Hoe de Britten aan de grondslag liggen van de religieuze ideologie van de taliban

Waar ligt de oorsprong van de religieuze overtuigingen van de taliban? De wortels van hun ideologie – Deobandi Islam – blijken terug te voeren tot het 19e-eeuwse koloniale India. In wezen was Deobandi Islam een ​​antikoloniale beweging tegen de Britse bezetting van India die was ontworpen om de islam nieuw leven in te blazen.

Waarom is dit belangrijk?

Na de snelle machtsovername van de taliban in wat zij zelf omschrijven als een "hersteld islamitisch emiraat van Afghanistan", heeft de angst dat een bepaald soort islamistische ideologie wordt teruggebracht, ertoe geleid dat een groot aantal Afghanen is gevlucht, of vreest voor hun leven.

De taliban stonden bekend om hun onderdrukkende heerschappij. Ze regeerden Afghanistan van 1996 tot 2001, waarna ze door Amerikaanse en Britse troepen plus hun bondgenoten van de macht werden verdreven. Onder het talibanbewind werden religieuze minderheden en andere moslims die hun fundamentalistische opvatting van de islam niet deelden, niet getolereerd. De taliban beperkten ook de rechten van vrouwen en meisjes ernstig.

Maar waar ligt de oorsprong van de religieuze overtuigingen van de taliban? De wortels van hun ideologie – Deobandi Islam – blijken terug te voeren tot het 19e-eeuwse koloniale India.

In wezen een antikoloniale beweging tegen Britse overheersing in India

Deobandi Islam ontstond in India in 1867, 10 jaar na een grote Indiase nationalistische opstand tegen de heerschappij van de Britse Oost-Indische Compagnie. Twee moslimgeestelijken, Maulana Muhammad Qasim Nanautawi en Maulana Rashid Muhammad Gangohi, stonden achter de oprichting van de Deobandi-school. Hun doel was om moslimjongeren te indoctrineren met een sobere, rigide en ongerepte visie op de islam. In wezen was Deobandi Islam een ​​antikoloniale beweging die was ontworpen om de islam nieuw leven in te blazen.

Deze school van islamitisch denken had een heel bijzonder begrip van het geloof. De Deobandi-versie van de islam houdt vast aan het orthodoxe islamisme en benadrukt dat het naleven van de soennitische islamitische wet of sharia, het pad van verlossing is. Deobandi dringt aan op de heropleving van islamitische praktijken die teruggaan tot de zevende eeuw – de tijd van de profeet Mohammed. Het handhaaft het idee van wereldwijde jihad als een heilige plicht om moslims over de hele wereld te beschermen, en is tegen alle niet-islamitische ideeën.

Het belang van de madrassa’s

De eerste madrassa – of islamitische school – om moslimjongeren op te leiden in de Deobandi-traditie, werd tegen het einde van de 19e eeuw opgericht in de Noord-Indiase deelstaat Uttar Pradesh. Het Deobandi-schoolsysteem verspreidde zich over de volgende decennia en trok moslimjongeren aan in verschillende delen van het Indiase subcontinent. Zo werd de Deobandi-traditie de populairste school voor islamitisch denken onder de Pashtuns, een etnische groep die aan weerszijden van de grens tussen Afghanistan en Pakistan woont.

Pashtun-leiders speelden een belangrijke rol bij het opzetten en uitbreiden van het Deobandi-curriculum en de traditie in de Pashtun-gordel over de Durand-lijn, de koloniale grens die Brits-Indië scheidt van Afghanistan.

Nadat Brits-Indië in 1947 was verdeeld tussen India en Pakistan, migreerden veel prominente Deobandi-geleerden naar Pakistan en richtten een groot aantal madrassa’s op. Met de onafhankelijkheid van India en Pakistan richtte de school haar volle aandacht op het opleiden van de leerlingen binnen deze fundamentalistische islamitische traditie.

