De Belgische miskoop van de eeuw? Zelfs de Amerikanen lijken gammele F-35 nu op te geven

Isopix

Nog voor de eerste geleverd is aan ons land, lijkt het er steeds meer op dat de Amerikanen zelf de F-35 hebben opgegeven. Het meest geavanceerde (en duurste) gevechtsvliegtuig ooit, waarvan ons land er ook 34 bestelde, blijkt immers in de praktijk langs geen kanten die belofte te kunnen waarmaken.

Op papier is de F-35 ontegensprekelijk een technisch wonder, het meest geavanceerde, capabele gevechtsvliegtuig ter wereld. Afhankelijk van het model kan hij verticaal opstijgen of landen op een vliegdekschip. Het is moeilijk te detecteren door vijandelijke radars, heeft een hightech helm waarmee piloten letterlijk door het vliegtuig kunnen kijken en kan alles aan boord nemen, van kleine bommen tot kernwapens.

Maar 20 jaar later blijkt dat het toestel, dat 80 miljoen euro per stuk kost, consequent onder de verwachtingen presteert, en vooral onwaarschijnlijk duur is om mee te vliegen. België heeft 34 F-35’s aangekocht. Kostenplaatje: vier miljard euro. De totale kosten, met onderhoud en verbruik bij, zouden zelfs oplopen tot 15 miljard. Het lijkt de miskoop van de eeuw te worden.

Drie keer duurder om mee te vliegen dan F-16

In 2001 werd de F-35 zowaar aangekondigd als een goedkoop alternatief voor bestaande gevechtsvliegtuigen, vooral omdat het toestel de taak zou aankunnen waarvoor nu drie verschillende types moeten worden gebruikt. Maker Lockheed zegt dat de huidige kosten van de F-35 ongeveer 36.000 dollar per vlieguur bedragen. Het bedrijf gelooft dat het zijn aandeel in die kosten tegen 2025 met 40 procent kan verminderen. Maar zelfs dan is het toestel nog steeds drie keer duurder om mee te vliegen dan de F-16 die het onder meer in België moet vervangen.

Zeggen dat de F-35 zijn doelen niet heeft bereikt, is een understatement. In de VS, waar de toestellen sinds 2018 zijn ingezet bij missies, blijkt dat het missie-capabele percentage van de F-35 69 procent is, een stuk onder de 80 procent-benchmark van het Amerikaanse leger voor gevechtsvliegtuigen. Amper 36 procent van de F-35-vloot is beschikbaar voor elke vereiste missie, ruim onder de vereiste norm van 50 procent. Dat komt omdat te toestellen voortdurend moeten worden gerepareerd. Huidige en aanhoudende problemen zijn onder meer sneller dan verwachte motorslijtage, delaminatie van de cockpitramen en niet-gespecificeerde problemen met de vermogensmodule van de F-35.

In een officieel rapport daarover staat te lezen dat ‘er niet genoeg reserveonderdelen kunnen worden geleverd om vliegtuigen voldoende tijd te laten vliegen om aan de eisen van oorlogsjagers te voldoen. Verschillende factoren hebben bijgedragen aan deze tekorten aan onderdelen, waaronder F-35-onderdelen die vaker stukgaan dan verwacht, en het beperkte vermogen van de strijdkrachten om onderdelen te repareren wanneer ze kapotgaan’.

‘Niet praktisch in operationeel relevante gevechtsscenario’s’

Er zijn zoveel problemen geweest met de F-35 dat het moeilijk is om ze samen te vatten. Black-outs van piloten, het voortijdig uitvallen van onderdelen, voortdurende problemen met de softwareontwikkeling en, misschien nog het strafst, is dat er met z’n belangrijkste wapen, het 25mm GAU-22/A cannon, er niet in slaagt accuraat te schieten. Het afvuren van dat ding blijkt bovendien barsten in het vliegtuig te veroorzaken. Voormalige luchtmachtpiloten zijn vernietigend in hun recente evaluaties van de prestaties en mogelijkheden van het vliegtuig.

Het nieuwste probleem is met de motoren van het basismodel, dat ook ons land heeft besteld. De motoren worden heet en verslijten te snel. En dan is er het probleem van de afterburner.

Een naverbrander is een verbrandingskamer in de uitlaat van een turbinemotor, waarin brandstof wordt toegevoegd aan de hete uitlaatgassen, waardoor deze opnieuw worden verhit en extra stuwkracht wordt ontwikkeld. Het is een methode om de stuwkracht van een straalmotor van een vliegtuig te vergroten tijdens het opstijgen en klimmen, en bij gevechtsvliegtuigen om de gevechtsprestaties te verbeteren. Net als alle andere straaljagers, vertrouwt de F-35 op naverbranders. Alleen: piloten kunnen (en mogen) die amper gebruiken. Want als ze dat doen, riskeren ze de radarabsorberende materialen aan de horizontale staartvlakken van het toestel te doen smelten.

Uit een document van de Amerikaanse Department of Defense blijkt dat het probleem ‘de F-35 niet praktisch in operationeel relevante gevechtsscenario’s’ maakt.

‘Je rijdt niet elke dag met je Ferrari naar je werk, je rijdt er alleen op zondag mee’

De Amerikanen hebben vorige maand voor het eerst ook min of meer toegegeven dat de F-35 een verloren zaak is. De Amerikaanse luchtmacht heeft een nieuw onderzoek aangekondigd naar toekomstige vliegtuigen, genaamd TacAir. Daarbij gaf de stafchef van de luchtmacht, generaal Charles Q. Brown, eindelijk toe wat al jaren duidelijk is: het F-35-programma heeft zijn doelen niet bereikt. En dat er op dit moment weinig reden om aan te nemen dat het ooit zal lukken.

