Hoe Japan, ’s werelds derde farmaceutisch powerhouse, de grote verliezer werd in de Vaccine Wars

Jaren voor de uitbraak van het coronavirus waarschuwde een team van Japanse adviseurs hun ministerie van Volksgezondheid: het land liep door z’n vaccinpolitiek ernstige risico’s als er een pandemie zou uitbreken. De voorspellingen bleken profetisch. Japan heeft nu moeite om coronavirusvaccins uit het buitenland te halen en loopt ver achter om zijn eigen vaccins te ontwikkelen. En hoewel in Tokio en andere grote steden de noodtoestand geldt, heeft de Japanse regering nog geen begin gemaakt met het opstarten van een vaccinatieprogramma.

‘Vaccins zijn een essentieel onderdeel van de nationale veiligheid’, waarschuwde het rapport in 2016. De vaccinindustrie in het land was quasi onbestaande en het publieke bewustzijn over de veiligheid van vaccins was laag. De auteurs drongen aan op een reeks hervormingen om de onderzoeks- en productiecapaciteit op te voeren – terwijl er nog tijd was. Het rapport, net als andere uitgegeven door wetenschappers over de hele wereld die waarschuwden voor een gebrek aan voorbereiding op pandemieën, werd geklasseerd.

Japan is het enige land in de Groep van Zeven van economische mogendheden waar nog niet begonnen is met vaccinaties tegen het coronavirus. Maar het is niet het enige land onder de rijkere landen tout court dat nog moet starten. Australië en Zuid-Korea bijvoorbeeld, daar is men ook nog niet begonnen. Japan is ook zeker niet het enige land in een veel langer lijstje: dat met landen waarvan het gebrek aan paraatheid op pandemieën door de wereldwijde crisis aan het licht is gekomen.

Maar Japan – vaak gerangschikt als de op twee na grootste farmaceutische markt na de Verenigde Staten en China – is wel een levendig voorbeeld van hoe de pandemie landen heeft gedwongen hun prioriteiten op het gebied van de volksgezondheid, wereldwijde samenwerking en paraatheid opnieuw te onderzoeken.

Diepgewortelde bureaucratische voorzichtigheid en een wantrouwen jegens buitenlandse geneesmiddelen

Van de 63 vaccins die over de hele wereld klinische proeven ondergaan, komt er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie slechts één uit Japan. En zelfs dat vaccin, van start-up AnGes in Osaka, zal pas veel later dit jaar de fase III-proeven ingaan.

Ondertussen wijst het feit dat Japan er niet in slaagt om snel vaccins uit het buitenland vast te krijgen op andere problemen: diepgewortelde bureaucratische voorzichtigheid en een wantrouwen jegens buitenlandse geneesmiddelen. Japan vereist bijvoorbeeld dat vaccinproeven van buitenlandse vaccins in eigen land plaatsvinden. Een eis die het goedkeuringsproces voor de Pfizer-, Moderna- en AstraZeneca-vaccins die het wil, aanzienlijk heeft vertraagd.

Het vaccin van Pfizer wordt wellicht het eerst dat de hordes neemt in Japan, maar dat zal niet meer voor deze maand zijn. Japanse proeven voor het Moderna-vaccin begonnen pas op 21 januari, bij amper 200 mensen. Takeda Pharmaceuticals, de grootste medicijnfabrikant van Japan die de proeven afhandelt, zegt te hopen dat het vaccin ‘uiterlijk’ in mei kan worden goedgekeurd. Japan heeft er 50 miljoen van besteld. AstraZeneca is in september begonnen met testen in Japan, maar het bedrijf zal er naar verwachting pas eind februari goedkeuring aanvragen voor het gebruik van het vaccin. 90 miljoen doses van dat vaccin moeten in Japan worden geproduceerd en nog eens 30 miljoen zouden worden geïmporteerd.

Optimisme dat Olympische Spelen nog kunnen doorgaan is grotendeels verdampt, ondanks het officiële standpunt

In augustus, kort voordat hij om gezondheidsredenen met pensioen ging, kondigde premier Shinzo Abe aan dat Japan bezig was om voldoende vaccindoses veilig te stellen om de hele bevolking in de eerste helft van dit jaar in te enten. Japan zou in totaal 290 miljoen doses kopen van Pfizer, Moderna en AstraZeneca. De belofte onderstreepte het officiële vertrouwen dat de Olympische Spelen in juli door zouden kunnen gaan – zelfs als de twee kwesties niet expliciet met elkaar verbonden waren.

