Hoe klimaatverandering en extreem weer kunnen leiden tot voedseltekorten en stijgende prijzen

In een wereld met een nog altijd snel groeiende bevolking kan klimaatverandering een ernstige impact hebben op ons vermogen om voldoende voedsel te verbouwen. Al meer dan tien jaar geleden stelden wetenschappers vast dat ongeveer 30% van de jaarlijkse schommelingen in het aantal tonnen gewassen per hectare te wijten waren aan veranderingen in het klimaat. En ondertussen is het extreem weer door die klimaatverandering alleen maar toegenomen. Het is opmerkelijk dat het mondiale landbouwsysteem redelijk robuust is gebleven en dat grote voedseltekorten zeldzaam zijn. Maar hoe lang nog?

Qua tekorten valt het dus voorlopig nog mee, maar de voedselprijzen zijn de afgelopen decennia steeds volatieler geworden. Hoewel er veel invloeden zijn op de voedselprijzen – waaronder de grootte van de oogst, weersschommelingen, internationale handel, speculatie op markten voor voedselgrondstoffen en grondbeheerpraktijken – hebben meestal open handelssystemen ervoor gezorgd dat voedseltekorten op sommige plaatsen werden gecompenseerd door overschotten en verhoogde productie ergens anders.

Maar nu de wereld lijkt af te stevenen op meer handelsbelemmeringen in een tijd waarin de klimaatverandering intensiveert, staan deze stabiliserende effecten steeds meer onder druk. De prijzen kunnen sterk stijgen, waardoor de arme landen en de begrotingen van de arme mensen in de rijke landen onder druk komen te staan.

30% verwachte groei Europese gewassen teniet gedaan door slecht weer

Terwijl de opbrengst van gewassen per hectare de afgelopen 50 jaar aanzienlijk is toegenomen, is het tempo van deze groei de laatste tijd afgenomen in vergelijking met voorgaande decennia. Recent onderzoek suggereert dat tot 30% van de verwachte groei van de Europese gewassen teniet is gedaan door slecht weer.

Maar het is vooral zorgwekkend dat de meest uitgesproken veranderingen zich meestal voordoen in landen zoals die in Afrika bezuiden de Sahara, waaronder Zuid-Afrika, die een groot risico lopen op klimaateffecten op de beschikbaarheid en betaalbaarheid van voedsel.

Dit is vooral duidelijk bij gerst, maïs, gierst, peulvruchten, rijst en tarwe. Het lijkt erop dat de landen die het meeste risico lopen op voedseltekorten ook het zwaarst worden getroffen door de stijgende temperaturen. Dat wordt bevestigd door het Intergouvernementeel Panel voor klimaatverandering (IPCC).

Bodemdegradatie en stijgende zeespiegel

Een andere verandering die door het IPCC wordt opgemerkt, is dat toenemende hitte en regenval in verband met klimaatverandering de grond in toenemende mate degradeert, waardoor de bodem minder productief wordt. Dit komt door het verlies van bodemvoedingsstoffen en organische stof en heeft negatieve effecten op de gewasopbrengsten. Bovendien zal de steeds snellere stijging van de zeespiegel deze negatieve effecten verergeren door het binnendringen van zout water en het permanent overstromen van akkerland.

Recente modellen van bodemverlies in tarwe- en maïsvelden laten grote verschillen zien tussen tropische klimaatregio’s en regio’s met een groot aandeel vlak en droog land, met verliezen variërend van minder dan 1 ton per hectare in Centraal-Azië tot 100 ton per hectare in Zuid-Amerika en Oost-Azië. De sterke impact van klimaat en topografie op gesimuleerde watererosie wordt duidelijk aangetoond in drie van de vijf grootste tarwe- en maïsproducerende landen: in Brazilië, China en India, waar een groot deel van het akkerland in tropische gebieden ligt en de watererosie relatief hoog is.

Kunstmest helpt, maar het kost stukken van mensen

Het historisch slechte beheer van gronden in Europa en de VS is grotendeels verholpen door het toegenomen gebruik van chemische meststoffen en irrigatie, die een enorme hoeveelheid bodemdegradatie hebben kunnen compenseren. Zo heeft een onderzoek aangetoond dat de Amerikaanse maïsopbrengst de afgelopen 100 jaar zonder kunstmest zou zijn gedaald van ongeveer zeven tot iets meer dan een ton per hectare, als gevolg van een afnemende bodemkwaliteit. Kunstmest heeft het echter mogelijk gemaakt om de opbrengsten in grote lijnen op peil te houden. Het kost de Amerikaanse boeren wel veel geld: jaarlijks meer dan een half miljard dollar.

In armere delen van de wereld waar de bodemkwaliteit achteruitgaat, ontbreken de middelen om dit met meststoffen te compenseren. En de resultaten worden nog zorgwekkender als dit wordt verergerd door klimaatverandering.

Een beetje goed nieuws en een tweesnijdend zwaard

Het goede nieuws is dat veel aspecten van landbeheer voor voedselproductie de afgelopen decennia zijn veranderd, waaronder het telen van verschillende gewassen, of dezelfde gewassen op verschillende plaatsen telen, als reactie op verhoogde temperaturen. Het algemene resultaat van deze veranderingen is dat de voedselopbrengsten in veel delen van de wereld zelfs sterk zijn toegenomen. Maar als klimaatverandering leidt tot het gelijktijdig mislukken van belangrijke gewassen zoals tarwe, maïs en sojabonen in twee of meer grote graanschuurregio’s (de gebieden van de wereld die het meeste voedsel produceren), dan bestaat het risico dat prijsstijgingen van voedsel acuut worden.

Het mondiale voedselsysteem is ook steeds meer afhankelijk van minder gewassen dan in het verleden. Dit is een tweesnijdend zwaard: terwijl voedsel dat op één plaats wordt verbouwd, via een wereldwijde markt anderen kan voeden als extreem weer de productie heeft verminderd, vormt tegelijkertijd een verhoogde concentratie van minder gewassen een groot risico: we zijn al onze eieren in één mand aan het steken. We kennen niet precies het effect van toenemende temperaturen op die gewassen enerzijds, maar een groter gevaar is wellicht ziektes en plagen van insecten die de door het veranderend klimaat ontstaan.

(kg)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20