Chinese regering: “50% van alle woningen moet worden afgebroken”

China heeft de voorbije decennia economisch een sterk groeiparcours gevolgd, maar dat succes blijkt ook met een grote kost gepaard te gaan. Dat zegt de Amerikaanse econoom Christopher Balding in een column voor het persbureau Bloomberg. Hij verwijst daarbij naar de grote infrastructuurwerken die het land onafgebroken lanceert, terwijl ook de Chinese vastgoedmarkt door gigantische investeringen wordt gekenmerkt.

Daarbij moet volgens Balding worden vastgesteld dat deze realisaties heel vaak opnieuw worden afgebroken vooraleer ze hun economische return hebben opgeleverd. Op die manier lopen de kosten van het Chinese groeimodel volgens de econoom bijzonder hoog op.

Duur ontwikkelingsmodel

“Het moderne China streeft naar grootsheid,” zegt Balding. “Het netwerk hogesnelheidtreinen wordt onophoudelijk uitgebreid, terwijl het land het hoogste gebouw van Azië wil hebben. Partijleiders en technocraten staan onder onophoudelijk druk om eindeloos materiële verbeteringen aan te tonen. Daarbij worden megaprojecten en infrastructuurwerken als maatstaf gehanteerd.”

“In de Verenigde Staten zijn luchthavens zoals Los Angeles International of JFK International al bijna tachtig of negentig jaar oud, terwijl in China luchthaven Shenzhen Bao’on International pas in het begin van de jaren negentig van de voorbije eeuw werd gebouwd, maar vijf jaar geleden al nagenoeg volledig moest worden gerenoveerd.”

“Dergelijke werken kunnen een belangrijke bijdrage leveren tot het bruto binnenlandse product, maar deze strategie vertegenwoordigt een bijzonder duur ontwikkelingsmodel,” meent de Amerikaanse econoom. “Deze benadering beperkt zich trouwens niet tot infrastructuur. Ook de Chinese vastgoedsector toont eenzelfde filosofie.”

“De Chinese regering schat dat bijna 50 procent van de volledige nationale vastgoedportefeuille – nagenoeg alle woningen die voor het begin van deze eeuw werden gebouwd – wegens een inferieure kwaliteit opnieuw zal moeten worden afgebroken. Ook dat is echter een verkeerd model.”

Schulden

“Activa zoals woningen en luchthaven moeten op een levenscyclus van meer dan twintig of dertig jaar kunnen rekenen, want anders dreigen die kosten onbetaalbaar te worden,” benadrukt Balding. “Zelfs het Chinese stadsontwerp weerspiegelt de voorkeuren van de centrale planning. Europese steden hechten een grote waarde aan het verleden, dat vaak wettelijk wordt beschermd.”

“In China zijn er, gestuurd door een visie van de technocraten, weinig beperkingen op de afbraak van historische panden en de liquidatie van akkers om onder meer fabrieken of spoorwegen te bouwen. In Europa en de Verenigde Staten zouden dergelijke projecten vaak door sociaal protest of budgettaire beperkingen worden geblokkeerd.”

“De Chinese regering ziet de bouwsector als een belangrijke hefboom om zijn productiedoeleinden te halen,” beklemtoont Balding. “Het is echter vanzelfsprekend dat deze keuze een belangrijke kost heeft. Het Chinese ontwikkelingsmodel staat onder duidelijke druk. De schuldenlast van het land loopt snel op, want er moet betaald worden voor de beperkte levensduur van infrastructuur en vastgoed.”

“Vaak moeten projecten worden afgebroken vooraleer ze volledig zijn afbetaald. Er wordt al lang beloofd dat China zich niet louter op kwantiteit, maar wel op kwaliteit wil toespitsen. Die slogans moeten nu echter ook in realiteit worden omgezet.”

“China moet zijn groeimodel veranderen, zodat op lange termijn naar een financiële duurzaamheid zal kunnen worden gestreefd en niet enkel naar constructie-doelstellingen wordt gekeken,” besluit Balding.

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20