“De Verenigde Staten zijn energieonafhankelijk”: waarom dit een mythe is

De veelgeroemde energieonafhankelijkheid van Amerika, een belangrijke buffer tegen de snel stijgende energieprijzen op de wereldmarkt, is een mythe. De Verenigde Staten blijven afhankelijk van olie-exporterende landen, en het lijkt onmogelijk zich daarvan los te maken. Biden heeft een boycot van Russische olie aangekondigd, wat de prijzen opdrijft en de inflatie nog verder zal verhogen.

In het nieuws: Na de Russische invasie in Oekraïne kondigden de VS dinsdagavond aan dat zij de invoer van Russische energieproducten, zoals gas, olie en steenkool, zouden stopzetten.

  • Energieproducten zijn Ruslands voornaamste bron van inkomsten; de aankoop ervan financiert rechtstreeks Poetins oorlogskas. Het stopzetten van de Russische energie-invoer is dus een manier om de militaire fondsen af te snijden, en misschien, uiteindelijk, de oorlog te beëindigen.
  • Europa, dat voor zijn gas- en olieleveringen veel afhankelijker is van Rusland, rekent ook op een beperking van de gasinvoer: tot tweederde minder binnen het jaar. Dat kondigde de Commissie dinsdag aan in een ambitieus plan, dat door de Commissaris voor Milieu werd omschreven als “Poetins Waterloo”.

Prijskaartje

In werkelijkheid is de VS geen eiland: de prijzen rijzen de pan uit.

  • Biden benadrukte in zijn toespraak zelf dat er een prijskaartje aan het embargo hangt.
  • De olieprijzen, die reeds onder druk stonden zodra een embargo werd aangekondigd, zijn sinds de officiële aankondiging blijven stijgen: op woensdagochtend stond Brent ruwe olie boven de 130 dollar, en WTI boven de 125 dollar per vat.
  • Bij de opening van de markt bedroeg aardgas meer dan 200 euro per megawattuur, maar sindsdien is het teruggevallen tot 190 euro (op 9h). Op maandag piekte het op 227 euro.
  • Dat komt omdat alles met elkaar samenhangt en zich afspeelt in een marktlogica. Als we de Russische olie buiten beschouwing laten, is er minder olie beschikbaar op de wereldmarkt, maar de vraag blijft even groot. Logischerwijs stijgen de prijzen.
  • Als buffer zegt de VS te vertrouwen op zijn eigen fossiele brandstofvoorraden. Het gaat vaak prat op zijn reserves en energieonafhankelijkheid, maar hoe is het echt?

Mythe

Amerikaanse energie-onafhankelijkheid: een mythe.

  • Als je alleen naar de cijfers kijkt, hebben de Verenigde Staten sinds 2012 meer energie geproduceerd dan verbruikt, aldus Yahoo Finance. Maar alleen als je alle bronnen combineert: gas, olie, kernenergie, hernieuwbare energie, enzovoort.
  • Vanuit het oogpunt van de consument is de analyse van dit bedrag niet relevant, ook al hebben Obama en Trump opgeschept over deze “onafhankelijkheid”, waarbij zij eigenlijk appels en peren met elkaar vergelijken. Laten we het product per product bekijken.
  • Wat gas betreft, is de productie dankzij fracking (het injecteren van chemicaliën in de grond om olie en gas te winnen, wat als gevaarlijk voor het milieu wordt beschouwd) gestegen. In 2017 overtrof de productie voor het eerst het verbruik. Wiskundig gezien zijn de VS dus gasonafhankelijk.
  • Wat steenkool betreft, produceren de VS wel meer dan ze verbruiken, maar zowel productie als verbruik lopen terug. Steenkool is een zeer vervuilende energiebron.
  • Wat olie betreft, zijn de VS verre van onafhankelijk. Het land verbruikt meer olie dan het produceert, hoewel de productie sinds 2008 is toegenomen, dankzij fracking.
    • Sinds 2008, met de toevoeging van door fracking gewonnen olie, zijn de Verenigde Staten de grootste producent ter wereld. Maar het blijft een feit dat de Amerikanen 38 procent meer olie verbruiken dan ze produceren.
    • “Thuisproductie” maakt echter wel een verschil: Amerikanen betalen 4 dollar per gallon (3,8 liter, of ongeveer een euro per liter) voor benzine. Deze prijs werd pas zeer onlangs bereikt, en was een schok voor de consument. Het is een symbolische barrière zoals de twee euro per liter in West-Europa.
    • Wat de uitvoer betreft, exporteren de VS meer olie dan ze importeren – een feit dat ook vaak wordt aangeprezen, maar dat moet worden genuanceerd. Het voert meer geraffineerde producten (diverse brandstoffen) uit dan het invoert, maar het voert veel meer ruwe olie in dan het uitvoert, hoewel het verschil kleiner wordt (wederom door fracking).
    • Wat de export betreft, hebben particuliere ondernemingen de overhand. Sinds 2015 mogen ze van Obama ruwe olie exporteren, en ze verkopen aan de hoogste bieder. Ook kunnen ze zoveel winnen als ze willen, en worden ze niet beperkt door de regering zoals Russische of Saudische bedrijven dat bijvoorbeeld wel worden. Het lijkt dus onmogelijk de industrie te dwingen beschikbare olie te reserveren voor de Amerikanen, als buffer tegen torenhoge prijzen.
    • Ten tweede speelt ook het transport van olie een rol: milieunormen beperken bijvoorbeeld de aanwezigheid van pijpleidingen, en ook de transportprijzen lopen sterk uiteen: doorvoer per pijpleiding van Texas naar de Oostkust kan duurder zijn dan per schip van Rotterdam naar de Oostkust, analyseert de specialist Dan Dicker van The Energy Word voor Yahoo Finance.
    • Dan zijn er nog de productieprijzen: ontginning in het Midden-Oosten is veel goedkoper dan ontginning in Texas.
  • Uiteindelijk kan geen enkel land zich van de markt isoleren om voordeel te halen uit de eigen productie en de lage prijzen die daaruit zouden voortvloeien. Saoedi-Arabië doet zijn best, maar zodra er ergens in de wereld een crisis uitbreekt, stijgen ook daar de prijzen, net als elders.
  • Tenzij de vraag naar olie drastisch afneemt, zullen de prijzen op korte en middellange termijn hoog blijven. Biden zegt ook dat hij wil overstappen op meer hernieuwbare energiebronnen, maar dat kost tijd en brengt ook prijsstijgingen met zich mee voor grondstoffen, waaronder koper, lithium, nikkel en aluminium.

Inflatiezorgen

Nog meer: De inflatie in de VS tiert welig, en dat vormt een gevaar voor president Biden.

  • De inflatie in de VS schoot in februari naar de 7,5 procent; zelfs hoger dan in Europa. De barometer voor het economische beleid van Biden – voor het beleid van elke president, eigenlijk – kleurt hierdoor rood. Volgende week zal de Fed een renteverhoging aankondigen om de inflatie enigszins te beteugelen.
  • Maar de gok van Biden om de Russische olie-invoer te stoppen, met de daaruit voortvloeiende prijsstijging, zal gevolgen hebben voor de prijzen. Als de energieprijzen stijgen, stijgen alle prijzen, zoals we nu al enkele maanden zien. In een Amerika dat al zeer verdeeld is, zal de inflatie het imago van de VS bij de tegenstanders nog verder aantasten.
  • Naast de inflatie die elke maand toeneemt, neemt ook de consumptie maand na maand af, hetgeen de Amerikaanse economie, maar ook elders in de wereld, het ergste doet vrezen: stagflatie, een economische inzinking.

(lb, am)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20