Er zijn nog zekerheden: klimaattop van de laatste kans was weer een mislukking

Na urenlang onderhandelen over een handvol woordjes, is de 26e klimaattop van de Verenigde Naties, die door de VN zelf die van de laatste kans werd genoemd, afgelopen met een akkoord over de slotverklaring. Maar waren de afgelopen twee weken nu een ommekeer in de manier waarop we omgaan met de wereldwijde klimaatcrisis? Nee. Als COP26 iets heeft aangetoond, dan is het wel dat VN-conferenties over klimaatverandering er niet in slagen een model van mondiaal bestuur te produceren dat machtspolitiek kan temmen, laat staan ​​een gevoel van gedeelde lotsbestemming tussen landen te creëren.

Het is allemaal zo voorspelbaar dat Greta Thunberg uren voor de afloop al tweette “Nu #COP26 ten einde loopt, komt de tsunami van greenwashing en media spin om de uitkomst op de een of andere manier te framen als “goed”, “vooruitgang”, “hoopvol” of “een stap in de goede richting”. Of je nu een fan van Greta bent of niet: hier heeft ze wel gelijk.

Na 26 iteraties is de waarheid over deze COPs vrij duidelijk: de resultaten worden grotendeels bepaald voordat ze zelfs maar beginnen. Ja, er is een eindeloze opeenvolging van concerten, marsen, seminars, onderhandelingssessies, toespraken, ultimatums, verklaringen, foto-ops; en ja, iedereen werkt hard om een ​​gevoel van drama op te bouwen (vooral de media). Maar de geschiedenis suggereert dat de partijen zelden verder gaan dan wat ze van plan waren te doen voordat ze arriveerden. En op de keper beschouwd is het met nummer 26 in Glasgow zelfs nog niet eens daartoe gekomen; nogal wat landen zullen zich in de handen wrijven omdat het een meevaller (voor hen althans) is geworden.

We moeten ophouden met onze hoop op dit soort meetings te vestigen. Wat niet wil zeggen dat ze geen nut hebben. Wat ze doen is weerspiegelen hoeveel effect het maatschappelijk middenveld heeft weten te hebben op de naties die betrokken zijn bij de onderhandelingen sinds de vorige top. En ze geven ons ook een mooi stand van zaken over de kracht van het maatschappelijk middenveld in verhouding tot de macht van de fossiele brandstofindustrie en haar vrienden in de financiële gemeenschap.

10 pagina’s niet bindende intentieverklaringen

COP26 had een verhaal moeten worden van concrete maatregelen. De top had duidelijkheid moeten brengen over hoe landen precies van plan zijn om de dingen te doen die ze zelf hebben mogen kiezen om de opwarming te beperken tot hopelijk 1,5 en ten slechtste 2 graden Celsius. Het lijkt erop dat het definitieve akkoord bekend zal worden als het Glasgow Climate Pact. Het telt in totaal 10 pagina’s. Bespaar je de moeite om ze te lezen. De aanhef zegt eigenlijk alles: “Het Glasgow Climate Pact roept de partijen op om de ontwikkeling, toepassing en verspreiding van technologieën en de goedkeuring van beleid te versnellen om over te stappen op emissiearme energiesystemen, onder meer door de invoering van maatregelen voor schone energieopwekking en energie-efficiëntie snel op te schalen, met inbegrip van het versnellen van de inspanningen om de geleidelijke afschaffing van onverminderde kolenstroom en inefficiënte subsidies voor fossiele brandstoffen, waarbij de noodzaak van ondersteuning voor een rechtvaardige transitie wordt erkend.”

Iedereen gaat zijn best doen met andere woorden. De zaken waar een akkoord over is in de passage hierboven zijn echter van een vanzelfsprekendheid waar wereldleiders en lobbyisten niet per se in 400 privéjets naar Schotland hadden moeten voor vliegen.

Samen sterk in het afschuiven van schuld en kosten op elkaar

Welke tactische successen er ook zijn behaald op COP26, de resultaten zullen waarschijnlijk een strategische tegenslag voor de mensheid betekenen. De wereld mist klimaatdoel na klimaatdoel. Dat hoeft niet te verbazen: terwijl een groeiend aantal landen bijvoorbeeld netto-nuldoelen heeft gesteld, hebben maar weinigen geloofwaardige plannen om ze te halen. En zelfs als we de bestaande doelstellingen zouden halen, zou dat niet genoeg zijn om het belangrijkste doel van het klimaatakkoord van Parijs uit 2015 te bereiken: het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 boven het pre-industriële niveau.

In feite waarschuwt het laatste rapport van het Intergouvernementeel Panel over klimaatverandering dat de planeet in het begin van de jaren 2030 waarschijnlijk de limiet van 1,5°C zal bereiken. Zolang multilaterale betrokkenheid wordt bepaald door nationalisme, machtspolitiek en emotie, in plaats van solidariteit, wetgeving en wetenschap, zal onze toekomst somberder blijven worden.

Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog vertelde de Amerikaanse televisieserie The Outer Limits het verhaal van een idealistische groep wetenschappers die een nep-buitenaardse invasie van de aarde in scène zetten, in de misplaatste hoop dat ze een nucleair Armageddon konden afwenden door de wereld een gemeenschappelijke vijand te geven om zich tegen te verenigen. Geconfronteerd met het vooruitzicht van uitsterven, zouden de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten hun aandacht verleggen van concurrentie naar gedeeld overleven.

Tegenwoordig hoeft niemand zo’n gemeenschappelijk doel te bedenken. Klimaatverandering vormt een even grote bedreiging als een buitenaardse invasie. Maar in plaats van de nationale leiders wakker te schokken uit hun onderling gebikkel, wordt ze gebruikt als een wapen in een veelzijdige propagandaoorlog. Van Brazilië en Australië tot China en de VS, proberen landen de klimaatonderhandelingen te manipuleren om de kosten van aanpassing op anderen af ​​te kunnen schuiven.

