Het verrassend moderne verhaal van wijn in het oude Egypte

We associëren wijn graag met de oude Grieken en de Romeinen. Maar in pre-dynastieke en vroeg-dynastieke perioden (3.200 v.Chr. en eerder) waren er al wijngaarden voor gebruik door Egyptische heersers en edelen. Het straffe is dat veel van de zaken die we vandaag nog gebruiken, zoals etiketten, kwaliteitslabels en onderverdelingen in wijnregio’s toen ook al bestonden. Het oude Egypte had zelfs zowaar het equivalent van de Franse appellatie-wetten.

De eerste dynastieke graven van Abydos, 5.000 jaar oud, vermelden het bestaan ​​van wijngaarden en van wijnkelders. Tegen de tijd van koning Djoser (2.700 v.Chr.), wiens trappiramide de eerste piramide was die werd gebouwd, bestond er een gedeeltelijke lijst van wijngaarden, waaronder de beroemde wijngaard van “Horus in de Hemel” die wijn produceerde tot in de Griekse periode.

Naast edelen die wijngaarden bezaten, hadden tempels hun eigen wijngaarden. In de tijd van Ramses III bezat de tempel van Amon-Ra maar liefst 513 wijngaarden. De beste van die wijngaarden lagen in de Nijldelta, gevolgd door die in Fayyum (Memphis). De belangrijkste bronnen van informatie over de productie van wijn zijn de muurschilderingen en reliëfs van graven van het Oude Koninkrijk (Saqqara) en het Nieuwe Koninkrijk (in Thebe).

Als er geen heuvel was, maakten ze die

Veel scènes van muurschilderingen uit graven geven ons een redelijk nauwkeurig beeld van de Egyptische wijngaarden en de technieken van wijnproductie. De beste plek om een ​​wijngaard te vinden was op een heuvel, maar als die er niet was, maakten de Egyptenaren een kunstmatig verhoogd stuk grond en plantten ze de wijnstokken daar. Rond de wijngaard hoorde ook een muur en over het algemeen werden groenten en fruit geplant in de buurt van de wijnstokken. Die werden meestal met de hand begoten met water dat uit een bassin werd gehaald.

Er waren verschillende manieren om wijnstokken te laten groeien, maar de belangrijkste was om twee houten pilaren op te gebruiken waarvan de bovenste uiteinden gevorkt waren en een houten paal over de bovenkant te leggen om de wijnranken te ondersteunen. Dit type ondersteuning vormt ook een hiëroglief dat wordt gebruikt in de woorden die “tuin”, “wijn” en “wijnstok” betekenen.

De rijpe druiven werden met de hand geplukt en in grote biezenmanden gedaan. De manden met druiven werden geleegd in vaten. Deze vaten waren groot genoeg om tot zes mannen de druiven met hun voeten te laten pletten. Het druivensap stroomde door een gat in de zijkant van het vat in een kleiner vat en werd vervolgens in aardewerken potten gegoten.

Een secundaire persing moest de rest van het sap van de stengels, zaden en schil scheiden. Het residu werd in een zak gedaan en uitgerekt, hetzij op een frame met een paal aan het ene uiteinde of tussen twee palen. De paal werd gedraaid om het sap te extraheren dat vervolgens in een groot vat werd opgevangen.

De fermentatie vond plaats in open vaten, waarna de wijn werd overgeheveld en overgebracht naar andere potten, verzegeld met een stop en bedekt met moddercapsules. Er werden daarbij kleine gaatjes gelaten om de kooldioxide die bij de secundaire fermentatie werd geproduceerd te laten ontsnappen. Als de fermentatie stopte, werden de gaten gedicht.

Soms werd het resultaat gezeefd (een vorm van decanteren) voordat het werd gedronken, en af ​​en toe gebruikten de Egyptenaren een sifon om te voorkomen dat het wijndrab zich vermengde met de te schenken wijn.

Een bepaalde soort stond bekend als niet drinkbaar tot die 100 jaar gerijpt was

Het bleek dat het oude Egypte het equivalent had van de Franse appellatie-wetten. Er was een “Koninklijke Wijnzegelaar” die toezag op de naleving van de etiketteringswetten, en veel van wat je tegenwoordig op wijnetiketten vindt, stond op de wijnetiketten van het oude Egypte. Een wijn jarenlang bewaren om te rijpen was niet zo ongewoon. In het bijgebouw van de tombe van Toetanchamon werden 36 wijnkruiken gevonden, elk met daarop de datum, plaats en oogstjaar van de wijn en waaruit blijkt dat de wijnen minstens 21 jaar moesten worden bewaard. Een bepaalde soort, Chassut, stond bekend als niet drinkbaar tot die 100 jaar gerijpt was.

Iets wat we tegenwoordig niet doen, is de naam van de persoon die de wijn heeft gemaakt op het etiket weergeven. Maar dat was belangrijk in het oude Egypte, want als de wijnboer beroemd was vanwege het produceren van goede wijnen en naar een andere wijngaard zou verhuizen, zou dit een manier zijn waarop de Egyptische wijnkoper goede wijn kon blijven identificeren. Het lijkt er ook op dat de oude Egyptenaren Egypte ook opdeelden in wijnbouwdistricten, net zoals we dat tegenwoordig doen.

