Maken smartphones en computers ons dommer?

We zijn de afgelopen 20 jaar steeds meer afhankelijk geworden van smartphones, tablets en computers, en deze trend is versneld door de pandemie. Conventionele wijsheid vertelt ons dat te veel vertrouwen op technologie ons vermogen om te onthouden, op te letten en zelfbeheersing uit te oefenen, kan verminderen. Of: het maakt ons dommer. Maar is dat zo?

Waarom is dit belangrijk?

Het idee dat technologie ons dommer maakt, is vooral populair in de media, die er een handje van weg heeft om selectief sommige wetenschappelijke bevindingen te interpreteren. Maar empirisch bewijs daarvoor is er niet.

Om te beginnen: we zijn zeker niet de eersten die de bedenking maken. Socrates, door velen beschouwd als de vader van de filosofie, maakte zich grote zorgen over hoe de technologie van het schrijven de samenleving zou beïnvloeden. Aangezien de mondelinge traditie van het houden van toespraken een zekere mate van memorisatie vereist, was hij bezorgd dat schrijven de noodzaak om te leren en te onthouden zou elimineren.

Plato schreef, Socrates citerend: “Als mensen dit (schrijven dus) leren, zal het vergeetachtigheid in hun ziel worden geplant; ze zullen ophouden hun geheugen te oefenen omdat ze vertrouwen op dat wat geschreven is, en dingen niet langer van binnenuit, maar door middel van uiterlijke kenmerken ter herinnering roepen.”

Deze quote is, bijna 2.500 jaar later, nog steeds interessant. Ten eerste laat het zien dat er toen al een intergenerationele discussie was over de impact van nieuwe technologieën op de cognitieve vaardigheden van toekomstige generaties. Dat geldt tot op de dag van vandaag: de telefoon, radio, televisie en nu de digitale media worden allemaal geprezen als voorbodes van het einde van de cognitie.

Technologie heeft simpelweg de behoefte aan bepaalde cognitieve functies verminderd, niet ons vermogen om ze uit te voeren

Cognitie is de mentale activiteit en het proces van kennisverwerving door waarneming en het verwerken van de daarmee opgedane informatie door het denken. Dit kan meer of minder ontwikkeld zijn, afhankelijk van het voorstellingsvermogen, geheugen, de rede, ervaring en het vermogen tot gewaarwording en hypothesetoetsing van ideeën of overtuigingen. Een sterke cognitie draagt bij tot het vermogen tot probleemoplossing en besluitvorming.

Maar ondanks de zorgen van Socrates zijn velen van ons nog steeds in staat om informatie in het geheugen op te slaan wanneer dat nodig is. Technologie heeft simpelweg de behoefte aan bepaalde cognitieve functies verminderd, niet ons vermogen om ze uit te voeren.

Het idee dat technologie ons dommer maakt, is vooral populair in de media, die er een handje van weg heeft om selectief sommige wetenschappelijke bevindingen te interpreteren. Waardoor de suggestie wordt gewekt dat digitale technologie kan leiden tot slechter geheugen, verminderde aandacht of slechter executief functioneren.

Hoe we weten dat we nog steeds zonder kunnen

Bij het onderzoeken van deze beweringen vallen echter twee belangrijke argumentatieve veronderstellingen op. De eerste is dat de impact van digitale technologie een blijvend effect heeft op de cognitieve vermogens op de lange termijn. De tweede veronderstelling is dat digitale technologie een directe, ongemodereerde impact heeft op cognitie. Beide veronderstellingen worden echter niet direct ondersteund door empirische bevindingen.

Een kritisch onderzoek van het bewijs suggereert dat de aangetoonde effecten tijdelijk waren, niet van lange duur. In een prominent onderzoek naar de afhankelijkheid van mensen van externe vormen van geheugen, onthielden deelnemers bijvoorbeeld minder snel stukjes informatie wanneer hen werd verteld dat deze informatie op een computer zou worden opgeslagen waar ze toegang toe hebben. Aan de andere kant herinnerden ze zich de informatie beter toen ze te horen kregen dat deze niet zou worden opgeslagen.

Het is verleidelijk om daaruit wél te concluderen dat het gebruik van technologie leidt tot een slechter geheugen – een conclusie die de auteurs van het onderzoek overigens niet hebben getrokken. Maar wat dat onderzoek wel toont is dat wanneer technologie beschikbaar is, mensen erop vertrouwen, maar wanneer die niet beschikbaar is, mensen nog perfect in staat zijn om iets te onthouden.

Hoe motiverender een taak is, hoe meer betrokken en gefocust we zijn

Bovendien kan het effect van digitale technologie op cognitie te wijten zijn aan hoe gemotiveerd iemand is. In het bijzonder geldt dat hoe motiverender een taak is, hoe meer betrokken en gefocust we zijn. Dit perspectief herschikt experimenteel bewijs dat aantoont dat smartphones de prestaties ondermijnen bij taken met aanhoudende aandacht, werkgeheugen of functionele intelligentie.

Motiverende factoren spelen waarschijnlijk sowieso een rol bij onderzoeksresultaten, vooral als je bedenkt dat onderzoeksdeelnemers de taken die ze voor het onderzoek moeten doen vaak inconsequent of saai vinden. Omdat er veel belangrijke taken zijn die we uitvoeren met behulp van digitale technologie, zoals contact houden met dierbaren, reageren op e-mails en genieten van entertainment, is het dus mogelijk dat digitale technologie de motiverende waarde van een experimentele taak ondermijnt. Belangrijk is dat dit betekent dat digitale technologie de cognitie niet schaadt; als een taak belangrijk of boeiend is, zouden smartphones het vermogen van mensen om deze uit te voeren niet ondermijnen.

Offloading, of ruimte creëren voor andere dingen

Wanneer we gebruik maken van digitale technologie, zijn onze interne cognitieve processen minder gericht op het opslaan en berekenen van informatie. In plaats daarvan zetten ze informatie om in formaten die op digitale apparaten kunnen worden gezet – zoals zoektermen – en vervolgens opnieuw kunnen worden geladen en geïnterpreteerd. Dit soort cognitieve offloading is vergelijkbaar met hoe mensen aantekeningen op papier maken in plaats van bepaalde informatie in het langetermijngeheugen vast te leggen, of wanneer kinderen hun handen gebruiken om te helpen met tellen.

Het belangrijkste verschil is dat digitale technologie ons helpt om complexe informatiesets effectiever en efficiënter te ontladen dan analoge tools, en dit zonder in te boeten aan nauwkeurigheid. Een belangrijk voordeel is dat de interne cognitieve capaciteit die vrijkomt bij het uitvoeren van gespecialiseerde functies, zoals het onthouden van een agenda-afspraak, wordt vrijgemaakt voor andere taken. Dit betekent op zijn beurt dat we cognitief gezien meer kunnen bereiken dan ooit tevoren.

Als zodanig hoeft digitale technologie niet te worden gezien als concurrerend met ons interne cognitieve proces. In plaats daarvan vormt het een aanvulling op de cognitie door ons vermogen om dingen voor elkaar te krijgen uit te breiden.

(lb)

Lees ook: Vlaming kijkt gemiddeld 3 uur per dag op smartphone: is TikTok het nieuwe tv-kijken?

Lees ook: Wereldwijde communicatie momenteel door 4 miljard smartphones ondersteund

Meer
Lees meer...
Markten