Elke multilaterale klimaatovereenkomst zou moeten kunnen worden afgedwongen door het internationaal recht

Ontwikkelde economieën vinden steeds dwingendere manieren om het gedrag van andere landen vorm te geven. Toezeggingen van de meeste westerse en multilaterale ontwikkelingsbanken om te stoppen met het financieren van steenkool (nu vergezeld door China) beperken de mogelijkheden voor netwerkuitbreiding in ontwikkelingslanden waar de vraag naar stroom snel groeit.

Invloedrijke landen hebben er bij het Internationaal Monetair Fonds ook op aangedrongen groene voorwaarden te verbinden aan schuldverlichting voor arme landen, evenals aan de nieuwe toewijzing van speciale trekkingsrechten (de reserveactiva van het IMF). En het CO2-grensaanpassingsmechanisme van de Europese Unie – een niet-handelsbelemmering bedoeld om exporteurs naar Europa te dwingen over te schakelen op groene productie – doet onevenredig veel pijn aan kleine uitstoters in Afrika en Oost-Europa, die veel te verliezen hebben.

Daarmee willen we de op COP26 gelanceerde intentieverklaringen over steenkoolverboden, groene financiering en koolstofbeprijzing niet in diskrediet te brengen. Integendeel, deze instrumenten spelen een cruciale rol bij het veranderen van de manier waarop de wereldeconomie werkt. Maar dat betekent niet dat we de (zeer ernstige) gevolgen voor opkomende economieën kunnen negeren. In plaats daarvan moeten we een nieuw groots akkoord creëren dat gericht is op het ondersteunen van aanpassing in de ontwikkelingslanden.

Meer in het algemeen moeten we ervoor zorgen dat elke multilaterale overeenkomst ter bestrijding van klimaatverandering wordt afgedwongen door het internationaal recht, in plaats van afhankelijk te zijn van de wil van afzonderlijke landen. En besluitvorming moet worden gedreven door wetenschappelijke waarheden, niet door politieke slogans.

Showboating en machtspolitiek

De voorloper van het klimaatakkoord van Parijs, het Kyoto-protocol, aangenomen in 1997, was in grote lijnen in overeenstemming met deze benadering: het was een multilateraal verdrag, met juridisch bindende internationale doelstellingen bepaald door ’s werelds beste wetenschappers. Maar het protocol had ook veel gebreken, en het kwam uiteindelijk niet ver.

Het akkoord van Parijs nam een ​​heel andere koers. Het werd geprezen als een triomf, omdat de hoop op een overeenkomst zo laag was. Maar het hield een groot compromis in: het was gebaseerd op niet-bindende toezeggingen die bekend staan ​​als nationaal bepaalde bijdragen. Landen konden gewoon het energiebeleid voeren waarover ze al hadden besloten, terwijl ze deden alsof ze samenwerkten om klimaatverandering aan te pakken. Het is niet verrassend dat de huidige NDC’s totaal ontoereikend zijn om de gestelde doelen van de overeenkomst te bereiken.

Zeker, de COP’s op het gebied van klimaatverandering hebben vaak belangrijke – zij het vaak procedurele, saaie en technische – bijdragen geleverd aan de klimaatbestrijding. Maar showboating en machtspolitiek hebben echte vooruitgang in de weg gestaan. En het media- en maatschappelijke circus rond de conferenties – bedoeld om verantwoording en transparantie af te dwingen – heeft onderhandelaars vaak belemmerd om dingen voor elkaar te krijgen.

Het probleem gaat verder en dieper

Meer fundamenteel zijn de COP’s er niet in geslaagd een model van mondiaal bestuur te produceren dat machtspolitiek kan temmen, laat staan ​​een gevoel van gedeelde lotsbestemming tussen landen te creëren. En er is weinig reden om aan te nemen dat het deze keer anders zal zijn.

Natuurlijk gaat het probleem verder dan de VN-conferenties over klimaatverandering. Terwijl de economische globalisering miljoenen uit de armoede heeft gehaald, heeft het geleid tot een toenemende concentratie van rijkdom. In deze context kunnen inspanningen om gedeelde belangen te bevorderen minder aantrekkelijk worden, omdat ze asymmetrische beloningen opleveren.

Voeg daarbij de psychologie van afgunst die wordt losgelaten door sociale media, en het wordt des te moeilijker om de aandacht van mensen te verschuiven van hun relatieve positie in de wereldwijde pikorde naar het algemeen welzijn. Deze trends hebben het vertrouwen in de macht van de overheid ondermijnd en pessimisme aangewakkerd over de mogelijkheid dat er een oplossing komt.

Het resultaat is wat sociale wetenschappers een collectief actieprobleem noemen. Zowel leiders als burgers concluderen dat de meest rationele kortetermijnstrategie is om lippendienst te bewijzen aan de zaak en te hopen dat anderen de crisis zullen oplossen. Ondertussen komen we geen stap verder.

(kg)

Meer
door businessam.be
Mijn Volglijst

Update: EBA: Europese banken staan er beter voor

04/12/2021 10:54

(ABM FN-Dow Jones) De grootste Europese banken hebben hun solvabiliteit, winstgevendheid en liquiditeit zien stijgen. Dit bleek vrijdag uit de laatste transparantie-oefening van de Europese bankautoriteit EBA.

Aan het einde van het tweede kwartaal stond de CET 1 ratio van de120 deelnemende banken op 15,8 procent. Dat is 0,8 procentpunt meer dan medio 2020. Fully loaded steeg het percentage van 14,7 naar 15,5 procent.

Lees meer...
Markten
Lees meer...
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20