Bijna iedereen vindt het barbaars, maar Europa sponsort nog steeds stierenvechten in Spanje à rato van 200 miljoen euro per jaar

Het stierenvechten in Spanje wordt in leven gehouden door miljoenen euro’s betaald door de EU, ondanks pogingen van Europarlementariërs om de subsidies te verbieden. De financiering gaat naar boerderijen die stieren fokken om te vechten via het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de EU. Veel lijkt daar niet aan te doen, ondanks dat een meerderheid van de Europarlementsleden stierenvechten als een barbaarse praktijk beschouwt. En dan is er Spanje zelf, waar stierenvechten nu inzet van een politiek spel om de macht is geworden.

In 2015 stemden de Europarlementsleden met een overweldigende meerderheid voor het blokkeren van landbouwfondsen “voor de financiering van dodelijke stierenvechtactiviteiten”. Meer dan zes jaar later is er echter weinig veranderd, en is het verbod opzij gezet vanwege de bezorgdheid dat het de wettelijke bepalingen van het GLB zou wijzigen.

De Spaanse Unión de Criadores de Toros de Lidia, die de belangen van 347 fokkers vertegenwoordigt, schat dat een verbod op de uitbetaling van subsidies een economische klap zou betekenen van ongeveer 200 miljoen euro per jaar voor de sector in heel Europa.

Ondanks de verontwaardiging bij de meerderheid van de leden van het Europees Parlement, zijn de juridische wegen om de subsidies te schrappen bijna onmogelijk. Om de fondsen helemaal te verwijderen, zou dierenwelzijn een officiële bevoegdheid van de EU moeten zijn, in combinatie met een wet die het fokken van stieren voor dit doel zou verbieden of het stierenvechten helemaal zou verbieden.

In 2007 werden in heel Spanje 3.651 evenementen met stieren gehouden. Een decennium later was het gedaald tot 1.553

Sinds 2003 worden EU-landbouwsubsidies meestal toegekend op de hoeveelheid bewerkt land, in plaats van op de output of de eindbestemming van producten. Groene Europarlementariërs dienden een amendement voor 2020 in op het GLB waarin werd opgeroepen tot het blokkeren van fondsen voor vee waarvan de uiteindelijke bestemming “de verkoop van activiteiten met betrekking tot het stierenvechten” was, maar dat werd ingetrokken.

De Europese stierenvechtindustrie leed gerapporteerde verliezen van meer dan 150 miljoen euro tijdens de Covid-pandemie, aangezien evenementen zoals het San Fermín-festival in Pamplona werden geannuleerd en stieren rechtstreeks naar de slachtbank werden gestuurd.

De pandemie sloeg toe toen de sector worstelde om te herstellen van de economische crisis in Spanje, waarbij gemeenten met krappe budgetten festivals met stieren stopzetten. In 2007 – een jaar voor de financiële crash – werden in heel Spanje 3.651 evenementen met stieren gehouden. Een decennium later was het aantal evenementen gedaald tot 1.553.

“Diepe wonden, aanzienlijke bloedingen, intens lijden en pijnlijke dood”

Fokkersverenigingen in Spanje, Frankrijk en Portugal blijven de naar schatting 1.000 boerderijen die stieren fokken voor het stierenvechten in de hele EU verdedigen. Volgens Antonio Bañuelos, president van de Spaanse Unión de Criadores de Toros, produceren veel van de boerderijen een verscheidenheid aan producten, terwijl ze ook stieren fokken, wat betekent dat een verbod hun recht op toegang tot financiering zou uithollen in vergelijking met die van andere EU-boeren. De industrie heeft ook gelobbyd bij EP-leden die beweren dat de vechtstieren, die in uitgestrekte gebieden worden grootgebracht, minder impact hebben op het milieu dan varkens of schapen.

Een vereniging van Spaanse dierenartsen die tegen het stierenvechten zijn, vertelde Europarlementariërs onlangs nog dat instrumenten, variërend van pijlen met weerhaken tot een zwaard van 80 cm, werden gebruikt op stieren tijdens stierengevechten die ongeveer 15 minuten duurden, wat “diepe wonden, aanzienlijke bloedingen, intens lijden en pijnlijke dood” veroorzaakte. Bañuelos beweerde van zijn kant dat de dood van een vechtstier “sneller is en minder lijden met zich meebrengt” dan veel commercieel gefokte dieren. “Er zijn duizenden dieren die elke dag onder zeer pijnlijke omstandigheden sterven. Maar de focus ligt op het stierenvechten omdat het het meest wordt blootgesteld als het gaat om publiciteit en het is een gemakkelijk doelwit”, zei hij.

Spanje zelf meer dan ooit verdeeld

Naast een pak subsidies van Europa, krijgt de sector er ook in Spanje zelf. Stierengevechten zijn in Catalonië al sinds 2011 verboden, maar in de rest van het land is de discussie over het al dan niet bannen ervan sinds het begin van de pandemie omgedraaid. Waar het debat zich ooit concentreerde op een verbod, is het nu de vraag of er al dan niet meer subsidies moeten komen. De huidige linkse coalitieregering lijkt niet de politieke wil te hebben om wat ooit bekend stond als het “nationale feest” expliciet te verbieden, maar, tegelijkertijd, is ze ook niet geneigd steun te geven om het stierenvechten draaiende te houden. Zo werden bijvoorbeeld kaartjes voor corrida’s nadrukkelijk uitgesloten van een regeling die premier Pedro Sánchez in oktober vorig jaar aankondigde, waarbij jongeren voor 400 euro aan toegangskaarten zouden krijgen om verschillende culturele sectoren overeind te houden.

