De Volkswagengroep heeft er niet zijn beste kwartaal op zitten, maar luxedochter Audi houdt relatief goed stand. Meer zelfs, de tak (waaronder ook submerken Bentley, Lamborghini en Ducati vallen) is de enige die een winststijging van formaat noteert. De operationele winst kwam uit op 468 miljoen euro, ruim vier keer zoveel als een jaar eerder (106 miljoen euro).
Boekhoudkundig effect
Klinkt goed, maar voor de achterliggende realiteit telt dat minder. De sterke cijfers komen eigenlijk niet voort uit een structureel herstel, maar uit een boekhoudkundig effect. Vorig jaar moest het merk ruim 1,3 miljard aan ontslagvergoedingen betalen door de sluiting van de fabriek in Vorst, en dat vrat het profijt helemaal weg. Met andere woorden, dat Audi het nu goed doet, ligt aan de onfortuinlijke ingreep van een jaar eerder.
De Brusselse fabriek, beter bekend als Audi Brussels, sloot eind februari definitief de deuren. De vestiging produceerde uitsluitend de Audi Q8 e-tron, maar de vraag naar dat elektrische topmodel bleef ver onder de verwachtingen. “Het was een bijzonder moeilijke beslissing,” verklaarde financieel directeur Jürgen Rittersberger eerder. “Maar de marktevolutie, zeker voor de Q8 e-tron, maakte de sluiting onvermijdelijk.”
Last minder
Omdat de fabriek werk bood aan ongeveer 3.000 mensen, liepen de kosten van de sluiting in totaal op tot zo’n 1,6 miljard euro. Dat bedrag drukte ook fors op de jaarresultaten van vorig jaar: de operationele winst van Audi zakte toen van 6,28 miljard euro naar 3,9 miljard euro. Die last weegt dit jaar niet meer door, waardoor het huidige winstcijfer spectaculairder oogt dan het in werkelijkheid is.
Het is dus niet zo dat Audi minder hinder ondervindt van de algemene economische context. Helemaal niet. Rittersberger sprak bij de presentatie van de jongste kwartaalcijfers van “uitdagende omstandigheden” in quasi alle markten. Vooral in China heeft het merk het moeilijk door de felle concurrentie van lokale elektrische autobouwers. Daar daalde het aantal geleverde wagens met 9 procent. Maar de invloed van het recent gelanceerde Chinese submerk AUDI, waarvan de E5 Sportback vlotjes orders binnenharkt, moet zich nog laten gelden.
Aanval beste verdediging
Rooskleurig is het ook in de Verenigde Staten niet, waar de hoge invoertarieven zwaar op de winst wegen. Audi schat dat de extra importheffingen dit jaar zo’n 1,3 miljard euro zullen kosten. Het merk denkt daarom aan een eigen fabriek, wat het in tegenstelling tot BMW (South-Carolina) en Mercedes (Alabama) niet heeft. Een joint venture met Porsche zou beide merken een betere positie in het land van Trump kunnen opleveren. Er wordt voor het jaareinde een beslissing verwacht.
De sluiting van Audi Brussels volstaat dus zeker niet om de tegenwind fel af te zwakken. Er is volgens CEO Gernot Döllner een strategische koerswijziging nodig om het bedrijf “slanker en wendbaarder” te maken. Hij wil minder complexiteit en een sterkere focus op innovatie. Met nieuwe compacte elektrische modellen, krachtige SUV’s met verbrandingsmotor en een rist sportieve RS-uitvoeringen als imagotrekkers plant het merk in 2026 de grootste productlancering in zijn geschiedenis. Een aanpak die ook Mercedes heeft aangekondigd. In deze crisistijden lijkt de aanval de beste verdediging voor de Duitse premiumspelers.