In de jaren en decennia na de onafhankelijkheid van Pakistan, verspreidden Deobandi-madrassa’s zich over Pakistan, en een van hun belangrijkste oorzaken van politiek activisme werd de Indiase behandeling van moslims in het door India gecontroleerde deel van Jammu en Kasjmir.

Volgens een schatting waren er in 1967 al maar liefst 8.000 Deobandi-scholen wereldwijd en duizenden Deobandi-afgestudeerden, voornamelijk in India, Pakistan, Bangladesh, Afghanistan en Maleisië.

Geld van de CIA

In het begin waren de Deobandi-madrassa’s meestal slecht gefinancierd. Een gebeurtenis die de groei van het aantal inschrijvingen in Deobandi-madrassa’s enorm heeft gestimuleerd, was de Sovjetinvasie van Afghanistan in 1979. De heimelijke betrokkenheid van de CIA bij die oorlog voedde de islamitische strijdbaarheid en hielp onbedoeld bij het organiseren en orkestreren van een verzetsbeweging die voornamelijk bestond uit fervente religieuze strijders. Een aanzienlijk aantal van deze Afghaanse strijders was afkomstig uit de Deobandi madrassa’s, vooral de Pashtuns, die een leidende rol speelden in het verzet.

In die tijd kregen de Deobandi-madrassa’s ook voor het eerst externe financiële steun. Deze hulp kwam voornamelijk via Amerikaanse hulpdollars voor Pakistan en geld uit Saoedi-Arabië. Saoedische leiders gebruikten in feite de invloed van hun geld om hun eigen interpretatie van de islam – het wahabisme – door te drukken in de Deobandi-madrassa’s.

Met dank aan Pakistan (1)

Na de Sovjetinvasie in Afghanistan in 1979 zochten miljoenen Afghaanse vluchtelingen in verschillende golven onderdak in Pakistan, vooral in de Pashtun-gordel. Pakistan was erop gebrand een strategische positie in Afghanistan te verwerven en rekruteerde actief jonge mannen in vluchtelingenkampen, waardoor ze nog meer religieuze ijver kregen om tegen de Sovjets te vechten.

Verdreven uit hun huizen in Afghanistan, gedijden de onteigende jonge Afghanen in de vluchtelingenkampen, deels als gevolg van etnische banden met de Pashtuns. Aangetrokken tot een religieus gebaseerd offensief tegen wat zij als een ongelovige of buitenlandse bezetter beschouwden, werden ze bereidwillige rekruten voor de anti-Sovjetzaak.

Veel van de belangrijkste leiders en strijders van de taliban, waaronder Mullah Omar, de oprichter van de organisatie, hadden gestudeerd aan de Deobandi-seminaries in zowel Afghanistan als Pakistan.

Met dank aan Pakistan (2)

Nadat de Sovjets zich in 1989 uit Afghanistan hadden teruggetrokken, bleven de strijders de steun genieten van de Pakistaanse geheime dienst en de Saoedi’s. Toen Afghanistan in 1992 een burgeroorlog uitbrak, wedijverden verschillende facties van het anti-Sovjetverzet om de macht. Onder hen was de Noordelijke Alliantie, een groep die India en Rusland hadden gesteund en onder leiding stond van een etnische Tadzjiekse, Ahmed Shah Massoud, die zich verzette tegen de taliban en een bijna mythische status verwierf.

Maar met de cruciale en substantiële hulp van de Pakistaanse geheime dienst, kwamen de taliban als overwinnaar uit de strijd en ze grepen de macht in 1996. Toen ze eenmaal aan de macht waren, legden ze hun kenmerkende versie van de islam op aan het land – iets wat ook onderbroken werd door de bezetting van door Westerse strijdmachten na de inval in het land als antwoord op de aanslagen van 11 september 2001. En twintig jaar later lijkt hetzelfde nu te gebeuren.

Lees ook:

(jvdh)

Meer
Lees meer...
Markten
BEL20