Belangrijk om weten: stierengevechten worden in Spanje gezien als cultuur en niet zozeer als sport. Ze vallen onder de bevoegdheid van het ministerie van Cultuur. Het Catalaanse verbod, dat in 2016 trouwens door het Spaanse Grondwettelijk Hof onwettig werd verklaard, ging evenzeer over het maken van een politiek statement als het beschermen van dierenrechten. In de nasleep van het als onwettig beschouwde onafhankelijkheidsreferendum van 2017 heeft de xenofobe en anti-immigratie Vox-partij in haar campagnes anti-Catalaanse- en pro-stierenvechten-sentimenten uitgebuit en is ze de op twee na grootste kracht in de Spaanse politiek geworden. Morante de la Puebla, de stermatador, maar ook collega’s van hem gaan vaak samen met Vox-partijleider Santiago Abascal op campagne.

Sigaarrokende relikwieën van het Franco-regime of puriteinse censuur?

Maar Vox heeft meer te winnen bij die relatie dan de stierenvechters. Vooral in landelijke gebieden waar de partij van Abascal met succes pro-stierenvechten en jagende kiezers heeft aangetrokken. Want extreemrechts heeft door de matadors te omarmen ervoor gezorgd dat een toenemend aantal progressieve burgers een diepgewortelde afkeer van stierenvechten hebben gekregen, al was het maar omdat stierengevechten worden gezien als het laatste bastion voor reactionairen die geen plaats hebben in een Europese democratie van de 21e eeuw.

Het resultaat is een verregaande polarisatie rond stierengevechten die het vrijwel onmogelijk maken om een ​​serieus debat te voeren over het stierenvechten. Het is een emotioneel onderwerp geworden dat door politici over het hele ideologische spectrum is bewapend. De anti-stierenvechtlobby bestempelt de liefhebbers van het stierenvechten als de sigaarrokende relikwieën van het Franco-regime. Verdedigers van de nationale fiesta sluiten ondertussen elk debat over de toekomst uit door alle mogelijke bezwaren te bestempelen als manifestaties van puriteinse censuur.

Hoever het debat over stierengevechten ondertussen verzand is in politieke discussies? Een voorbeeld: Gijon. Weet dat in Spanje op lokaal niveau gemeentebesturen geen wettelijke bevoegdheid hebben om een ​​algeheel verbod uit te vaardigen, maar ze kunnen wel vergunningen van corrida’s om stierengevechten te houden intrekken. In de noordelijke kustplaats Gijon heeft de socialistische burgemeester Ana González zo aangekondigd dat de gemeentelijke arena voortaan gebruikt zal worden voor livemuziek in plaats van corridas.

Hoe een Nigeriaan en een feministe de boel op stelten zetten

Haar beslissing kwam er niet per se omdat ze zo begaan is met het lot van de stieren, wel nadat, in haar woorden, “er een grens was overschreden”. Die grens? Twee stieren die afgelopen zomer werden gedood, werden “El nigeriano” (de Nigeriaan) en een andere “El feminista” (de feministe) genoemd. De aanwezigheid van Morante de la Puebla op het evenement gaf de indruk van een opzettelijke provocatie, maar het was waarschijnlijk toeval. Vechtstieren erven immers hun namen van hun moeder. (Dat gezegd zijnde: er zijn in het verleden uitzonderingen gemaakt. De eerste stier die de legendarische matador Manolete in 1939 tegenkwam, was “El Comunista” (de communist) gedoopt tijdens de kortstondige Tweede Republiek (1931-36). Na de overwinning van generaal Franco in de burgeroorlog (1936-39) en “El Communista” diplomatiek omgedoopt tot “El mirador”.)

Hoe dan ook, de zaak is een voorbeeld van hoe de stierenvechtlobby een soort echokamer is geworden. Er heerst een onvermogen om te begrijpen hoe het stierenvechten van buitenaf wordt waargenomen. Volgens González hebben liefhebbers te lang hun zin gehad, en nu is het tijd om te luisteren naar de vele inwoners van Gijon die tegen het stierenvechten zijn. De afgelopen jaren hebben dierenrechtenactivisten grote demonstraties georganiseerd buiten de arena.

Los van de discussie is er de realiteit van een gebroken businessmodel

Zelfs als je de abolitionistische beweging negeert, is het moeilijk om te ontkennen dat stierenvechten een gebroken businessmodel is. Het staat voor specifieke uitdagingen die het overleven nog moeilijker zullen maken naarmate de pandemie voortduurt. De belangrijkste arena’s van Spanje (Bilbao, Madrid, Pamplona, ​​Sevilla, Valencia, Zaragoza) zijn al twee jaar grotendeels inactief. Met een almaar ouder wordend publiek en sommige sociale afstandsmaatregelen die waarschijnlijk van kracht blijven, is het nu al duidelijk dat matadors en fokkers van stieren hun honoraria aanzienlijk zullen moeten verlagen als organisatoren break-even willen draaien. Aan stierengevechten zijn ook vaste kosten verbonden die het op kleinere schaal moeilijk maken.

Of: net als bij de pandemie zal er waarschijnlijk geen specifieke dag zijn waarop het stierenvechten eindigt, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat het in zijn huidige gedaante nog veel langer zal gedijen.

(kg)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20