Het alledaagse organisatorische probleem waardoor Al-Qaeda en IS hun slagkracht voor het grootste deel zijn kwijtgeraakt

Het slechte nieuws anno 2021? Al-Qaeda en de Islamitische Staat bestaan nog. Maar het goede nieuws voor Amerikanen en mensen in het Westen tout court, op deze twintigste verjaardag van 9/11, zijn ze hun slagkracht door een alledaags organisatorisch probleem voor het grootste deel kwijtgeraakt. Want hoe vreemd het ook mag klinken, revolutionaire islamitische groeperingen hebben net als elke andere organisatie te kampen met rekruteringsproblemen.

Waarom is dit belangrijk?

De realiteit is dat Al-Qaeda en zijn rivaliserende tak, Islamitische Staat (IS) eigenlijk altijd al chronische problemen hebben gehad om hun gelederen aan te vullen.

Dat personeelsgebrek is overigens al een oud zeer voor Al-Qaeda. Weinigen weten het, maar Al-Qaida plande in 2001 twee reeksen terroristische aanslagen op de Verenigde Staten. Khalid Sheikh Mohammed, de organisator van de 9/11-operatie, voorzag oorspronkelijk gelijktijdige aanvallen op de oostkust en de westkust van de Verenigde Staten. Het plan was met een gekaapt passagiersvliegtuig in de U.S. Bank Tower in Los Angeles te vliegen. Dat was toen de hoogste Amerikaanse wolkenkrabber ten westen van Chicago.

Khalid Sheikh Mohammed pochte dat hij uit tientallen rekruten kon kiezen. Maar dat bleken er veel minder te zijn dan hij had verwacht. Verschillende kandidaten vielen uit en konden niet worden vervangen. Al-Qaeda kon uiteindelijk slechts 19 voldoende getrainde militanten vinden die bereid waren voor de zaak te sterven. Als gevolg hiervan moest het plan om ook aanslagen te plegen aan de Amerikaanse westkust worden geannuleerd.

Probleem 1: liefde voor het leven

Hoe vreemd het ook mag klinken, revolutionaire islamistische groeperingen hebben net als elke andere organisatie te kampen met rekruteringsproblemen. De realiteit is dat Al-Qaeda en zijn rivaliserende tak, Islamitische Staat (IS) eigenlijk altijd al chronische problemen hebben gehad om hun gelederen aan te vullen. Ze klagen ook vaak over hun wervingsproblemen. “We zijn het meest verbaasd dat de islamitische gemeenschap nog steeds slaapt en achteloos is terwijl haar kinderen overal worden weggevaagd en vermoord en dat haar land elke dag wordt verkleind”, schreef al-Qaida in een van zijn online publicaties in 2004. Dat gevoel heeft de terreurgroep gedurende vele jaren herhaald.

Ook IS heeft haar teleurstelling uitgesproken over het gebrek aan strijdvaardigheid bij moslims. In juni 2017 publiceerde het bijvoorbeeld een artikel in een online tijdschrift waarin kritiek werd geuit op moslims die “de schaamte achter zich aan slepen” door “veilig in uw huizen, veilig bij uw families en rijkdom” te blijven in plaats van zich bij de revolutionaire beweging aan te sluiten. Het probleem, volgens een artikel van november 2017 in het online dagblad van de Islamitische Staat, is “liefde voor het leven en haat voor de dood”, een “ziekte van zwakte waarvan het uiteindelijke resultaat de suprematie van de vijand over de moslims zal zijn”.

Probleem 2: democratie

Maar liefde voor het leven is slechts een van de rekruteringsproblemen van militanten.
Volgens sociaalwetenschappelijk onderzoek vindt het grootste deel van de 1,8 miljard moslims ter wereld terreurgroepen zoals Al-Qaeda en IS weerzinwekkend. De meeste moslims steunen beleid dat islamitische vroomheid aanmoedigt of afdwingt, maar ze steunen geen revolutionair geweld. Een grote meerderheid van de moslims steunt democratische verkiezingen, die de revolutionairen als on-islamitisch beschouwen.

