De drie redenen waarom politici vasthouden aan onlogische internationale reisbeperkingen

Wie deze zomer internationaal heeft gereisd en zich door een labyrint van Covid-19-tests, quarantaines, toestemmings- en andere formulieren heeft moeten banen, is nog bij de gelukkigen. Veel mensen in de wereld hebben helemaal niet kunnen reizen. Wat is de redenering achter de vaak lukrake, eenzijdige manier waarop landen reisbeperkingen hebben ontworpen, opgelegd en gehandhaafd in verband met het coronavirus?

Waarom is dit belangrijk?

Covid-19 zal misschien nooit echt verdwijnen en grote delen van de wereld zullen zoals het nu gaat nog jarenlang niet-gevaccineerd blijven. Politici lijken het gevaar niet te erkennen dat inherent is aan oneindige Covid-19-reisbeperkingen.

De huidige beperkingen zijn een lappendeken waar schijnbaar weinig wetenschap of reden achter schuilt. Europeanen mogen bijvoorbeeld niet naar de VS, hoewel de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk een hogere vaccinatiegraad hebben dan de Verenigde Staten. De meeste Europeanen die in de VS wonen met een niet-immigrantenvisum (eigenlijk alles behalve een green card) kunnen het land verlaten en naar Europa reizen, maar ze kunnen niet terugkeren tenzij ze twee weken doorbrengen in een land dat niet “verboden” is, zelfs als dat land een veel hoger besmettingspercentage heeft. De regering-Biden heeft nooit bijzonderheden van het reisverbod verdedigd – waarom Duitsland, maar niet Turkije? – maar heeft onlangs bevestigd dat de beperkingen voorlopig van kracht blijven. Het zal wellicht nog maanden duren voor er een aanpassing komt.

De EU heeft het reizen tussen haar lidstaten wél heropend en de beperkingen voor 23 landen opgeheven. Elk land heeft wel z’n eigen regels voor wie wat moet doen naargelang van waar hij terugkeert. Reizen tussen het VK en de EU is ook nog steeds beperkt en verandert voortdurend – ofwel omdat Londen een nieuw land aan zijn oranje of rode lijst toevoegt, ofwel omdat een EU-land de Britten verbiedt. Clément Beaune, de Franse minister van staat voor Europese zaken, noemde onlangs de Britse beperkingen op zijn land “discriminerend”, “buitensporig” en “onbegrijpelijk”.

Australiërs mogen hun eigen land niet verlaten, en als een gevaccineerde Australiër in het buitenland naar huis wil, moet de persoon twee weken in quarantaine in een door de overheid beheerd hotel, meestal op eigen kosten – ervan uitgaande dat een van de beperkte slots beschikbaar is. Ondertussen zijn China en een aantal andere Aziatische landen gesloten voor de meeste buitenlanders.

Overheden ondervonden al snel in de pandemie dat politieke kosten van reisbeperkingen verwaarloosbaar zijn

Er tekenen zich drie grote redenen af waarom wordt vastgehouden aan onlogische internationale reisbeperkingen. Om te beginnen zijn overheden oprecht bang voor varianten, waaronder Delta, vooral nu de vaccinatiecijfers wereldwijd nog steeds relatief laag zijn. Zo is de helft van de VS niet volledig gevaccineerd en in Azië ligt dat aantal nog hoger. Als de reisbeperkingen nu worden versoepeld, kunnen het aantal besmettingen alleen maar erger worden, luidt het. En daar valt wel degelijk iets voor te zeggen.

Maar wat zeker ook speelt – en al speelde voor het opduiken van Delta – is dat al snel in de pandemie gebleken is dat de politieke kosten van reisbeperkingen verwaarloosbaar zijn. Het handhaven of aanscherpen van reisbeperkingen is veel gemakkelijker dan het opleggen van dingen als een gezichtsmaskermandaat, het vereisen van vaccinpaspoorten of het instellen van een nieuwe lockdown. De lobby voor internationaal reizen – de toeristenindustrie, expats en degenen die vaak reizen – is relatief klein. Daarom lijken veel regeringen zich niet veel te bekommeren om wat zij als een marginale kwestie zien.

De overheden weten ook wel dat de beperkingen vol gaten en inconsistenties zitten, maar, en dat is de derde grote reden waarom we er mee blijven zitten, die beperkingen handhaven is gemakkelijker dan ze te hervormen. Belemmeringen van welke aard dan ook helpen reizen te ontmoedigen, en dat is de boodschap die regeringen willen overbrengen.

Wettelijk vrij verkeer van personen is nochtans een kernpijler van de internationale orde na de Koude Oorlog

Niemand gelooft dat de beperkingen voor onbepaalde tijd zullen gelden, maar er bestaat geen tijdschema of proces om te beslissen wanneer ze zullen eindigen. Er heeft bijna geen internationale coördinatie over de kwestie plaatsgevonden. Het onderwerp kwam niet aan bod op de G7-, G20- of VS-EU-toppen. Behalve dat de Duitse bondskanselier Angela Merkel het in juli met Joe Biden ter sprake bracht, is de kwestie nauwelijks ter sprake gekomen in één-op-één discussies met leiders.

COVID-19 zal misschien nooit echt verdwijnen en grote delen van de wereld zullen zoals het nu gaat nog jarenlang niet-gevaccineerd blijven. Politici moeten het gevaar erkennen dat inherent is aan oneindige COVID-19-reisbeperkingen en een proces opzetten om deze uiteindelijk volledig op te heffen. Maar op dit moment lijken maar weinigen zich zorgen te maken over wat we zouden kunnen verliezen als we van elkaar worden afgesneden.

Wettelijk vrij verkeer van personen is nochtans een kernpijler van de internationale orde na de Koude Oorlog. Het heeft miljoenen studenten de kans gegeven om in het buitenland te studeren. Het heeft geleid tot huwelijken en gezinnen. Het bevordert wederzijds begrip. Het schept banen en stimuleert innovatie.

Lees ook: Wie vanaf zondag naar Nederland reist, moet coronapas kunnen voorleggen

Meer
Lees meer...
Markten
BEL20