Volgens Brown heeft de USAF niet alleen de NGAD-jager (Next Generation Air Dominance) nodig, een gevechtsvliegtuig van de zesde generatie, maar ook een ‘nieuw 5e generatie light of 4.5e generatie vliegtuig’ nodig. Brown suggereerde dat een mogelijke oplossing was om minder vaak met de F-35 te vliegen. ‘Je rijdt niet elke dag met je Ferrari naar je werk, je rijdt er alleen op zondag mee. Dit is ons high-end-toestel, we willen ervoor zorgen dat we het niet inzetten voor eender welke opdracht’, zei hij.

Dat is allemaal goed en wel, ware het de bedoeling was dat de F-35 net wel voor alles en nog wat kon worden gebruikt, wat zou toelaten de vloot van andere toestellen af te bouwen. Het expliciete doel was om een ​​enkel vliegtuig te creëren dat een breed scala aan lucht-, grond- en aanvalsjagers zou kunnen vervangen.

Lockheed-Martin en de Amerikaanse overheid hebben jaren besteed aan het promoten van de F-35 als een flexibel, multifunctioneel vliegtuig dat in staat is om een ​​reeks oudere vliegtuigen te overtreffen. De F-22 Raptor, F/A-18 Hornet en verschillende jets in de Harrier-familie zouden met pensioen kunnen. De A-10 Warthog ook. De F-16 zou worden vervangen door de F-35. En de F-15.

Dat zijn zes verschillende vliegtuigen. De F-35 was, zo luidde het, ontwikkeld en ontworpen als een flexibel, effectief en relatief betaalbaar vliegtuig met geavanceerde logistieke beheersystemen waardoor hij minder onderhoud nodig had en betrouwbaarder was. Het toestel zou, zo luidde de retoriek, dienst kunnen doen tot 2070.

Kat in een zak gekocht. En eentje die pijn gaat doen aan onze oren

We hebben dus wellicht een kat in een zak gekocht – maar België is niet het enige land dat zich liet klissen door de Amerikaanse retoriek. Australië, Canada, Denemarken, Italië, Nederland, Noorwegen, Turkije, het VK, Israël, Japan, Zuid-Korea, Singapore en Polen hebben toegehapt.

In de landen waar de toestellen al aan zijn geleverd, blijkt er buiten de technische mankementen aan het toestel nog een ander probleem: het is vreselijk luid. De F-35 is tot vier keer luider dan z’n voorganger, de F-16. Boven wijken in de buurt van Amerikaanse luchtmachtbasissen is 118 decibel gemeten wanneer een F-35 overvloog, en dat is amper 2 decibel van wat als de pijngrens wordt beschouwd.

De F-35 is luider omdat de motor die erin zit nu eenmaal groter is – en dat komt omdat de F-35 zelf een stuk groter is dan de F-16. Het geluid van de F-35 is ook anders. Experts zeggen dat de F-16 een meer ‘treble’ geluid voortbrengt, terwijl de F-35 een lager ‘bass’-lawaai heeft. Het gevolg is onder meer dat lawaai van een F-35 langer blijft nazinderen.

De Amerikaanse luchtmacht is bij wet verplicht om de geluidsoverlast in de buurt van z’n basissen te meten en te publiceren. Uit die cijfers blijkt dat de F-35 gemiddeld 16 decibel luider is, maar dat wanneer de piloten het gas induwen, of als ze vliegen bij een dichtbewolkte hemel, het nieuwe toestel tot wel vier keer luider is dan de F-16.

In Denemarken hebben ze net zoals in ons land de F-35 gekocht als opvolger van de F-16 en Deense journalisten zijn naar de VS getrokken om aan den lijve te ondervinden hoe erg het is met die geluidsoverlast nadat een naar Amerika uitgeweken Deen hen er attent op maakte dat hij verhuisd was sinds de komst van de nieuwe toestellen.

In Noorwegen hebben ze al meer dan 130 miljoen aan compensatie moeten betalen voor lawaai F-35

De reporters registreerden de decibels bij een vergelijkbare set-up met Flyvestation Skrydstrup in Jutland, waar de F-35’s zullen worden gestationeerd. Net als bij ons in Kleine Brogel wonen er daar een pak mensen op amper een kilometer of twee in vogelvlucht van de basis.

Ze kwamen effectief tot waarden die de pijngrens – 120 decibel – benaderden. In de VS moeten F-35’s ondertussen al een bepaalde hoogte hebben bereikt voor ze over bewoond gebied vliegen. Maar in Europa is zoiets niet haalbaar zeggen experts.

Noorwegen kocht 52 F-35’s. In 2012 werd besloten om veertig van deze nieuwe straaljagers op de vliegbasis in de gemeente Ørland in Midden-Noorwegen te plaatsen. De komst van de F-35 betekende zo’n achthonderd extra banen, wat immens was voor zo’n kleine gemeente (5.500 inwoners). Maar toen de eerste straaljagers in 2017 aankwamen, werd al snel duidelijk dat er geen reden tot feesten was. Het lawaai dat ze veroorzaakte, was onleefbaar.

De Noorse Defensie deelde de gemeente daarom op in een rode en gele zone. In de rode zone, maximaal een paar kilometer van de vliegbasis verwijderd, kregen bewoners het aanbod om hun huis aan Defensie te verkopen en vervolgens te laten slopen. Bewoners van 150 huizen maakten daar gebruik van. Daarbuiten, in de gele zone, kunnen bewoners hun huis op kosten van Defensie laten isoleren. Dat slaat op zo’n duizend huizen waar Defensie betaalt voor isolatie van muren, ramen en daken, een grapje dat al 130 miljoen euro heeft gekost.

Lees ook:

(jvdh)