Democratisch denken heeft diepe wortels in de islamitische traditie, waaronder de ‘nahda’-renaissance van Arabische intellectuelen in de 19e eeuw, massale pro-democratische momenten in het begin van de 20e eeuw in het Ottomaanse Rijk en Iran, en de Arabische Lente die eind 2010 begon.

Islamitische militanten zoals Al-Qaeda en IS beschouwen democratische inspanningen als een bedreiging en hebben herhaaldelijk pro-democratische moslimgeleerden en activisten aangevallen en vermoord. Zo was Muhammad Nu’man Fazli, een geestelijke in Afghanistan, een van de recente slachtoffers van dit soort geweld. Zijn moskee buiten Kaboel werd in mei 2021 gebombardeerd door de Islamitische Staat tijdens een staakt-het-vuren tussen de Taliban en de Afghaanse regering. Fazli was een doel vanwege zijn steun aan de democratie, volgens een verklaring van IS.

Probleem 3: opgejaagd

De regeringen van de wereld hebben het ook erg moeilijk gemaakt voor mensen om militante groepen te vinden en zich bij hen aan te sluiten. Er zijn maar weinig veilige plekken om te trainen, en de plekken die er wel zijn, bevinden zich meestal in afgelegen gebieden die moeilijk te bereiken zijn, zoals de bergen van Noordwest-Pakistan, de woestijnen van Oost-Mali, de bossen van het stroomgebied van het Tsjaadmeer, het noorden van Mozambique of de eilanden van de zuidelijke Filippijnen.

Zelfs online moeten militanten voortdurend op zoek naar nieuwe methoden om detectie te voorkomen. Elk bericht dat ze verzenden of ontvangen, kan hen blootstellen aan arrestaties of drone-aanvallen.

Probleem 4: te veel concurrenten

Er is ook concurrentie. Ook nationalistische groeperingen als Hamas, Hezbollah en de Taliban proberen islamitische extremisten te rekruteren. Net als Al-Qaeda en IS willen deze bewegingen ook – althans gedeeltelijk met wapengeweld – een strenge versie van de islamitische wet opleggen. Maar hun ambities zijn vooral lokaal, in tegenstelling tot de mondiale agenda’s van Al-Qaeda en IS.

De nationalisten en globalisten kunnen soms samenwerken – denk aan alliantie tussen de taliban en Al-Qaeda in de jaren voorafgaand aan 9/11. Toch zijn ze fundamenteel rivalen als het gaat om rekrutering, en de nationalisten zijn op dat vlak veel succesvoller in het uitputten van vertrouwde lokale netwerken.

In Afghanistan hebben de taliban tegenwoordig tienduizenden militanten onder hun rekruten, volgens schattingen van de Amerikaanse regering. De regionale tak van de Islamitische Staat, vaak ISIS-K genoemd, heeft ongeveer 1.000 strijders en Al-Qaida heeft er minder dan 1.000.

Wat er dan nog rest

De realiteit is dat in de twintig jaar na 9/11 heeft Al-Qaida nooit genoeg rekruten gevonden om zijn tweede golf van massale aanslagen op Amerika uit te voeren. Volgens het Amerikaanse ministerie van Justitie werden in de jaren na 9/11 slechts een dozijn mensen in de Verenigde Staten veroordeeld voor banden met Al-Qaeda, en niemand was betrokken bij grootschalige complotten.

Islamitische Staat heeft enkele tientallen aanslagen georganiseerd of geïnspireerd in de Verenigde Staten en Europa, maar het aantal daalde halverwege 2015, toen de Turkse regering de grens met Syrië sloot. Doe-het-zelf-operaties met handvuurwapens en zelfgemaakte explosieven zijn ondertussen geëvolueerd naar aanrijdingen met voertuigen en aanvallen met messen, doorgaans uitgevoerd door hooguit één iemand – die achteraf dan meestal nog een voorgeschiedenis van geestesziekte blijkt te hebben. Islamitische Staat heeft nooit genoeg militanten in het Westen gemobiliseerd om “het Witte Huis, de Big Ben en de Eiffeltoren te vernietigen, met de toestemming van Allah”, zoals het in 2015 dreigde te doen.

Lees ook:

(bzg)

Meer
Lees meer...
Markten