Nederlandse wetenschappers ontcijferen mysterie Dode Zeerollen met AI

De Dode Zeerollen werden in 1947 ontdekt in de grotten bij Qumran. Foto: AKG/Isopix

Onderzoekers hebben met artificiële intelligentie (AI) voor het eerst aangetoond dat twee schrijvers actief waren op een deel van de Dode Zeerollen, die de oudste gekende versie van het Oude Testament bevatten. 

Wetenschappers vermoedden al een tijdje op basis van het handschrift dat sommige ongesigneerde manuscripten uit de Dode Zeerollen, die zo’n zeventig jaar geleden werden ontdekt, door een enkele schrijver zijn gemaakt. Maar volgens onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) is zo’n identificatie nogal subjectief en open voor discussie.

Daarom richtten ze zich op de beroemde grote Jesaja-rol (zie foto), een van de eerste boekrollen die gevonden werden in de grotten bij Qumran (een dorpje vlakbij de Dode Zee, nu een ruïne). Op het eerste gezicht lijkt het handschrift op deze rol uniform te zijn, al is er eerder ook gesuggereerd dat er twee schrijvers met een vergelijkbare stijl bij betrokken zijn geweest.

‘De boekrol bevat bijvoorbeeld ruim vijfduizend keer de letter aleph, of ‘a’. Het is onmogelijk om die allemaal op het oog te vergelijken’, zegt Lambert Schomaker, hoogleraar Computerwetenschappen en Kunstmatige Intelligentie aan de RUG. Computers, daarentegen, kunnen dat wel. 

De wetenschappers, die hun resultaten publiceerden in PLOS ONE, trainden eerst een algoritme dat de tekst (in inkt) kan onderscheiden van de achtergrond (leer, of papyrus). Via een neuraal netwerk dat deep learning gebruikt, kunnen de originele inktpatronen herkend worden in de digitale afbeeldingen van de boekrol. ‘Dat is belangrijk omdat het patroon direct afhangt van de karakteristieke spierbewegingen van de schrijver’, legt Schomaker uit.

Twee schrijvers

Uit een eerste analyse van de tekst bleek dat de 54 kolommen van de grote Jesaja-rol in twee groepen uiteenvallen. Die zijn niet willekeurig verdeeld over de boekrol, maar clusteren samen in twee groepen, met halverwege de rol een scheiding. Ook een tweede berekening, waarin de afzonderlijke kolommen werden vergeleken aan de hand van specifieke fragmenten van letters, bevestigde dat er twee schrijvers actief waren op de boekrol. 

Daarna voerden de onderzoekers nog verschillende controles uit. ‘Wanneer ik ruis aan de data toevoegde bleef het resultaat staan’, zegt Schomaker. ‘We konden ook aantonen dat de tweede schrijver meer variatie in zijn handschrift had dan de eerste, hoewel ze een identieke stijl gebruikten.’

Als derde stap voerde het team nog een visuele analyse uit. Ze maakten een heatmap die alle varianten van een specifieke letter door de hele boekrol heen bevat. Door een gemiddelde versie van die letter voor de eerste 27 kolommen en de laatste 27 kolommen te genereren, konden ze met het blote oog zien dat die twee gemiddelde letters niet identiek zijn.

Onderzoekers gebruikten heatmaps om individuele letters te onderzoeken. Foto: Rijksuniversiteit Groningen

‘Dit is spannend, want het opent een nieuw venster op het verre verleden, dat zicht biedt op de complexe verbanden tussen de schrijvers die de boekrollen maakten’, zegt coauteur Mladen Popović (RUG). ‘In dit onderzoek vonden we bewijs dat de twee schrijvers van de Jesaja-rol een vergelijkbare stijl gebruikten, wat erop wijst dat ze eenzelfde schrijfopleiding hebben gevolgd. Onze volgende stap is om andere boekrollen te analyseren en te zien of we daar misschien schrijvers met een andere opleiding vinden.’

(lb)