehands op de kop wil tikken (zie ook verder).
Dat neemt niet weg dat individuele resultaten uiteenlopen. Bij gelijke kilometerstanden varieert de resterende capaciteit – de zogenaamde State of Health (SoH) – soms tussen 80 en 100 procent. Het gebruik verklaart dit. Vooral voertuigen die vaak elektrisch rijden, vertonen snellere degradatie, wat helaas geen goede publiciteit is voor de grote kritiek op plug-inhybrides, namelijk dat ze niet vaak genoeg aan het stopcontact gaan. De verslechtering ligt aan de simpele logica dat ze meer laadcycli doorlopen, wat de cellen sneller doet verouderen.
Kleine batterijen, snellere slijtage
Alhoewel ze steeds groter worden onder invloed van strengere homologatieregels (Euro 6e bis en Euro 6e bis FCM), beschikt een plug-inhybride over een kleinere batterij dan een volledig elektrische wagen. Daardoor wordt ze (bij een gedisciplineerde eigenaar die de auto gebruikt zoals hij is bedoeld) vaker opgeladen. De levensduur van een stekkerhybride neemt dus sneller af dan die van een elektrische auto.
Ook de oplaadgewoonte speelt een rol. De onderzoekers zagen dat bestuurders die hun batterij zelden volledig opladen en de lading tussen 20 en 80 procent houden, duidelijk minder slijtage vertonen. En wie zijn batterij in ere wil houden, let ook best op zijn rijstijl en houdt de temperatuur in de gaten: wie rustig accelereert en vermijdt dat de accu heet wordt, behoudt langer een gezonde batterij.
Net zoals bij elektrische auto’s bieden de meeste fabrikanten een garantie van zes tot acht jaar of tot 160.000 kilometer, maar in tegenstelling tot die eerste wordt er slechts zelden een duidelijk minimumpercentage voor de batterijgezondheid vooropgesteld. Dat maakt het voor consumenten lastiger om bij problemen aanspraak te maken op de garantie.
Mercedes bovenaan
En over fabrikanten gesproken: de ADAC noteerde ook merkverschillen tussen BMW, Ford, Mercedes-Benz, Mitsubishi, Volkswagen (met Audi en Škoda) en Volvo. De batterijen van Mercedes-Benz presteren het best: ze behouden zelfs bij hogere kilometerstanden en intensieve elektrische rijstijl opvallend stabiel hun capaciteit. Ook de plug-inhybrides van de Volkswagen-groep en van Volvo tonen een voorspelbaar en beperkt capaciteitsverlies.
Bij BMW ligt het beeld iets minder gunstig. Daar blijken de batterijen gevoeliger voor veelvuldig elektrisch rijden: hoe meer kilometers op stroom, hoe sneller de slijtage. Ford-modellen laten al bij lage kilometerstanden tekenen van veroudering zien, maar de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat door het beperkte aantal onderzochte voertuigen nog geen betrouwbaar beeld kan worden gegeven voor het langetermijngebruik.
Mitsubishi springt er negatief uit: veel voertuigen van het Japanse merk verliezen al bij relatief lage kilometerstanden merkbaar aan capaciteit, al stabiliseert het proces zich daarna weer.
Advies voor tweedehandskopers
De ADAC raadt aan om bij aankoop van een tweedehands plug-inhybride altijd een onafhankelijke batterijtest te laten uitvoeren. Makkelijker gezegd dan gedaan, want in ons land zijn nog niet veel centra die deze service aanbieden. Bij Dekra Belgium en het diagnosecentrum van VAB zou het alvast kunnen.
Als richtlijn voor de gezondheidstoestand (SoH of State of Health) hanteert de ADAC de volgende minimumwaarden:
• 92% bij 50.000 km
• 88% bij 100.000 km
• 84% bij 150.000 km
• 80% bij 200.000 km
Ligt de waarde daar duidelijk onder, dan wijst dat op een overmatig verouderde batterij. Houd er rekening mee dat vervanging hoog in de kosten kan lopen, zeker nu de batterijen steeds groter worden. Gocar rapporteerde al over een geval waar de klant 30.475 euro moest ophoesten. In sommige gevallen leidt het dus tot een economisch totaalverlies.
Het wijst nog maar eens op de tegenstrijdigheid van een plug-inhybride. Steeds meer Europese dealers weigeren overnames van perfect rijdende stekkerauto’s omwille van hun batterijdegradatie, terwijl de vervanging niet te rijmen valt met de inruilwaarde voor de eigenaars. Wie dat scenario wil voorkomen, wordt aangeraden om voor de helft van de tijd op de benzinemotor te rijden om zo de laadcycli te beperken. Maar was het nu net niet de bedoeling van de plug-inhybride om zo min mogelijk benzine te verstoken? Volgens ADAC besluit dat een volledig elektrische wagen op lange termijn meestal de logischere keuze is.