Maar het optimisme over het vaccinatieschema – en over de Olympische Spelen – is grotendeels verdampt dankzij een combinatie van de Japanse testvereisten en voorspelbare knelpunten in de wereldwijde bevoorrading. In januari werd de regering bovendien gedwongen om een ​​tweede noodtoestand af te kondigen in Tokio door een snelle toename van infecties. De onderhandelingen met vaccinproducenten werden versneld en op 18 januari werd senior kabinetsminister Taro Kono aangesteld om toezicht te houden op het vaccinatieproces.

De Japanse premier Yoshihide Suga op een persconferentie om te spreken over de noodtoestand. De Japanse regering besloot de noodtoestand te verlengen tot 7 maart. (isopix)

Donderdag zei Kono dat hij hoopte op zijn vroegst op 1 april te beginnen met vaccinaties voor mensen ouder dan 65 jaar, en dat hij hoopte dat het tegen de derde week van juni zou eindigen. Maar hij zei ook dat hij niet wist wanneer vaccins beschikbaar zouden zijn voor de rest van het grote publiek. De kans dat het allemaal in kannen en kruiken komt voor de start van de Olympische Spelen op 23 juli wordt met de dag kleiner, hoezeer de Japanse regering ook claimt vastberaden te zijn om ze te laten doorgaan.

Nog een enorm probleem: de Japanse volksaard

Er is nog een probleem: Japan heeft ook te kampen met een bevolking die zeer sceptisch is over de veiligheid van vaccins en een bureaucratische cultuur die zeer voorzichtig is. Dat komt onder meer door complicaties die ontstonden tijdens verplichte vaccinaties tegen mazelen, bof en rubella in 1993 en een reeks rechtszaken die daarop volgden. 1.800 mensen kregen gezondheidsproblemen en de regering moest een flinke schadevergoeding betalen.

De regering reageerde door af te zien van het plan om vaccins verplicht te maken, maar stopte tegelijkertijd ook met het voorlichten van mensen over de veiligheid van vaccins. In 2013 trok Japan op controversiële wijze een HPV-vaccin terug nadat relatief kleine bijwerkingen waren gemeld, een beslissing die mogelijk duizenden levens heeft gekost. Door de behoedzaamheid van de overheid – en het spook van schadevergoedingen – doen weinig Japanse bedrijven sindsdien onderzoek naar vaccins.

Isopix.

Bij heel veel Japanners heerst ondertussen de gedachte dat vaccins erg gevaarlijk en riskant zijn. Koppel dat aan het feit dat voorzichtigheid iets is dat diep geworteld zit in de Japanse cultuur. Net zoals een bijna maniakaal streven naar perfectie, gecombineerd met een intolerantie voor fouten en een neiging om heel snel de schuld bij iemand te leggen als dingen niet zoals verwacht aflopen.

Aan het begin van de pandemie was het Japanse ministerie van Volksgezondheid bijvoorbeeld erg traag met het uitvoeren van coronavirustests en aarzelde het om testkits uit de particuliere sector of buitenlandse tests te introduceren vanwege bezorgdheid over de nauwkeurigheid.

Een geluk is dat Japan relatief weinig coronabesmettingen heeft gekend sinds de uitbraak van de pandemie en ook weinig sterfgevallen. Amper 6.000. Dat is minder dan een derde van het aantal sterfgevallen in ons land, terwijl er elf keer meer mensen wonen in Japan.

Meer
Mijn Volglijst

Wall Street eindigt fors hoger

07/12/2021 21:42

(ABM FN-Dow Jones) De Amerikaanse beurzen zijn dinsdag fors hoger gesloten, voortbordurend op de koerswinsten van maandag, met technologie-aandelen de leiding. 

Beleggers waren minder bevreesd voor de omikron-variant van het coronavirus. Deze variant is dan vermoedelijk wel besmettelijker, maar ook milder. Ook de Chinese centrale bank hielp mee.

Lees meer...
Markten
Lees meer...
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20