Maar hoe goed was de wijn uit het oude Egypte?

Er was ook een kwaliteitskwalificatie: Egyptische wijnen werden beoordeeld als “goed”, “tweemaal goed” en “driemaal goed” (de beste). Er was ook een andere indeling: “onvervalst”, “zoet”, “vrolijkmakend” (voor niet zo’n goede wijn blijkbaar), en “gemengd”. Wijn werd immers af ​​en toe “verbeterd” door andere wijnen ermee te mengen, of door kruiden en andere smaakstoffen toe te voegen. Er was ook de mogelijkheid om honing aan wijn toe te voegen om hem zoeter te maken, maar dat moest dan wel worden vermeld.

De vraag die ondertussen op ieders lippen brandt, is uiteraard deze: hoe goed was de wijn uit het oude Egypte? De Romeinen, die zelf heel wat wijngaarden hadden, importeerden ook wijnen uit Egypte. Ze beschouwden de wijngaarden langs de Canopische tak van de Nijl als de beste wijnen. Twee schrijvers tijdens het Romeinse rijk vermelden dat de wijn van Mareotis “wit, geurig, dun, maar van goede kwaliteit” is. Ze vermelden ook dat de wijn van Sebennytus in de centrale delta “hoog scoort in uitmuntendheid”. De Romeinen waren ook erg onder de indruk van de wijnen die werden verbouwd rond het meer Menzalah-district, het Tanis-district, het noordelijke Xois-gebied en in de regio Sile.

Dronken worden omdat bloed van je voorvaderen je gek maakt

We weten uit de resten van vijf klei-amforen in het graf van Toetanchamon dat daar witte wijn inzat, maar wijn in het oude Egypte was overwegend rood. Vanwege de gelijkenis met bloed, omringde het drinken van wijn in de Egyptische cultuur veel bijgeloof. De Egyptenaren puurden er hun eigen verklaring uit voor waar wijn dronken maakt. Het idee was dat wijnstokken waren ontstaan toen het bloed van degenen die ooit tegen de goden hadden gevochten (en sneuvelden) vermengd waren geraakt met de aarde. Ergo: het sap van de vruchten vult mensen eigenlijk met het bloed van hun voorouders, wat hen gek maakt.

Het maken van wijn bleef ook onderdeel van de Egyptische cultuur na de Romeinse overheersing in Egypte. Christenen vormden de meerderheid van de Egyptische bevolking in de 3e eeuw, en ondanks een gereserveerde houding ten opzichte van alcohol in de kerk van Alexandrië is bekend dat kloosters grote hoeveelheden wijn opsloegen in de eeuwen die volgden. Dat veranderde na de islamitische verovering van Egypte in de 7e eeuw, maar niet helemaal. De houding ten opzichte van alcohol varieerde sterk onder islamitische heerschappij en moslimheersers toonden over het algemeen een zekere mate van tolerantie ten aanzien van alcoholproductie die gecontroleerd werd door religieuze minderheden. Joodse manuscripten uit de Cairo Geniza vertellen over de betrokkenheid van Egyptische Joden bij de productie en verkoop van wijn in het middeleeuwse Egypte. Desalniettemin raakte de wijncultuur steeds meer in verval en ze verdween uiteindelijk helemaal.

Van Nestor tot Heineken

De wijnbouw werd in Egypte nieuw leven ingeblazen door de Grieks-Egyptische tabakshandelaar en ondernemer Nestor Gianaclis, die in 1882 de eerste moderne wijngaard van het land ten zuiden van Alexandrië stichtte. De wijnindustrie van het land breidde zich aan het begin van de 20e eeuw uit, tot de Egyptische revolutie van 1952, waarbij de liberale monarchie van het land ten val werd gebracht ten gunste van een presidentieel systeem. In 1963 nationaliseerde en fuseerde de Egyptische president Gamal Abdel Nasser brouwerijen en wijngaarden in het land, onder de Pyramid Brewery (die tot dan in handen was van Belgische eigenaars), en die later bekend werd als Al Ahram Beverages Company.

Wanbeheer door de staat en een steeds religieuzere bevolking droegen bij aan de geleidelijke achteruitgang van de Egyptische wijnsector. Het bedrijf werd in 1997, op het hoogtepunt van zijn ondergang, geprivatiseerd als onderdeel van een economisch hervormingsprogramma. De nieuwe eigenaar, de Egyptische zakenman Ahmed Zayat, herstructureerde het bedrijf en introduceerde een lijn van niet-alcoholische dranken die het conservatieve deel van de bevolking zou aanspreken. Het bedrijf werd in 2002 verkocht aan Heineken International.

Er zijn momenteel maar een paar grote producenten van Egyptische wijn tegenwoordig. Gianaclis, dat de labels Chateau Grand Marquis, Cru des Ptolemees, Rubis d’Egypte en Omar el Khayam produceert, en dat deel uitmaakt van een Egyptisch bedrijf dat eigendom is van Heineken, is er daar eentje van. Het land staat op 57 in de lijst met grootste producerende naties en zowat alles van de nauwelijks 5 miljoen liter die wordt gemaakt jaarlijks verdwijnt in de kelen van toeristen.

(jvdh)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20